GroenLinks wil honderdduizend Balkenende-banen

Femke Halsema wil werklozen aan het werk gaan helpen, door het kabinet te verleiden zogenaamde 'Balkenende-banen' te scheppen. Werkgevers die werkzoekenden in dienst nemen, krijgen 2 jaar lang een korting van 2.000 euro per jaar op de belasting en premies voor deze werknemers. Dit is een noodzakelijke maatregel in economische laagconjunctuur, om de scherpe oploop van de werkloosheid tegen te gaan.

Femke Halsema doet deze voorstellen vandaag tijdens het werkgelegenheidsdebat met de regering.

Een Balkenende-bonus van 2.000 euro Balkenende-banen zijn duurzame banen in de markt en in de publieke sector. Een werkgever krijgt een belasting- en premiekorting als hij een werkzoekende met een WAO-, WW- of bijstandsuitkering in dienst neemt. Deze 'Balkenende-bonus' bedraagt 2.000 euro per jaar. Dat is tweemaal zoveel als de huidige SPAK-regeling te bieden heeft. Bovendien richt deze nieuwe regeling zich specifiek op werkloze werkzoekenden. Het enige dat van de werkgever wordt gevraagd, is om de werknemer minimaal vier jaar in dienst te houden. Hij krijgt dan dus vier jaar een medewerker in dienst, voor de prijs van twee jaar werkgeverslasten.

Balkenende-banen zijn regulier en duurzaamIn tegenstelling tot de Melkert-banen, gaat het bij Balkenende-banen om echte, duurzame banen. Werkgevers krijgen de eerste twee jaar een fikse korting op de werkgeverspremies, waardoor zij in ieder geval tot en met 2006 verzekerd zijn van een betaalbare werknemer. Echter, in tegenstelling tot de huidige SPAK-regeling (welke door het kabinet op termijn wordt afgeschaft), is de voorgestelde regeling slechts tijdelijk. Hierdoor zorgt GroenLinks ervoor dat de Balkenende-bonus alleen wordt betaald voor werkzoekenden die, in deze moeilijke tijd een steuntje in de rug nodig hebben. Voor de werkzoekenden heeft de Balkenende-baan daarnaast als voordeel dat hij of zij een reguliere baan heeft met een regulier CAO-loon. Gemeenten kunnen fors besparen op de uitkeringslasten, en de opbrengsten investeren in -bijvoorbeeld- de uitbreiding van het aantal conducteurs, toezichthouders, onderwijsassistenten enzovoorts. Ook de uitkeringslasten van WW zullen, in verhouding tot de huidige explosieve groei van het aantal WW'ers, kunnen dalen. Zonder dat de duur en/of de hoogte van de uitkering aangetast hoeft te worden.

Balkenende laat werkloosheid exploderenSinds het aantreden van het kabinet Balkenende-2, zijn er meer dan honderdduizend werklozen bijgekomen. De werkloosheid groeit met meer dan tienduizend personen per maand, en het einde hiervan is nog niet in zicht. Het werkgelegenheidsbeleid van Balkenende werkt averechts: terwijl men banen zou moeten creëren, wordt de economie afgeknepen en daalt het aantal banen. Terwijl de vraag naar arbeid gestimuleerd zou moeten worden door arbeid goedkoper te maken, wordt juist de SPAK afgeschaft. Zo wordt het voor werkgevers nog moeilijker om mensen aan het werk te helpen en te houden.

Wat kost 't?Nu wordt jaarlijks 500 miljoen euro uitgegeven aan reïntegratie-programma's voor werkzoekenden, gemiddeld 4.000 euro per traject. UWV is hier voor tweederde voor verantwoordelijk (2003: 328 miljoen), voor de reïntegratie van WAO'ers en WW'ers. Gemeenten geven naar schatting bijna 200 miljoen per jaar uit aan reïntegratie-programma's. Femke Halsema stelt voor – onder het motto 'beter een Balkenende baan dan een reïntegratie traject' - om per jaar 200 miljoen euro uit te trekken voor de Balkenende-banen. Dat geld komt voor de helft uit het UWV-budget, en voor de helft van gemeenten komt. Op deze manier krijgen werkzoekenden een 'rugzakje' mee van tweemaal 2.000 euro. Hiermee kunnen honderddduizend mensen van een uitkering in een Balkenende-baan instromen.

