De top in Durban
Het internationale klimaatbureau van de Verenigde Naties, het UNFCCC, organiseert haar jaarlijkse klimaattop dit jaar in Durban, Zuid-Afrika. Durban is de opvolger van de klimaattop in Cancún vorig jaar en de (mislukte) klimaattop in Kopenhagen in 2009. Vertegenwoordigers uit landen over de hele wereld komen bij elkaar om een volgende stap te zetten in het wereldwijde klimaatbeleid. Uiteindelijk zijn we op zoek naar een wereldwijd bindend klimaatakkoord, omdat de eerste periode van het bestaande klimaatakkoord (het Kyoto-protocol) in 2012 afloopt. De top zal plaatsvinden tussen 28 november en 9 december 2011.
De hete hangijzers
1. De toekomst van het klimaatakkoord
- De hete hangijzers
- Checklist: wanneer is Durban een succes?
- Wat de onderhandelaars willen
- Terug naar Dossier Klimaat
Op deze pagina:
Het Kyoto-procol is het enige klimaatakkoord, maar dat loopt volgend jaar af. De tijd tikt dus. Ontwikkelingslanden willen daarom dat de rijke landen nog even doorgaan met het Kyoto-protocol, in ieder geval totdat er een nieuw verdrag is. Landen zoals Japen, Rusland en Canada hebben al aangegeven daar geen zin in te hebben. Andere grote vervuilers zoals de Verenigde Staten en China hebben zich nooit aangesloten bij het Kyoto-protocol. De Europese Unie wil op zich het Kyoto-protocol tijdelijk verlengen, maar alleen als de andere grote vervuilers uiteindelijk ook hun CO2-uitstoot verminderen. Er moeten op termijn dus aanvullende regels gesteld worden voor de Verenigde Staten en voor opkomende landen zoals China, India en Brazilië. In 2015 moet er dan een nieuw klimaatakkoord op tafel liggen.
Maar in Durban zal het er vooral om hangen of er een verlenging van Kyoto komt of niet. GroenLinks vindt dat we het enige bestaande klimaatakkoord niet zomaar kunnen laten verlopen. Natuurlijk moeten andere vervuilers ook een duit in het zakje doen, maar de Europese Unie moet niet blijven wachten op wat anderen doen en zelf een leidende rol nemen. Dit is ook waar meer dan honderd landen, voornamelijk ontwikkelingslanden, hard om schreeuwen. Het wordt dus cruciaal of de Europese Unie zich verbindt aan een verlenging van Kyoto of niet.
2. Dichten van het grote gat tussen belofte en noodzaak
Er is een gat van vijf tot negen gigaton (miljard ton) CO2 tussen de noodzaak van vermindering aan CO2-uitstoot volgens wetenschappers en de beloftes van landen om hun CO2-uitstoot te verminderen. Dit gat tussen wetenschap en politieke realiteit moet worden gedicht.
In Durban moeten stappen gemaakt worden om het gat te dichten. Op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten zullen landen hun toezeggingen moeten vergroten om de temperatuurstijging tot onder de twee graden te beperken en de meest rampzalige gevolgen te voorkomen.
Momenteel lopen we zelfs het risico dat het gat twee keer zo groot wordt. Onder het Kyoto-protocol hebben landen uit het voormalige Oostblok en de voormalige Sovjetunie een overschot aan CO2-emissierechten (AAUs) vanwege de economische crisis in de jaren negentig na het vallen van de muur. Dit overschot kunnen zij meenemen naar een mogelijk vervolg op het Kyoto-protocol. Het gevolg is een toename van het bestaande gat met zeven tot elf gigaton CO2. Waarschijnlijk is de Europese Unie één van de weinige rijke landen die een vervolg op het Kyotoprotocol steunt en daardoor heeft het veel invloed op het vaststellen van de regels. GroenLinks vindt dat dit overschot aan CO2 (zogenaamde hot air) niet mag mogen meegenomen naar een vervolg op het Kyoto-protocol.
3. Klimaathulp
Het nemen van maatregelen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken en ons aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering kost veel geld. De gevolgen van klimaatverandering zijn vooral desastreus voor ontwikkelingslanden, terwijl de westerse landen historisch gezien de grootste veroorzaker zijn.
Rijke landen hebben afgesproken om in 2020 hiervoor honderd miljard dollar per jaar vrij te maken voor ontwikkelingslanden. Hoe dat geld bij elkaar gebracht gaat worden is nog niet bekend. Ontwikkelingslanden willen dat dit geld van overheden komt, maar rijke landen willen dat vooral het bedrijfsleven opdraait voor de kosten.
