Belastingplan 2015

De discussie over het Nederlandse belastingstelsel is in volle gang. Als het aan GroenLinks  ligt zal in dat nieuwe belastingstelsel grotere vermogens zwaarder belast worden en zullen multinationals reële belastingtarieven gaan betalen. Bij het debat over het belastingplan voor volgende jaar in de Eerste Kamer onderbouwde Margreet de Boer de GroenLinkse wens dat vergroening en duurzaamheid expliciet doelstellingen worden in de belastingherziening. Haar motie over het bevorderen van duurzaamheid als een doelstelling van de herziening van het belastingstelsel, is verworpen.
Lees hier haar spreektekst.

Beleidsarm

Het belastingplan 2015 is een tamelijk beleidsarm belastingplan. Geen grote beleidswijzigingen of verschuivingen, maar een beperkt aantal maatregelen, met voor zover het er naar uitziet beperkte inkomenseffecten (hoewel deze voor degenen waar het om gaat natuurlijk alsnog ingrijpend kunnen zijn).

Het debat over een dergelijk beleidsarm belastingplan kun je op verschillende manieren voeren. Je kunt in detail de maatregelen bespreken die er wel in zitten, of je kunt het hebben over het feit dat het plan zo beleidsarm is, terwijl de noodzaak tot een herziening van ons belastingstelsel breed wordt gevoeld.

Het eerste draagt het risico in zich dat je in technische discussies verzeilt raakt; voor het tweede is het wel nodig dat je gesprekspartner ook verder wil kijken dan dit belastingplan zelf. Wat in dit geval maar in zeer beperkte mate het geval is, getuige de antwoorden op de schriftelijke vragen.

Voorzitter, ik zal het allebei een beetje doen.

Belastingherziening

In het kader van de aanstaande belastingherziening zal ik iets zeggen over de belasting op vermogen en de fiscale vergroening, en ik zal iets meer in detail ingaan op de energiebelasting.

Zoals ik al zei: vriend en vijand is het er over eens dat er een belastingherziening moet komen. Ook lijkt er consensus te zijn dat arbeid minder belast moet worden. Maar daar houdt de eensgezindheid wel op, niet op de laatste plaats binnen de huidige coalitie van PvdA en VVD.

Moet vermogen zwaarder belast worden, en zo ja hoe dan? Via een -zwaardere- belasting van de vermogensverwerving of aanwas, via een heffing op het reële rendement? En moet ook hiervoor een progressief stelsel gaan gelden waarbij grote vermogens zwaarder belast worden? En hoe zit het met de vermogens van ondernemingen?

Moet Nederland verdergaande maatregelen nemen om belastingontwijking tegen te gaan en ervoor te zorgen dat ook multinationals reële belasting betalen?

Moeten fiscale maatregelen verder bijdragen aan de verduurzaming van de economie, en wat betekent dat dan voor de belasting van fossiele brandstoffen versus duurzame energie, en van grootverbruik versus kleinverbruik?

De regering heeft een startnotitie geschreven, en gaat nu op bezoek bij politieke partijen en maatschappelijke organisaties, in de hoop begin 2015 met uitgewerkte plannen te kunnen komen. Dat is mooi. Participatiepolitiek, polderen, draagvlak. Niets mis mee. En het is te hopen dat het het kabinet op basis van alle input wel lukt om met samenhangende plannen te komen, die het brede draagvlak hebben wat nodig is om ze door het parlement te loodsen.

Zoals de staatssecretaris inmiddels van Jesse Klaver, mijn collega aan de overkant, zal hebben begrepen heeft GroenLinks goede ideeën over de herziening van het belastingstelsel.

Belasten van vermogen

Als het aan GroenLinks ligt gaan we inderdaad grotere vermogens zwaarder belasten, en gaan we snel op zoek naar de manier waarop we dat zo goed mogelijk kunnen doen, waarbij we gebruik maken van ervaringen van anderen. In dat verband vind ik het ook jammer dat de staatssecretaris onze schriftelijke vraag om niet alleen te onderzoeken hoe andere landen inkomsten uit vermogen belasten, maar ook te kijken of en hoe de aanwas van vermogen belast wordt niet heeft beantwoord. Misschien dat de staatssecretaris alsnog de toezegging kan doen om ook dat punt mee te nemen in zijn onderzoek?