Femke Halsema

Bijdrage Femke Halsema aan debat

Voorzitter,

Een opmerking vooraf.

Gisteren nam collega Van Aartsen in een lezing buiten de Kamer afscheid van het poldermodel. Het verbaast me zeer dat Van Aartsen zijn provocerende uitspraak van gisteren in het parlement vandaag niet herhaalt. Je zou bijna denken dat zijn ervaringen van de afgelopen weken hem bang hebben gemaakt, dat ook deze uitspraak niet ‘parlement-proof’ is.

Voorzitter,

Wij hebben drie hoofdbezwaren tegen het werkgelegenheidsbeleid van dit kabinet:

  1. Er is geen werkgelegenheidsbeleid.

Ondanks herhaalde verzoeken van onze zijde kan dit kabinet niet aangeven of en hoe zij banen wil scheppen. De werkloosheid stijgt dramatisch: elke maand 12.000 mensen erbij, oplopend tot 550 duizend in 2005. Volgens het CPB vertoont de arbeidsmarkt een uitgesproken somber beeld. De werkgelegenheid in de marktsector vertoont een nog grotere daling dan vorig jaar, namelijk met 2 ½ %, meer dan 100 000 arbeidsjaren. Volgens het CPB nam in de na-oorlogse periode alleen in 1982 het aantal arbeidsjaren in de marktsector sterker af.

Volgens de regering moet het aanbod van arbeid worden vergroot. Daartoe worden de inkomens en de inkomenszekerheid van mensen in de WAO (die De Geus afschaft), de bijstand en – als we minister Brinkhorst mogen geloven – de WW verminderd. Graag hierover duidelijkheid van de MP.

Als we alle mensen in deze uitkeringen bij elkaar tellen dan staan er inmiddels 1,5 miljoen aan de kant. Het kabinet lijkt te denken: als je de financiële omstandigheden van mensen maar voldoende verslechtert dan willen ze wel werken. ‘Vluchten kan niet meer’, zegt minister Brinkhorst. Dat klopt, zeg ik mijn naamgenoot Frans Halsema na: ‘ik zou niet weten waar naar toe’. Het grote probleem op de arbeidsmarkt zit namelijk niet in het aanbod, maar in de vraag. Er zijn gewoon geen banen. Er komen geen banen bij. Sterker, het kabinet staat toe dat het aantal banen snel en dramatisch vermindert.

  1. Het ontbreekt niet alleen aan de wil om banen te scheppen voor al die duizenden mensen die nu gedwongen thuis zitten of die op de tocht staan. Het lijkt ook te ontbreken aan inlevingsvermogen in het lot van al die mensen: hun gebrek aan perspectief, de angst niet meer aan de slag te komen, thuis achter de geraniums te moeten zitten en te verlangen naar een baan die er niet is. Werkgelegenheid is van groot belang, schrijft de MP, voor de versterking van ‘het economisch groeivermogen’. Dat is volstrekt waar èn daarom moet je banen scheppen. Maar werk is ook van  groot belang voor het levensgeluk van mensen, voor hun zelfrespect en  -waardering. ‘Arbeid adelt’, wist de vrouwenvereniging Tesselschade al aan het begin van de eeuw. Dat geldt ook nu, voor al die jongeren, vrouwen en allochtonen wiens arbeidsperspectief ronduit slecht is. Een verwijzing naar komende generaties, komende vergrijzing en komende begrotingstekorten volstaat geenszins, als mensen nu geen perspectief hebben. En ik vraag de MP dan ook in zijn termijn de betekenis van werk voor mensen nu, naar waarde te schatten. Graag een reactie.
  2. En dan, ten derde, dat lange termijn perspectief. Het kabinet zet, met het oog op de vergrijzing, alle kaarten op rigide begrotings-(i.c. bezuinigings)maatregelen. U kent ons als een partij van grote begrotingsdiscipline, maar niet ten koste van alles. Investeren in economische groei, is ook investeren in mensen nu. En dan niet alleen in de toppen van het onderwijs. Maar juist aan de basis, in het VMBO, in de mogelijkheden van jongeren om werk te vinden, door stages, door duale trajecten.. Een land dat verloren generaties bezit, zal nooit werkelijk economisch sterk zijn.

