De zorg moet van ons allemaal zijn

‘Wij wensen jullie een gelukkig en gezond 2017’. Niet voor niets is dat wat we elkaar toewensen aan het begin van het jaar: ‘gezondheid’. Maar is dat ook waar het kabinet de laatste jaren aan gewerkt heeft? 

Iedereen kent de verhalen uit de eigen omgeving. Een dementerende vader die vastgebonden wordt op zijn bed in het verpleeghuis, omdat er geen tijd is om hem door de dag heen te begeleiden. Een moeder met reuma die door een ongeluk met een gebroken arm niet te lang in het ziekenhuis mag blijven, maar naar een revalidatiecentrum moet en daar aan haar lot wordt overgelaten. Die niet op tijd wordt geholpen met eten of naar het toilet gaan. 

"Het raakt ons allemaal. Het zijn onze naasten waar we zelf niet voor kunnen zorgen."

Dat geeft een gevoel van onmacht en we worden boos als de zorg tekortschiet. En dan zegt premier Rutte dat hij naar een participatiesamenleving streeft. Zijn opdracht: u moet meer zelf voor uw naasten zorgen, want het kabinet kan dat niet betalen. Wij moeten bezuinigen.

We kennen ook de verhalen van mensen die zorg leveren. Die doen hun stinkende best. Die werken in de zorg vanuit hun eigen idealen, hun eigen motivatie om mensen te helpen. Zij moeten tegenwoordig een kwart van hun tijd besteden aan het invullen van formulieren. Voor hun managers. Voor andere instellingen. Voor verzekeraars. Voor gemeenten. Waar al die informatie voor nodig is, niemand heeft een idee. Al die formulieren helpen de zorg niet, ze frustreren die juist. Verplegers en dokters die de hele dag aan het vinken zijn in plaats van aan het zorgen. Dat geeft een gevoel van tekortschieten, een gevoel van niet serieus genomen worden als gepassioneerde professional. En dan zegt een zorgeloze premier dat wij het beste stelsel ter wereld hebben, omdat wij door markwerking en concurrentie de kosten beperken. De zorg als beheersbare kostenpost voor het kabinet.

En dan kennen we de verhalen van de mensen die niet naar de dokter durven omdat het eigen risico voor hen te hoog is geworden, die in de schulden komen omdat ze de zorgpremie niet meer kunnen betalen, die een deel van de zorgtoeslag moeten terugbetalen omdat er een fout is gemaakt in de formulieren. En dit treft dan juist de mensen in onze samenleving die het meest kwetsbaar zijn. Ze zien dat het kabinet Rutte/Asscher hard heeft bezuinigd op de zorg. De kwaliteit van de zorg staat onder druk en de toenemende kosten moeten door mensen zelf worden gedragen. Door die paradox voelen zij zich in de steek gelaten. Dat is niet gek. 

"Op het nieuwjaarskaartje van het kabinet Rutte staat: ‘Wij wensen u een goedkoop 2017 en wat betreft uw gezondheid: zoek het zelf maar uit’."

Juist in de zorg hoort het te gaan om waarden als solidariteit en een gevoel van gemeenschappelijkheid. Niet ieder voor zich, maar samen voor elkaar. Het economisme van de VVD in de zorg heeft voor egoïsme in de samenleving gezorgd. Daar we moeten we een einde aan maken. Mensen willen voor elkaar zorgen.

Voor Mark Rutte is de zorg een pindakaasfabriek

Wat gaat er toch mis? Waarom werkt het kabinet niet aan dat wat voor mensen het meest belangrijk is: gezondheid? Waarom wordt het overgelaten aan de markt? De architect van het huidige zorgstelsel was toenmalig VVD-minister Hans Hoogervorst. Het is in 2006 ingevoerd. Het was terecht dat de tweedeling tussen ziekenfondspatiënten en mensen met een hoger inkomen die privaat verzekerd waren, werd afgeschaft. Daarmee werden verschillen in de zorg voor mensen met een hoger en voor mensen met een lager inkomen verminderd. En dat principe was en is hartstikke goed. In de wachtkamer krijgen mensen met hoge inkomens nu niet meer voorrang boven de oude ziekenfondspatiënten. Maar tegelijkertijd is er bewust economisme in het stelsel geduwd: het werd gebaseerd op marktwerking en concurrentie. Het idee was dat dit zorgt voor beheersing van de kosten door efficiëntere zorg, terwijl de kwaliteit op peil zou blijven. Zo werkt het niet.

"Als je het aan de markt overlaat dan krijg je precies dat waar je om vraagt: vechten om klanten in plaats van zorgen voor burgers."

