Bedrijven moeten in Rusland vrijlating Greenpeace-activisten bepleiten

Bram van Ojik vindt het onbegrijpelijk dat minister Timmermans niet bereid is bedrijven die sinds maandag onder leiding van de ministers Ploumen en Schippers op handelsmissie in Rusland zijn te wijzen op hun verantwoordelijkheid om de zaak van de Greenpeace activisten bij de Russische autoriteiten te bepleiten. Zij zijn daar volgens OESO-richtlijnen wel toe verplicht.

Onder de club van bedrijven die in Rusland op zoek zijn naar lucratieve orders in sectoren als luchtvaart en energie behoren Gasterra, voor 25 procent van Shell, en Gasunie. De zogenoemde OESO-richtlijnen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemendschap zijn glashelder. Bedrijven moeten de internationaal erkende mensenrechten respecteren en inbreuken daarop van derden te helpen voorkomen of aan te pakken als zij zich voordoen. 

 

“Ik begrijp natuurlijk heel goed dat er grote economische belangen op het spel staan. Rusland is onze grootste olieleverancier. Rotterdam is voor Rusland de belangrijkste doorvoerhaven. Shell en Gazprom boren er samen lustig op los,  Gasunie  wil zijn belangen uitbreiden in de Russische pijpleidingen die de olie naar het Verenigd Koninkrijk brengt. Maar een kabinet dat de mond vol heeft van mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen kan, als het er dan een keer op aan komt, natuurlijk niet weg lopen voor zijn verantwoordelijkheid: het zal van bedrijven moeten vragen zich uit te spreken.”