Voorzitter,

Ik denk dat deze MP aan te spreken is op het lot van de huidige, in omvang snel groeiende groep mensen zonder werk. De brief stelt teleur omdat al die mensen er niet in voorkomen en ik zou hem willen vragen om dat in zijn 1e termijn te repareren. Hun economische potentie zal deze MP ook niet onbenut willen laten, hun welzijn, hun inkomenszekerheid zal deze premier evenzeer aan het hart gaan.

Begin jaren tachtig was het grote drama van de snel stijgende werkloosheid voor premier Lubbers aanleiding om te zeggen ‘bij 1 miljoen werklozen ben ik weg’. Mijn vraag aan de premier is, is er voor hem ook een grens? Kan er een moment komen dat deze premier zegt ‘dit wil ik ook niet voor mijn rekening nemen?’ omdat teveel mensen tegen hun zin in de bijstand terechtkomen, of in de WAO, of in de WW (als die nog bestaat)? Ik mis met andere woorden urgentie en ik vraag de premier indringend om die in dit debat te tonen.

Voorzitter,

Ik zou het niet graag zo ver zien komen. Dat de werkloosheid verder en verder stijgt. Ik zou het ook niet graag zien gebeuren dat deze premier dan zijn boeltje moet pakken.

En ik wil hem dan ook een handreiking doen.

Onze afgelopen tegenbegroting stond in het teken van 100.000 extra banen. Met CPB-keurmerk staat dit plan nog als een huis èn aangezien de premier het uit zijn hoofd kent zal ik het hier niet herhalen. Wel wil ik een aanvullend voorstel doen èn dat is de Balkenende-bonus die leidt tot echte Balkenende-banen.

Wij zien ook wel dat het afgelopen jaar voor de premier niet zo gemakkelijk was en dit opstekertje in naamgeving gunnen wij hem graag.

Het voorstel is van charmante eenvoud ….. maar u had van mij natuurlijk ook niet anders verwacht. En het combineert een aantal – ook voor dit kabinet - belangrijke voorwaarden. Wij scheppen ook – in belangrijke mate - werk in de marktsector. Het gaat om ècht werk (waarmee we tegemoet komen aan de kritiek van met name het CDA dat de melkertbanen kunstbanen zouden zijn) en het gaat om een – voor werkgevers - tijdelijke impuls i.t.t. de SPAK. Bovendien zorgen we vanzelfsprekend voor financiële dekking. Wat stellen we voor?

Werkgevers die iemand die een half jaar of langer werkloos is voor vier jaar in dienst neemt krijgt twee jaar lang een korting van 2000 euro per jaar op de belasting en premies van deze werknemers. Dat is aantrekkelijk voor werkgevers in de marktsector, het is ook heel aantrekkelijk voor gemeenten. Zij kunnen fors besparen op de uitkeringslasten en tegelijkertijd investeren in bijvoorbeeld conducteurs, toezichthouders, onderwijsassistenten. Het is niet in de laatste plaats aantrekkelijk voor werkzoekenden. Zij kunnen tegen een gewoon loon regulier werk verrichten, werkervaring opdoen en zich in vier jaar – met aanzienlijk meer kansen - oriënteren op hun verdere loopbaan.

Bij 100.000 banen (en dat is het voorstel) bedragen de kosten per jaar 200 miljoen. Wij willen dat betalen uit de reïntegratieprogramma’s waaraan nu jaarlijks ong. 500 miljoen wordt uitgegeven. Wij snoeien niet in reïntegratie maar laten het werken. 100 miljoen komt ten laste van het UWV en de andere helft ten laste van de gemeenten.  

Graag vraag ik – tot slot – een reactie.