Daarnaast hebben rijke landen in Kopenhagen beloofd om tussen 2010 tot 2012 dertig miljard dollar beschikbaar te stellen voor klimaatbeleid in de armste landen. Maar wat er na 2012 gebeurt is onduidelijk. Zullen de rijke landen ook toezeggingen gaan doen voor klimaatgeld aan ontwikkelingslanden voor de periode 2013 tot 2020?
Duidelijk is dat bedrijven, overheden en burgers flink zullen moeten investeren. Ook kan er geld worden opgehaald door een CO2-belasting in te voeren voor de scheep- en luchtvaart, een sector die nu vrijwel gevrijwaard blijft van belastingen.
Voor ontwikkelingslanden is klimaathulp onontbeerlijk. De gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen en droogtes, zullen vooral hen treffen. Zij zullen er in Durban op hameren dat de rijke landen door moeten gaan met klimaathulp en dat dit budget niet ten koste mag gaan van het bestaande budget voor ontwikkelingssamenwerking.
Checklist: wanneer is Durban een succes?
- De EU heeft ingestemd met een vervolg op het bestaande klimaatakkoord, het Kyoto-protocol.
- Er is een streep gezet door hot air (het overschot aan CO2-emissierechten in Oost-Europese landen).
- Er wordt een proces gestart om het gigagrote CO2-gat tussen belofte en noodzaak te dichten. Ook is afgesproken met hoeveel procent de emissies in 2050 gereduceerd moeten zijn en is een piekjaar afgesproken waarna wereldwijde CO2-uitstoot moeten dalen.
- Rijke landen, waaronder de EU, geven ook na 2012 voldoende klimaathulp aan ontwikkelingslanden en het is duidelijk waar de 100 miljard dollar, die jaarlijks beloofd is vanaf 2020, vandaan komt.
- Uiterlijk in 2015 moet er een nieuw wereldwijd klimaatakkoord op tafel liggen. Op deze manier komen er aanvullende regels voor de VS en een internationaal systeem voor opkomende landen zoals China, India en Brazilië.
Wat de onderhandelaars willen
In Durban komen onderhandelaars vanuit de hele wereld bij elkaar. Maar welke opdracht krijgen ze van thuis mee?
Ontwikkelingslanden
Ontwikkelingslanden zoals Bangladesh of Haïti willen vooral hun hoofd boven water houden. Aanpassing aan de klimaatverandering moeten we allemaal, maar in sommige landen in een hoger en sneller tempo. De gevolgen van klimaatverandering (zoals droogte en overstromingen) komen vooral in de arme landen hard aan. Deze landen willen gecompenseerd worden voor de maatregelen die ze moeten treffen om zich te weren tegen deze crisis. Zij zijn immers niet verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen.
Opkomende economieën
De BASIC-landen (Brazilië, Zuid-Afrika, India en China) en dan met name India en China willen vooral niet te veel verplichtingen die hun economieën kunnen verstoren. Zij vinden dat de schuld bij de rijke landen ligt. “Eerst zorgen dat onze burgers uit de armoede getrokken worden en tot die tijd komt het milieu op de tweede plek” is ook de gedachte. Natuurlijk zullen ook zij investeren in groene technologieën, want daar is een hoop geld mee te verdienen. Maar ze willen niet dat anderen meekijken hoeveel ze nou precies doen en op de vingers getikt kunnen worden als anderen vinden dat ze te weinig doen. Brazilië wil juist graag een goede overeenkomst over REDD om ook de ontbossing in eigen land aan te kunnen pakken.
Rijke landen
Het is president Barack Obama niet gelukt om een klimaatwet door de Amerikaanse Senaat te lozen. De Verenigde Staten zullen daarom niets nieuws op tafel kunnen leggen en kunnen zich ook niet verbinden aan een klimaatakkoord. De opkomende presidentsverkiezingen voorspellen niet veel goeds voor klimaat: de Republikeinse kandidaten wijzen het hele idee van klimaatverandering af als een sprookje.
Europa is zelfbenoemd klimaatleider van de wereld. Maar het heeft haar eigen doel, met twee vingers in de neus te halen, nog steeds niet opgekrikt. Dat is ze pas van plan te doen als de ‘condities’ juist zijn. Dit gaat niet gebeuren voordat de klimaattop in Durban van start gaat. De hoop is dat Europa haar rol als klimaatleider kan waarmaken en als bemiddelaar tussen ontwikkelingslanden en de andere rijke landen zal optreden. Maar dan moet Europa zich verbinden aan een vervolg op het Kyoto-protocol en met klimaatgeld op tafel komen, vinden de meeste ontwikkelingslanden. Dat laatste is nu extra lastig door de schuldencrisis.



