Hoopvol rapport ‘Moslim in Nederland’ moeten politici zich aantrekken

De discussie over moslims in Nederland wordt gevoerd op basis van stereotypen en dikwijls hysterische beeldvorming. Feitelijk bekend was er weinig bekend over de moslims in Nederland. Reden voor Naïma Azough van GroenLinks om in 2002 de regering om een breed onderzoek naar de moslimgemeenschap in Nederland te vragen. Dat verzoek heeft nu geresulteerd in het rapport Moslim in Nederland van het SCP.

 

Groenlinks beschouwt de feitelijke informatie die het rapport bundelt als onmisbaar voor het politieke debat over integratie. Het rapport is hoopvol over de mogelijkheden van een moderne Nederlandse islam. De jongere generaties praktiseren het geloof minder en als zij dat wel doen geven ze daar vaak een eigen persoonlijke invulling aan. Een ruime meerderheid vindt bovendien dat religie thuishoort in het privé-leven. Slechts een paar procent van de allochtonen én autochtonen is van mening dat religie ook het laatste woord moet hebben in politieke aangelegenheden. Een standpunt dat in de ogen van de onderzoekers als fundamentalistisch kan worden betiteld. Een even klein percentage van zowel de autochtone als de allochtone jeugd is bereid deel te nemen aan illegale politieke acties in Nederland (zoals het beschadigen van eigendom of straatgeweld).

GroenLinks roept politici op de conclusies van het rapport ter harte te nemen. Uit het rapport blijkt dat een minderheid van de Turken en Marokkanen de Nederlandse samenleving als vijandig en discriminerend ervaart. Als gevolg daarvan zijn zij meer vatbaar voor religieus-politieke mobilisatie. Het debat over moslims in Nederland dient daarom feitelijk en genuanceerd gevoerd te worden. Niemand is er bij gebaat als discussies over hoofddoekjes, homoseksualiteit en islamitisch onderwijs uit de weg worden gegaan. Maar er is ook niemand gebaat bij harde, stigmatiserende uitspraken die moslims in Nederland het gevoel geven niet welkom te zijn.

GroenLinks

Femke Halsema

Naïma Azough