Het gaat niet om de kwaliteit van zorg maar om de kwantiteit: hoe meer zorg, hoe meer geld. Ziekenhuizen en zelfstandige specialisten zijn door het systeem gericht op het verhogen van hun omzet en hun inkomen om te voldoen aan de eisen van verzekeraars en banken. Verzekeraars concurreren met elkaar om de goedkoopste klanten: jong, gezond en hoogopgeleid. Dit leidt tot een woud aan polissen en een jaarlijks circus om mensen te verleiden over te stappen van verzekeraars. Dat kost heel veel reclamegeld en menskracht die alles behalve leidt tot betere zorg en zeker tot meer onnodige kosten. En in de onderhandelingen tussen de ziekenhuizen en de verzekeraars gaat het maar om één ding: geld. Over kwaliteit wordt veel te weinig gesproken.

Het kabinet heeft krampachtig vastgehouden aan het principe van concurrentie in het stelsel, namelijk dat aanbieders van zorg met elkaar concurreren, dat verzekeraars met elkaar concurreren en dat verzekeraars jaarlijkse contracten afsluiten met aanbieders van zorg. Mensen moeten jaarlijks hun zorgpolis kiezen. Dit stelsel leidt niet alleen tot ondermaatse zorg, maar ook tot een omvangrijke bureaucratie. Mensen hebben het gevoel dat verzekeraars het voor het zeggen hebben en dat de zorg niet van ons allemaal is. Het huidige kabinet Rutte/Asscher heeft hard bezuinigd om de overheidsuitgaven voor de zorg te beperken: sinds 2012 ongeveer 10 miljard euro. De helft daarvan is echter verkregen door het verschuiven van zorgkosten naar individuele burgers via een forse verhoging van het eigen risico, meer eigen betalingen en beperking van de zorgtoeslag voor middeninkomens. De zorgkosten worden helemaal niet in de hand gehouden, maar verschoven naar burgers, vooral naar mensen met lage inkomens en mensen die zorg het meest nodig hebben. De grootste bezuinigen kwamen terecht bij de wijkverpleging, de huishoudelijke zorg en maatschappelijke begeleiding van ouderen en mensen met een beperking. De betaalbaarheid en de toegankelijkheid is daarmee onder druk komen te staan. De solidariteit in het stelsel wordt sluipenderwijs verminderd en dat hebben mensen dondersgoed in de gaten.

We hebben een stelsel dat niet van en voor ons allemaal is, een stelsel waarin we niet samenwerken en voor elkaar zorgen, maar dat gericht is op productie en concurrentie voor ‘de klant’. We hebben een stelsel waarin zorgmedewerkers, of het nu de huisarts, de thuiszorgmedewerker, de verpleegkundige of de arts in het ziekenhuis is, niet geholpen worden om met passie hun deskundige werk te doen, namelijk voor mensen zorgen, maar als productiemachines die met formulieren en stopwatches in de gaten moeten worden gehouden. 

We hebben een stelsel waarin mensen niet gezien worden als mensen die zorg nodig hebben, maar als consumenten van een product. En waarin Mark Rutte zich opstelt als de CEO van de Nederlandse zorg BV, alsof het een pindakaasfabriek is.

Het kan en moet anders: onze principes

De zorg is geen product of een markt, maar een collectief goed, cruciaal voor onze samenleving, voor hoe we met elkaar samenleven. Het is van ons allemaal. Het zou van ons allemaal moeten zijn. We krijgen er allemaal vroeg of laat mee te maken. Aanbieders en werknemers zijn geen fabrieken en productiewerknemers, burgers en patiënten zijn geen consumenten of klanten. We moeten daarom de organisatie van de zorg veranderen. Dat doen we door andere principes centraal te stellen. Geen privatisering van kosten, maar solidaire financiering via de belastingen. Niet marktwerking en concurrentie, maar samenwerking tussen instellingen en sturing op kwaliteit door de overheid. Geen bureaucratische controle, maar vertrouwen op professionaliteit. Niet sturen op de hoeveelheid zorg, maar op de kwaliteit van de te leveren zorg. Niet bezuinigen op zorg voor ouderen en mensen met een beperking, maar investeren in juist de zorg voor deze kwetsbare mensen. Dat is een kwestie van beschaving. Zo wordt de zorg weer van ons allemaal.

1. We financieren de zorg eerlijk en solidair

Het terugbrengen van de solidariteit in de zorg begint met de vaststelling dat de zorg ons grootste collectieve goed is. Op dit moment wordt de zorg gezien als een autoverzekering waarvoor hoge premies moeten worden betaald. GroenLinks wil dat de zorg vooral uit de algemene middelen wordt bekostigd en niet via premies. We schaffen de werkgeverspremies en het eigen risico af. De nominale zorgpremie wordt drastisch verlaagd, met zo’n duizend euro per jaar. De zorg wordt vooral betaald uit belastinginkomsten, zoals ook het onderwijs of de uitgaven voor infrastructuur gefinancierd worden. Via het belastingstelsel dragen bovendien zoals het hoort in een solidair land de hoogste inkomens de zwaarste lasten. De zorgkosten voor mensen met lage en middeninkomens gaan fors naar beneden. Dan is ook de zorgtoeslag niet meer nodig als bureaucratisch systeem dat alleen maar geld rondpompt.

