Geschiedenis

GroenLinks werd opgericht op 24 november 1990. De geschiedenis van GroenLinks begint bij haar voorlopers: de pacifistische PSP, de communistische CPN, de PPR die vooral oog had voor het milieu en de EVP die streed voor een rechtvaardige samenleving. Nog steeds waardeert de kiezer in GroenLinks de combinatie van groene waarden als duurzaamheid en natuurbehoud met linkse waarden als kansengelijkheid en diversiteit.

Toenadering
De PSP (Pacifistische Socialistische Partij), de PPR (Politieke Partij Radicalen), de EVP (Evangelische Volkspartij) en de CPN (Communistische Partij Nederland) hadden de gevestigde politiek al jarenlang met hun kritiek bestookt, maar het zogenaamde no-nonsense-klimaat van de jaren '80 van de vorige eeuw leidde er toe dat de partijen met radicaal linkse opvattingen steeds minder stemmen trokken. In 1977 was bij de Tweede-Kamerverkiezingen het aantal zetels van de kleine linkse partijen al geslonken van 16 naar 6 zetels. Vanaf dat moment gingen er dan ook stemmen op bij de kleine linkse partijen om samen te gaan werken.

Gezamenlijke lijst
Die samenwerking kwam pas bij de voorbereiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 1989. Drie jaar eerder waren de CPN en de EVP uit de Tweede Kamer verdwenen. Op initiatief van de PSP, die daarvoor jarenlang een daadwerkelijke samenwerking tussen de vier linkse partijen in de weg stond, werd er gewerkt aan een gezamenlijk optreden voor de landelijke verkiezingen van 1990. Door de vroegtijdige val van het kabinet-Lubbers in 1989 werd het samenwerkingsproces versneld en werd besloten gezamenlijk onder de naam 'GroenLinks' aan de verkiezingen deel te nemen. De kandidatenlijst bestond voornamelijk uit oude gezichten: Ria Beckers van de PPR, Andree van Es van de PSP en Ina Brouwer van de CPN. De eerste onafhankelijke kandidaat was Paul Rosenmöller, toen nog vakbondsleider in Rotterdam.

De eerste vijf jaar
Ondanks een teleurstellende verkiezingsuitslag (GroenLinks behaalde zes zetels), werd tot een nauwere samenwerking besloten. Dat leidde uiteindelijk tot de oprichting van de nieuwe partij. In de loop van 1991 hieven de oorspronkelijke partijen zich op.
In 1993 legde Ria Beckers het voorzitterschap neer. Peter Lankhorst nam het tijdelijk over. Voor de verkiezingen van 1994 konden de partijleden via een referendum een nieuwe lijsttrekker aanwijzen. Dat werd het duo Ina Brouwer-Mohammed Rabbae. De uitslag was erg teleurstellend; de partij verloor een zetel en kwam uit op vijf zetels. Ina Brouwer stond haar zetel in de Tweede Kamer af en Paul Rosenmöller werd gekozen tot fractievoorzitter.

Succes
In de tweede helft van de jaren '90 wierp de partij zich op als een volwaardige oppositiepartij, mede ook omdat het CDA, de grootste oppositiepartij, slecht aan haar nieuwe rol kon wennen. Onder aanvoering van Rosenmöller voerde de nieuwe fractie van GroenLinks een 'kwaliteitsoppositie' tegen het Paarse kabinet. GroenLinks was voortaan niet zomaar ergens tegen, maar zou altijd met een haalbaar en financieel onderbouwd alternatief komen. Deze rol als oppositiepartij ging GroenLinks goed af, mede door het charismatische optreden van Rosenmöller. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 wist de partij haar zetelaantal meer dan te verdubbelen: van 5 naar 11 zetels. Hoewel in de formatieperiode wel eens werd gespeculeerd over deelname van GroenLinks aan een centrumlinkse coalitie met PvdA en CDA, bleek dit geen serieuze optie. In augustus 1998 startte Paars 2.

Verkiezingscampagne 2002
Na 11 september 2001 veranderde het maatschappelijke klimaat in Nederland. De bevolking werd steeds kritischer over de multiculturele samenleving. Vooral de islam kwam door de aanslagen in een kwaad daglicht te staan. Pim Fortuyn speelde daar handig op in en lanceerde zich als de nieuwe minister president. Eerst als lijsttrekker van Leefbaar Nederland en later van Lijst Pim Fortuyn (LPF) klom hij in de opiniepeilingen tot ongekende hoogten. Paul Rosenmöller, die opnieuw tot lijsttrekker van GroenLinks was gekozen, was de enige politicus die in het debat Fortuyn kon verslaan. In de peilingen steeg de partij weer tot vijftien zetels. De moord op de populaire Fortuyn door een milieuactivist, een week voor de verkiezingen, deed het politiek systeem in Nederland schudden op haar grondvesten. De rechtse partijen behaalden bij de verkiezingen van mei 2002 flinke winst. Nieuwkomer LPF sprong in een keer naar 26 zetels in de Tweede Kamer. GroenLinks zag de voorspelde winst verdampen en moest een zetel inleveren.

