Europese Commissie stuurt CETA langs nationale parlementen, maar wil wel voorlopige toepassing

De Europese Commissie presenteerde dinsdagmiddag haar voorstel voor de procedure voor de ondertekening CETA, het ingrijpende handelsakkoord tussen de EU en Canada. In tegenstelling tot eerdere uitingen van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker besloot de Europese Commissie op het laatste moment om het akkoord door nationale parlementen te laten ratificeren. GroenLinks is echter bezorgd over het voorstel om CETA in afwachting van die nationale ratificatie wel voorlopig toe te passen.

“Juncker is deels tot inkeer gekomen”, constateert Europarlementariër Bas Eickhout. “Het plan om nationale parlementen helemaal te omzeilen is nu van tafel, maar dit controversiële akkoord dreigt nog steeds te worden toegepast zonder instemming van nationale volksvertegenwoordigers.”

Bezwaren tegen CETA

GroenLinks is tegen het handelsakkoord tussen de EU en Canada omdat het bedrijfsleven daarmee te veel invloed krijgt op regels die er zijn om het algemeen belang te beschermen. Het kwalijkste element van CETA is de speciale mogelijkheid die het biedt aan buitenlandse investeerders om overheden aan te klagen in aparte tribunalen (ISDS/ICS). Dergelijke schadeclaims van bedrijven zetten ongewenste druk om wetten of besluiten die het milieu of consumenten moeten beschermen af te zwakken of uit te stellen. Ook beperkt het handelsakkoord de ruimte voor overheden om diensten in de toekomst terug te brengen publieke handen als ze dat zouden willen.

Voorlopige toepassing

Hoewel nu is zekergesteld dat CETA pas definitief geratificeerd is nadat 28 lidstaten en het Europees Parlement goedkeuring hebben gegeven, stelt de Europese Commissie voor om het akkoord al voorlopig toe te passen nadat het Europees Parlement gestemd heeft, maar vóórdat alle nationale parlementen hebben geratificeerd. Als het proces van ratificatie door nationale parlementen op hobbels stuit, kan deze voorlopig toepassing van CETA nog voor een onbepaalde tijd doorwerken. Het terugdraaien van voorlopige toepassing is zowel juridisch als politiek een lastige opgave.

Tweede Kamerlid Rik Grashoff wil daarom dat de Nederlandse minister Liliane Ploumen deze voorlopige toepassing tegenhoudt: “Met dit voorstel zitten we straks toch opgescheept met een apart rechtsstelsel voor multinationals, zonder dat de Tweede Kamer daarmee heeft ingestemd. Deze claimrechtspraak ondergraaft onze democratische rechtstaat en blijft nog jaren in stand, zelfs als we het verdrag uiteindelijk afkeuren. Minister Ploumen mag daarom niet akkoord gaan met voorlopige toepassing.”