Sargentini wil Europese actie: ‘Kledingmerken weten zelf vaak niet wie kleding maakt’

Vier jaar nadat de kledingfabriek Rana Plaza instortte, waarbij 1138 mensen omkwamen, weten veel kledingmerken nog steeds niet hoe hun kleding gefabriceerd wordt. Voor Europarlementariër Judith Sargentini is de tijd van vrijwillige initiatieven voorbij en wordt het tijd voor Europese actie. Een meerderheid van het Europarlement is het met haar eens.

Als kledingmerken niet meer weten wie hun kleding maakt, dan is het tijd voor Europese actie.

“Vrijwillige initiatieven hebben de situatie in al die tijd nog niet verbeterd en zijn een rem op de benodigde daadkrachtige en gezamenlijke Europese aanpak”, zegt Sargentini.

“Het Nederlandse textielconvenant van juli 2016 heeft veel partners rond de tafel gekregen, maar de problematiek in de textielsector bestaat al enkele decennia en de gesprekken over de beste aanpak gaan al net zo lang mee.” Sargentini kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de textielsector vrijwillig aan tafel gaat zitten me juist als doel om bindende wetgeving te voorkomen.

Verantwoordelijk voor productieketens

Het Europees Parlement stemde donderdag in grote meerderheid in met een rapport dat de Europese Commissie oproept om misstanden in de kledingsector aan te pakken. Het Europarlement wil dat kledingfabrikanten verantwoordelijkheid nemen voor hun de eigen productieketens. Dat doet het in navolging van de wetgeving over conflictmineralen, waar Sargentini een grote rol in speelde.

Sargentini maakte zich namens de Europese Groenen hard voor wetgeving die kledingbedrijven verplicht om de eigen ketens te kennen en problemen te identificeren en op te lossen. Europese wetgeving is nodig als antwoord op de ontstane wildgroei aan de ontstane overlappende nationale en lokale initiatieven.

Rana Plaza

Deze stemming vindt plaats in de week dat het vier jaar geleden is dat kledingfabriek Rana Plaza instortte en 1138 mensen omkwamen in Bangladesh. Een ramp als gevolg van menselijk falen in een sector waarin fabrieken onveilig zijn, de veelal vrouwelijke medewerkers lange dagen maken tegen lonen waarvan ze niet rond kunnen komen en vakbondsvorming verboden blijft. De productieketens van kledingmerken zijn ondoorzichtig door de vele onderaannemers. Kledingmerken zelf weten niet waar de eigen kleding daadwerkelijk vandaan komt, waardoor misstanden niet bekend zijn of worden aangepakt.