Tegenwind
Het politieke landschap wijzigde dramatisch in 2002. De nieuwe regering  van CDA, VVD en LPF viel echter reeds in september van datzelfde jaar. Dus binnen een jaar, op 22 januari 2003, moest het Nederlandse volk opnieuw naar de stembus. Vlak voor de aanvang van de campagne trok partijleider Paul Rosenmöller zich terug, waarna Femke Halsema de fakkel overnam. De politieke wind zat nog steeds tegen. Ondanks een goede inzet van Halsema verloor GroenLinks bij de verkiezingen twee zetels. De fractie van GroenLinks was met acht zetels vertegenwoordigd in het nationaal parlement.

GroenLinkse Lente
In 2004 startte binnen GroenLinks een ideologische discussie over de koers van links in het algemeen en de partij in het bijzonder. Femke Halsema claimde dat haar partij de laatste "linkse liberale partij van Nederland is". In 2006 werd Halsema opnieuw lijsttrekker. Bij de verkiezingen van 22 november 2006 leverde GroenLinks nog een zetel in en kwam uit op zeven. Daarna kwam de brede discussie binnen de partij over de koers echt op gang (o.a. via 'Discussie in de Tent' in september 2007 en Scoren in de Linkerbovenhoek, het rapport-Van Ojik (download rapport, download reactie bestuur, pdf), lees de reactie van de fractievoorzitter Tweede Kamer). Een van de resultaten was een gedeelde visie op GroenLinkse politiek: optimistisch, vernieuwend, oplossingsgericht en concreet. Dat dit effect had, bleek bij de verkiezingen van 2009 (Europarlement, van twee naar drie zetels) en 2010 (gemeenteraad en Tweede Kamer, GroenLinks haalde toen tien Kamerzetels binnen). Ook meldden zich veel nieuwe leden aan.

Nieuwe fractievoorzitter

Op 17 december 2010 werd Femke Halsema opgevolgd door Jolande Sap als fractieleider in de Tweede Kamer. De fractie stond al snel voor een lastige keuze: al of niet akkoord gaan met de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz. Zowel binnen de fractie als binnen de partij als geheel was hiertegen weerstand.

Op 23 april 2012 bood premier Mark Rutte het ontslag van het voltallige kabinet aan. Eind april 2012 sloot de Tweede Kamerfractie van GroenLinks een akkoord met de VVD, CDA, D66 en ChristenUnie over de begroting voor 2013; het zogeheten 'Lente-akkoord'. Nederland kon daardoor voor de deadline van eind april een bezuinigingspakket naar de Europese Commissie in Brussel sturen. Ook op het Lente-akkoord volgden zowel bijval als kritiek.

Op 6 juni 2012 werd Sap bij een intern ledenreferendum gekozen tot lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2012. GroenLinks behaalde bij de parlementsverkiezingen in september 2012 vier zetels.

Nasleep verkiezingen 2012

Het partijbestuur stelde een commissie in om het verkiezingsresultaat te evalueren. Vijf oktober zegde het partijbestuur het vertrouwen in Jolande Sap op. Een dag daarna trad het partijbestuur af. Bram van Ojik volgde Jolande op als fractievoorzitter.

Op 16 oktober werd een interim-bestuur benoemd, dat het partijcongres op 3 maart voorbereidde, waar de leden een nieuw partijbestuur kozen en zich uitspraken over de verbeteringsvoorstellen op basis van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie (commissie-Van Dijk).

Verder lezen

Meer over de geschiedenis van de eerste twintig jaar GroenLinks lees je in de bundel "Van de straat naar de staat? GroenLinks 1990-2010." Redactie: Paul Lucardie en Gerrit Voerman. Boom (2010). 269 pagina's. ISBN 978 94 6105 360 2 (te koop in de webwinkel)

Voor wie minder tijd heeft: lees het artikel "Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden" (Simon Otjes, 12 maart 2012) op de site van Bureau de Helling, het Wetenschappelijk Bureau Groenlinks.