Over het aanpakken van belastingontwijking en het reëel belasten van de winsten van multinationals hebben we reeds vele malen de degens gekruist met het kabinet. En we zullen dat blijven doen, want wij vinden het onacceptabel dat grote ondernemingen er met hulp van de Nederlandse fiscus in slagen om vrijwel geen belasting te betalen. En natuurlijk moet de aanpak van belastingontwijking vooral in internationaal verband gebeuren, maar dan verwachten wij wel van dit kabinet dat daadwerkelijk initiatief wordt getoond, dat plannen worden gesteund, en dat actief wordt meegedacht met en binnen de OESO en de EU. Zodat wij niet langer signalen krijgen dat Nederland dwarsligt bij de aanpak van belastingontwijking, maar juist dat Nederland hierin voorop loopt. Kan de staatssecretaris ons verzekeren van zijn persoonlijke inzet op dat punt?

Fiscale vergroening

Vorige week werd bekend wat we eigenlijk al wisten: Nederland scoort slecht op de Climate Change Performance Index. Heel slecht zelfs; van de EU-landen scoorde alleen Estland nog slechter. Deze slechte performance lijkt echter geen enkele effect te hebben op de duurzaamheidsambities van dit kabinet, dat zich slechts verschuilt achter een energie-akkoord waarvan al lang duidelijk is dat het ontoereikend is. Het kabinet predikt in beleidsstukken mooie woorden over groene groei en het toewerken naar een circulaire economie, maar vult deze woorden niet met maatregelen, waarmee de mooie woorden loze kreten blijven.

Dat geldt ook voor de fiscale vergroening.

De GroenLinks fractie vindt het een gemiste kans dat vergroening en duurzaamheid niet als expliciet doel van de belastingherziening wordt genoemd, waar bevordering van werkgelegenheid en economische groei dat wel zijn, naast vereenvoudiging. Duurzaamheid maakt volgens de regering wel deel uit van de belastingherziening, één van de keuzes betreft het verschuiven van belastingdruk van arbeid en ondernemen naar belastingdruk, maar slechts voor zover het past binnen de overige doelstellingen. Dat betekent dus dat voor dit kabinet vereenvoudiging van de belastingen, werkgelegenheid en economische groei belangrijker zijn dan duurzaamheid. Volgens ons is dat een kortzichtige keuze. We zullen de omslag moeten maken naar een duurzame, uiteindelijk circulaire economie. En dat gaat niet vanzelf. Als een bepaalde belastingmaatregel daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren, zullen we die maatregel moeten overwegen, ook als deze het stelsel niet vereenvoudigt. En als we de omslag naar een duurzame samenleving willen maken, is niet elke economische groei gewenste groei. Naar onze overtuiging zou de duurzaamheidsdoelstelling bij de belastingherziening minstens even zwaar moeten tellen als die van werkgelegenheid en economische groei. Pas als dit gelijkwaardige criteria zijn, kan een goede afweging gemaakt worden wat in een specifiek geval zwaarder moet wegen, als niet alle doelstellingen tegelijkertijd kunnen gelden.

In het antwoord op onze schriftelijke vragen heeft de staatssecretaris gezegd dat het kabinet niet gekozen heeft voor duurzaamheid als hoofddoelstelling omdat bij duurzaamheid de oplossing niet noodzakelijkerwijs gezocht moet worden in de fiscaliteit overtuigt ons niet. Ditzelfde geldt immers ook voor werkgelegenheid en economische groei; ook daarvoor moet de oplossing niet noodzakelijkerwijs gezocht worden in de fiscaliteit.

Ik vraag de staatssecretaris daarom nogmaals of hij bereid is om bij de belastingherziening duurzaamheid op te nemen als hoofddoelstelling, naast de vereenvoudiging en naast de inhoudelijke criteria werkgelegenheid en economische groei.

