Insectensterfte in Nederland ernstig: GroenLinks wil spoeddebat met minister

Vandaag publiceert Natuurmonumenten een onderzoek naar de achteruitgang van een aantal insectengroepen in Nederland, op basis van langjarige tellingen. De resultaten zijn verontrustend.
 

Het aantal nachtvlinders is de afgelopen decennia met 54% gekelderd en het aantal loopkevers zelfs 72% . De resultaten van dit onderzoek sluiten aan bij de conclusies uit een Duits onderzoek uit  2017 waarbij ook al sprake was van grootschalige insectensterfte. GroenLinks heeft een spoeddebat aangevraagd met de minister.
 

GroenLinks Tweede-Kamerlid Rik Grashoff: ‘Keer op keer wordt aangetoond hoe slecht het gaat met de Nederlandse biodiversiteit. Ik wil actie van de minister, want als het slecht gaat met de natuur is dat uiteindelijk ook slecht voor ons’.
 

Insecten zijn van onschatbaar belang. Een groot aantal insectensoorten, zoals bijen en hommels, zijn cruciaal voor de bestuiving van planten. Ook zijn insecten een belangrijke voedselbron voor talloze andere dieren, waaronder vele vogelsoorten. Tot slot spelen insecten een grote rol in het opruimen en verteren van plantaardige stoffen, om deze zo terug te brengen in de voedselkringloop. Zonder insecten stort het bouwwerk van onze natuur, ons ecosysteem  ineen, met zeer vergaande gevolgen.
 

Steeds meer wetenschappers luiden de noodklok. Een kritische analyse van Wageningen Universiteit stelde in april dit jaar vast dat het Duitse onderzoek robuust was uitgevoerd, en dat een aantal belangrijke kenmerken vergelijkbaar zijn met de natuurgebieden in Nederland. In een brief van minister Schouten van Landbouw, erkent zij de ernst van de situatie maar concludeert slechts dat het bestaand beleid, gericht op terugdringen emissies uit mest en landbouwgif, moet worden gecontinueerd. Dat is onvoldoende. GroenLinks wil dat het beleid voor mest en landbouwgif drastisch wordt aangescherpt.
 

Rik Grashoff: ‘We weten al lang dat mest en landbouwgif de boosdoeners zijn. Ik stel vast dat er bij de minister nog steeds geen gevoel van urgentie is. Het is zelfs zo dat er in steden meer soorten dieren en planten leven  dan op boerenland. Dat komt door teveel mest en gif.’