2. We pakken het economisme in de zorg aan

De norm in de organisatie van de zorg wordt samenwerken, tussen huisartsen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Artsen komen in loondienst van ziekenhuizen. We stappen af van volumefinanciering in de ziekenhuiszorg – via de papieren werkelijkheid van de DBCs/DOTs (u bent niet de enige die niet weet wat dit zijn) – en gaan over naar financiering op basis van kwaliteit door afspraken te maken over de te leveren zorg. Zo pakken we bureaucratie, verspilling en overbehandeling in ziekenhuizen en verpleeghuizen aan. De wildgroei aan nieuwe poliklinieken en behandelcentra wordt kritisch bekeken en beperkt. We gaan naar meerjarenafspraken met ziekenhuiszorg, ouderenzorg en de thuiszorg, gebaseerd op kwaliteit en regionale zorgbehoefte. Het jaarlijkse aanbestedingscircus voor de thuiszorg, dat voor veel onzekerheid bij instellingen en medewerkers leidt, verdwijnt. Flexcontracten kunnen voor laagbetaalde zorgmedewerkers dan weer omgezet worden in vaste contracten. Ook gemeenten en zorgverzekeraars gaan verplicht samenwerken. Zorgaanbieders hoeven dan niet meer op verschillende manieren, aan verschillende instanties en met verschillende formulieren verantwoording af te leggen over geleverde zorg. We beperken het aantal polissen zodat mensen weer overzicht krijgen en een echte keuze kunnen maken. Er komt per verzekeraar één restitutiepolis en één naturapolis.

3. We investeren in de zorg en verhogen de kwaliteit

We verhogen de kwaliteit van de zorg door vooral in de zorg voor ouderen en mensen met een beperking te investeren. Veel meer personeel verhoogt de kwaliteit van leven voor de meest kwetsbare mensen, omdat zij dan betere zorg en meer aandacht krijgen. Mensen moeten ook als ze hulpbehoevend zijn regie houden over het eigen leven. Daarvoor is het persoonsgebonden budget belangrijk. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat mensen zelf keuzes kunnen maken in de samenhang tussen zorg, wonen en participatie. Mensen moeten ook kunnen kiezen tussen thuis blijven wonen met zorg en ondersteuning of in zorglocaties die bij voorkeur kleinschalig zijn ingericht in woonwijken. Waar in de ziekenhuizen, poli en behandelcentra ruimte is om te bezuinigen op overbehandeling en overcapaciteit moet in vooral de ouderenzorg heel veel geld extra geïnvesteerd worden. De afgelopen kabinetsperiode zijn er zestigduizend handen aan het bed verdwenen. Dat had niet mogen gebeuren. GroenLinks wil dat er de komende periode minimaal honderdduizend extra banen in de zorg worden gerealiseerd.

De zorg is geen markt, maar van ons allemaal

Dat bedrijven met elkaar concurreren om de kopers van hun telefoons of autoverzekeringen is prima. En het verbaast niemand dat er dan gesjoemeld wordt met software of gegoocheld met getallen om meer winst te maken. Maar dat wensen we onze gezondheid toch niet toe? Dat is een collectief goed dat we niet overlaten aan de markt. Minder marktwerking, meer samenwerking, een solidaire financiering en het leveren van de best mogelijke zorg daar waar die het meest passend is voor ons. Dat is de cruciale verandering in de zorg, zonder het stelsel volledig aan de kant te zetten. De verzekeraars blijven een bemiddelende rol houden maar de overheid neemt weer verantwoordelijkheid. Zo verbeteren we de kwaliteit, de transparantie en de toegankelijkheid van de zorg voor iedereen.

Toch zal deze fundamentele verandering niet zonder slag of stoot gaan. We zullen af moeten van het marktfetisjisme van liberale partijen als de VVD. De VVD wil zelfs winstuitkeringen mogelijk maken voor ziekenhuizen en verzekeraars. 

"De zorg is geen markt en je moet het ook niet aan de markt overlaten. Uw gezondheid is geen telefoon of auto."

Natuurlijk gaat er tegenwind komen van commerciële bedrijven die willen verdienen aan de zorg. Grote farmaceuten en investeerders, maar ook kleinere zelfstandige behandelcentra. Tegen hen zeggen we: als u winst wilt maken gaat u maar telefoons of autoverzekeringen verkopen, maar de zorg en de gezondheid die is van ons allemaal. En tenslotte zal er tegenwind komen vanuit Europa. In Europese regels is vastgelegd dat als de zorg privaatrechtelijk wordt georganiseerd zoals in ons land het geval is, de overheid weinig beperkingen kan opleggen aan private verzekeraars. Daarmee neemt GroenLinks geen genoegen. Onze principes maken van de zorg weer een collectief goed waarvoor we als politiek verantwoordelijk zijn. De macht van verzekeraars wordt beperkt. In de zorg zelf krijgen de professionals meer vertrouwen en meer te zeggen over hoe zij hun werk doen. Mensen die zorg nodig hebben krijgen zo de beste zorg en echte keuzevrijheid.

GroenLinks wenst u een gezond 2017!

- Jesse Klaver