Energiebelasting

Zoals bekend is GroenLinks van oordeel dat juist op het punt van de energiebelasting een omslag gemaakt kan worden richting 'de vervuiler betaalt'. Door veel meer dan nu het geval is de CO2 uitstoot te belasten. Dat kan, en moet, op twee manieren: door energie uit fossiele brandstoffen zwaarder te belasten dan die uit duurzame bronnen, en door de enorme belastingvoordelen voor grootverbruikers te verminderen.

Het kabinet geeft weliswaar aan ook het uitgangspunt te hanteren dat de vervuiler betaalt, maar geeft vervolgens zoveel mitsen en maren, dat het maar de vraag is of er ooit een wezenlijke stap gezet kan worden naar een evenwichtiger energiebelasting. Een duurzaamheidsdoelstelling zou hierbij naar onze overtuiging kunnen helpen. En natuurlijk is het internationale speelveld van belang; maar dat is niet iets waar je je eindeloos achter kunt verschuilen. Zeker niet als land dat de rijen sluit op de klimaatprestaties. De vraag is helder: wat gaat het kabinet doen om de energiebelasting op termijn zo om te vormen dat de belasting meer dan nu gekoppeld is aan de daadwerkelijke CO2 uitstoot, zowel op nationaal niveau als in internationaal verband?

Ik wil in dit verband wel opmerken dat mijn fractie blij is met het door het kabinet gegeven antwoord dat het niet de expliciete lange termijndoelstelling heeft dat de totale opbrengst van de energiebelasting gelijk moet blijven. Een dergelijke doelstelling zou de combinatie van een fiscale bevordering van duurzame energie en een vergroting van het aandeel duurzame energie immers nogal kunnen belemmeren.

Voorzitter, in de schriftelijke vragen en antwoorden heb ik een nogal technische discussie met de staatssecretaris gevoerd over de energiebelasting, en met name de nieuwe vormgeving van artikel 50 en 53 van de Wbm.

Laat ik beginnen met de opmerking dat we blij zijn met de mogelijkheid dat ook ondernemers deelnemen aan coöperaties die gebruik kunnen maken van belastingvoordelen voor lokaat opgewekte duurzame energie, en met de uitbreiding van de vrijstelling voor de opwekking van duurzame energie 'achter de meter' voor verhuurders van woningen.

Volgens de staatssecretaris zijn de overige wijzigingen van de regeling vooral technische wijzigingen, die de belasting verleggen van de gebruiker naar de leverancier. Er zou geen sprake zijn van inhoudelijke wijziging van de situaties waarvoor wel of geen vrijstelling geldt. Uit het veld ontvangen wij andere signalen; zo zouden sommige ontzorgconstructies nu nog wel gebruik kunnen maken van de vrijstelling, maar straks niet meer. Dat zou met name gelden voor die constructie waarbij de gebruiker per Kwh betaalt aan de ontzorgende partij.

Op mijn vraag welke ontzorgconstructies wel en welke geen gebruik kunnen maken van de belastingvrijstelling, heb ik geen duidelijk antwoord gekregen van de staatssecretaris (anders dan dat hij de criteria van de wet herhaalt en herhaalt dat er geen sprake is van inhoudelijke wijzigingen). Voor de praktijk is het echter wel van belang hierover duidelijkheid te krijgen. Ik probeer het daarom nog een keer. Kan de staatssecretaris aangeven bij welke ontzorgconstructies wel, en bij welke geen vrijstelling van de energiebelasting verkregen kan worden; thans en na 1 januari 2015? Is het criterium of afgerekend wordt per opgewekte Kwh hierbij doorslaggevend, of gelden er (ook) andere criteria? Kunnen gebruikers die niet per opgewekte Kwh betalen maar een vaste lease-prijs er van op aan dat zij gebruik kunnen maken van de vrijstelling? En kunt u verzekeren dat van alle gebruikers die nu een vrijstelling hebben, straks de leverancier een vrijstelling krijgt, mits de leveringsconstructie niet verandert?

Wij zien de antwoorden van de staatssecretaris met belangstelling tegemoet.