Geen genoegen met antwoorden zaak Gonggrijp

GroenLinks neemt geen genoegen met de antwoorden van minister Rosenthal op de eerder gestelde schriftelijke vragen over mogelijke Amerikaanse strafvervolging van Rop Gonggrijp. “Nederland moet niet alleen pal staan voor alle Nederlanders maar ook voor de vrijheid van informatie- en media,” zegt Tweede Kamerlid Mariko Peters. GroenLinks heeft inmiddels schriftelijke vervolgvragen gesteld.

GroenLinks wil ondermeer weten of de minister opheldering gaat vragen, zoals de IJslandse regering heeft gedaan over een IJslandse parlementariër in dezelfde zaak.

Peters: “Het is gênant dat de regering de mogelijkheid openlaat om Gonggrijp ooit aan de Amerikaanse autoriteiten uit te leveren. Dat terwijl wereldwijd in de pers is uitgemeten hoe Bradley Manning onmenselijk wordt behandeld. Het getuigt van een wereldvreemde blik als de minister zegt daar niets over te weten. Eigenlijk verklaart de minister hiermee mensen als Gonggrijp en Manning vogelvrij.”

GroenLinks wil weten wat dan wel argumenten zijn van de minister om medewerking door Nederland, aan een verzoek om rechtshulp of uitlevering, wel uit te sluiten.

Peters: “Minister Rosenthal toont zich weer te passief en laconiek. Daar nemen wij geen genoegen mee. Voor informatievrijheid en een meer menswaardige behandeling van verdachten moet je niet alleen in Arabische landen, maar ook in eigen land en bij bondgenoten in de bres springen.”

Vervolgvragen van het lid Peters (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse zaken over mogelijke Amerikaanse strafvervolging van Rop Gonggrijp, n.a.v. de antwoorden van de minister op vragen van de leden ElFassed en Dibi (GL)

1.      Hoe geloofwaardig is uw antwoord op vraag 5, dat u niet bekend bent met het detentieregime van de heer Manning, als daarover breed in de wereldpers is gepubliceerd en hierin aanleiding was voor de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken om af te treden?

2.      Vindt u het acceptabel dat met het oog op een mogelijke uitlevering van de heer Gonggrijp niet is uitgesloten dat hem een detentieregime te wachten staat vergelijkbaar met dat van de heer Manning?

3.      Wat verstaat u onder “voldoende rechtswaarborgen rondom een mogelijk strafproces”, zoals bedoeld in antwoord op vraag 7?

4.      Wat zijn, n.a.v. uw antwoord op vraag 7, argumenten om medewerking door Nederland aan een verzoek om rechtshulp of uitlevering wel uit te sluiten?

5. Waarom heeft u in navolging van de IJslandse ministers van Buitenlandse en Binnenlandse zaken de Amerikaanse autoriteiten niet om opheldering gevraagd over de stand van zaken van het strafrechtelijk onderzoek waarbij de heer Gonggrijp betrokken is geraakt? Bent u bereid dat alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?