Europa traint de Libische kustwacht, maar wat gebeurt er met opgeviste drenkelingen?

GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini is op werkbezoek in Tunesië. Daar onderzoekt ze de grondoorzaken voor migratie. Ze sprak met militairen van de Libische kustwacht.

De Libische kustwacht, een onderdeel van het ministerie van Defensie, haalt mensen van boten en uit zee. Dat gaat niet zachtzinnig. Ze hebben, diplomatiek gezegd, een ander idee van crowd control. Schieten in de lucht en het slaan met tuinslangen zijn methodes die gebruikt worden om mensen rustig te houden.

De kolonel van de Libische kustwacht, die bij hoge uitzondering bereid was om met ons te spreken, benoemde het uit zichzelf. (Hij heeft vaker met Europeanen te maken.) Volgens hem worden kapiteins die zich daar aan schuldig maken, gestraft, maar het toont aan van hoever de kustwacht komt. 

Europese steun

De Europese Unie helpt nu bij de wederopbouw van de Libische kustwacht, met trainingen en materieel. Er verdrinken nog steeds bootvluchtelingen in zee. Natuurlijk moet Libië die mensen redden die zich in haar wateren bevinden, maar er is nog een ander belang, ook voor Europa: een drenkeling die gered wordt door een schip dat onder Libische vlag vaart, mag in Libië aan wal gezet worden. 

Drenkelingen die gered worden door een schip onder Europese vlag moeten mee worden genomen naar een Europese haven, omdat wij Libië niet als veilig land beschouwen. Europa moet zich houden aan de internationale vluchtelingenverdragen, waaronder het principe van non-refoulement: Je mag iemand niet terugsturen naar een land waar hij of zij het risico loopt op een onmenselijke behandeling. En die kans, vinden wij van Europa, lopen migranten en vluchtelingen in Libië. 

Als uitweg kiest Europa er dus voor om de Libische kustwacht te trainen, want dan zijn we er niet meer direct verantwoordelijk voor.

Vluchtpoging mislukt

Migranten snappen dat heel goed. Als je gered wordt door de Libische kustwacht, dan is je vluchtpoging mislukt en wacht er een onbekende tijd in een verschrikkelijk detentiecentrum. Ik zou me ook niet als mak schaap op die boot laten leiden. Op de kade staat de DCIM (Department for Combating Illegal Migration) op je te wachten, de Libische IND, COA en vreemdelingenpolitie in een. Alle officiële Libische opvangcentra van de DCIM zijn detentiecentra.  

In die detentiecentra bestaat er geen recht voor migranten. Er is geen persoonlijke hygiëne, vrouwen worden verkracht en mensen sterven zelfs van de honger. Internationale organisaties als IOM, UNHCR en Artsen zonder Grenzen bezoeken de kampen. Ze proberen de situatie iets te verbeteren door er te zijn, te kijken, eten uit te delen, wc's bij te bouwen. Maar meestal (zeker 's nachts) is er geen toezicht. 

Medewerkers van de internationale organisaties vliegen in één dag heen en weer vanuit Tunis. Het is te gevaarlijk om in Libië te blijven. Wat er dan gebeurt als de lokale militieleider aan de deur komt kloppen omdat hij behoefte heeft aan vrouwelijk gezelschap weten we niet. 

Helpen we als internationale samenleving mee aan de verbetering van de situatie van migranten in die gevangenissen door toiletten bij te bouwen of legitimeren en verlengen we een situatie van rechteloosheid voor migranten? 

Vluchtelingenverdragen

Migreren is geen misdrijf en opsluiten is in strijd met vluchtelingenverdragen. Maar ja, die heeft Libië dan ook nooit erkent.

Er zitten zo'n zeven tot achtduizend mensen vast in deze officiële detentiecentra. Er zijn ook illegale detentiecentra van smokkelaars, maar daar is nog minder zicht op. Al met al gaat het maar om een fractie van het aantal irreguliere migranten in het land dus er is eigenlijk geen goede argumentatie waarom de Libiërs die gevangenissen handhaven, of het moet geld zijn.

Zo'n afkorting als DCIM klinkt heel institutioneel en georganiseerd, maar uiteindelijk staat het land niet onder centraal bestuur en heeft iedere militia zijn eigen inkomstenbron. Migranten moeten zich uit detentiecentra vrijkopen. De omloopsnelheid van die zeven tot achtduizend plaatsen schijnt redelijk hoog te zijn. Dat houdt de betalingen ook op tempo.

Er werd ons een citaat voorgehouden van een militieleider: “In Libië zit je momenteel of in de smokkelbusiness of in de anti-smokkelbusiness.” Met andere woorden er is aan beide kanten geld te verdienen.

Van militie naar politie

Er hangt verandering in de lucht in Libië, misschien ten goede, en militieleiders willen hun inkomsten veilig stellen door wetshandhavers te worden, van militie naar politie. 

Je ziet het voor je ogen gebeuren: het aantal migranten dat in Italië aankwam deze zomer daalde spectaculair terwijl de zee vrij kalm was. In de diplomatieke kringen van Tunis is iedereen heel stellig dat er flink betaald is om de lokale militia 'Brigade 48' in Sabratha, ten weste van Tripoli, van smokkelaars in grenswachten te laten veranderen. Niemand zegt hardop dat het Italië was dat betaalde, maar zegt dan wel dat Italië door Europa in de steek is gelaten. En dat het dan niet zo gek is dat het land zelf dan maar optreedt.

Dat is een gevaarlijke tactiek, want je houdt er milities mee in leven en je ondermijnt die schaarse krachten in het land die intrinsiek het juiste willen doen. Maar ja, er zijn verkiezingen in Italië in het voorjaar van 2018.