Europarlementariërs laten na Europees emissiehandelssysteem te repareren

De Europese emissiehandel, het systeem om bedrijven rechten te laten kopen voor hun CO2-uitstoot, is op sterven na dood. Bij de invoering van het systeem rekende men op een prijs van dertig euro per uitgestoten ton CO2, maar tien jaar later schommelt de prijs rond de zeven euro. Dinsdag stemde de milieucommissie van het Europarlement over een mechanisme dat de emissiehandel weer aan de praat moet krijgen. Sociaaldemocraten, christendemocraten en liberale Europarlementariërs reageerden alsof ze de wereld redden, maar falen opzichtig.

“De euforie van christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen is zwaar overdreven”, aldus GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout, namens de Europese Groenen woordvoerder op het emissiehandelssysteem (ETS). Er is nog veel meer nodig om de prijs van CO2 de komende jaren echt te laten stijgen. Diezelfde Europarlementariërs weigerden maatregelen te steunen die wel een verschil zouden maken. “Alleen de lobbyisten van de zwaar vervuilende industrie hebben een overwinning gehaald bij deze stemming”

Overschot aan CO2-rechten

Door een enorm overschot in emissierechten is de prijs voor het uitstoten van CO2 enorm laag. De grootste vervuilers profiteren daarvan. Kolencentrales kunnen blijven draaien terwijl investeringen in efficiënte en schone productietechnieken onmogelijk worden gemaakt. Als het emissiehandelssysteem niet functioneert, hoeven de maatschappelijke kosten van CO2 immers amper in de prijzen meegerekend te worden.

Er is nu een Market Stability Reserve (MSR) mechanisme ontworpen dat het overschot aan emissierechten gestaag uit de markt moet halen, daardoor zal de prijs stijgen. Talloze onderzoeken concludeerden dat MSR uiterlijk in 2017 ingevoerd moet zijn. Hoe langer er gewacht wordt, hoe groter het overschot aan uitstootrechten. Daarnaast zorgt vertraging voor een ongewenste schommeling in de CO2-prijs. Zelfs bedrijven als Shell en Unilever willen een snelle start van MSR,omdat ze onder de huidige omstandigheden moeite hebben om innovaties op de markt te krijgen.

Sociaaldemocraten en liberalen gaan overstag

Het Europarlement had dinsdag een uitgelezen kans om MSR spoedig in te voeren, want op de christendemocraten na wilden alle andere partijen uiterlijk in 2017 beginnen. De sociaaldemocraten en liberalen werden uiteindelijk zo zenuwachtig van het nee van de christendemocraten dat ze toch akkoord gingen met uitstel tot 2019. Tijdens de onderhandelingen met de EU-landen zal door conservatieve landen als Polen de druk groot zijn om de startdatum nog verder te schuiven.

Daarnaast zijn er allerlei uitzonderingen in de het akkoord toegevoegd die ervoor zorgen dat gratis uitstootrechten blijven bestaan. “Zogenaamd alleen voor de bedrijven die de hoogste normen halen”, aldus Eickhout. “Maar, momenteel ontvangt 97% van de industriële sectoren die onder de ETS vallen gratis emissierechten, dat heeft dus niets met hoogste normen te maken.” Het jarenlange weggeven van emissierechten is juist een van de redenen dat er nu zo een groot overschot is.

Door de invoering van een innovatiefonds dat alleen voor de energie-intensieve industrie beschikbaar is, zorgt het huidige voorstel er ook nog eens voor dat de grootste vervuilers extra geld bovenop de gratis rechten krijgen. Geld voor dit  innovatiefonds komt uit rechten die aan het eind van 2020 ongebruikt zijn. Eickhout had liever gezien dat deze overschotten geschrapt worden. Het fonds zorgt nu juist voor extra CO2-uitstoot.

Tot slot weigerden de christendemocraten om een deel van het huidige overschot aan emissierechten te schrappen. Nu zullen ze in de MSR boven de markt blijven hangen en uiteindelijk terugkomen. Niet alleen drukt dit de CO2-prijs, het zorgt eveneens voor een verzwakking van onze klimaatdoelstellingen. Ook hiermee gingen de liberalen en sociaaldemocraten akkoord.

Milieu- en innovatieve bedrijven zijn de dupe van deze stemming. Eickhout: “Er had een veel beter compromis ingezeten als we een deal hadden gesloten zonder de christendemocraten. De meeste Europarlementariërs die bij de totstandkoming van dit compromis betrokken zijn geweest zouden er goed aan doen hun onderhandelingstechnieken nog eens onder de loep te nemen.”