Jesse Klaver: toespraak 75 jaar vrijheid

Dit is de integrale toespraak van Jesse Klaver op In Vrijheid Verbonden-lezing op 20 januari 2020.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren.

Wie van u herkent deze regels? Het zijn de eerste regels van een sonnet van Martinus Nijhoff, geschreven ver voordat hij het verzet in ging, ver voordat de oorlog uitbrak. Maar de verschrikkingen van de holocaust hebben deze regels misschien nog wel extra zeggingskracht gegeven als we werkelijk menen: dit nooit meer.

Als het grootst denkbare kwaad is: het bewust willen uitroeien van een bevolkingsgroep vanwege geloof of etniciteit, zit dan niet onze grootste opdracht in het bouwen van een brug, over grenzen van geloof en etniciteit heen, zodat de zijden die tegen over elkaar staan, vreedzaam als buren verder leven?

Vrijheid is nooit af

We vieren dit jaar dat ons land 75 jaar geleden werd bevrijd van het gewetenloze naziregime. De verschrikkingen en de onderdrukking van die tijd kennen geen enkele parallel. Mijn boodschap vandaag is dat onze vrijheid nooit is voltooid. Vrijheid was niet compleet op de dag van de bevrijding. De zoektocht naar vrijheid is een continu proces. Die is nooit af. Het is een strijd die iedere generatie opnieuw invulling moet geven.

Wat is vrijheid? Dat is een vraag die vele antwoorden kent en nog veel meer vragen oproept. Zeker als je, zoals ik, het geluk hebt dat je voor je werk regelmatig naar andere delen van de wereld mag reizen. Vrijheid is het hebben van een eigen staat zonder bezetting. China kent geen bezetter, maar is het een vrij land? De strijd voor de Nederlandse vrijheid 75 jaar geleden was niet alleen een strijd voor de Nederlandse onafhankelijkheid.

Onze bevrijders en verzetsstrijders streden niet alleen voor Nederlandse soevereiniteit. Ze streden tegen het nazisme. Of anders gezegd: ze streden voor een groter ideaal: voor de vrije samenleving zoals wij die na de Tweede Wereld Oorlog zijn gaan kennen. Voor de mogelijkheid van mensen om zelf hun leven vorm te geven. Prinses Juliana verwoordde dat mooi in haar oorlogsrede voor de Canadese radio op 17 juni 1940:

“Dit is niet een reusachtig gevecht voor één natie alleen, maar voor alle naties. Niet slechts het leven van u en van ons wordt bedreigd, maar onze gewetensvrijheid. Waar de macht van de nazi’s heerst, gaan alle oude democratische beginselen en onze religie verloren.”

De Amerikaanse president Roosevelt sprak gelijksoortige woorden in zijn State of the Union een jaar later. Hij haalde het Amerikaanse congres over zich in de strijd tegen de nazi’s te mengen met een beroep op de four freedoms, de vier vrijheden. Niet alleen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, maar ook de vrijheid van gebrek en de vrijheid van vrees.

In de diepste duisternis is een vlam op zijn felst. Tegenover de misdaden van het naziregime stonden de heldendaden van het verzet. Gezinnen die met gevaar voor eigen leven onderduikers in huis namen. Arbeiders in Amsterdam en andere plaatsen die in Februari 1941 het werk neerlegden uit protest tegen de Jodenvervolging. Mannen en vrouwen die het gewapende verzet gingen organiseren in onze strijd voor vrijheid. De daden van deze helden maken ons bescheiden. Hun verhalen leven voort in onze gedachten. Ze inspireren om gerechtigheid na te blijven jagen.

Zo’n tien jaar geleden las ik het pamflet van de toen 93-jarige Franse verzetsstrijder Stéphane Hessel, gearresteerd door de Gestapo, gemarteld in Buchenwald, ontsnapt tijdens transport naar Bergen-Belsen. Het boekje was klein van omvang, maar imposant qua inhoud met een oproep aan onze generatie: ‘Neem het niet!’ De boodschap die ik eruit haalde was: vrijheid is niet zomaar een ideaal, vrijheid is een opdracht. Hessel vertelt in dit boekje over de erfenis en die idealen van het verzet. En eigenlijk kennen we allemaal dat verhaal.

Hoe we zeiden: de misdaden van de nazi’s waren zo gruwelijk, zo groot, dat ze ieder van ons raken. Dat het misdaden zijn tegen de gehele mensheid. Hoe we vastberaden waren: dit nooit weer. Hoe we, na het einde van de Tweede Wereldoorlog bruggen bouwden en vorm gaven aan een nieuwe, multilaterale wereldorde.

Hoe we, 75 jaar geleden, de VN oprichtten, en alle landen van de wereld hun handtekening zetten onder een handvest dat uitspreekt dat wij, de volken van de Verenigde Naties, vastbesloten zijn om komende geslachten te beveiligen tegen de oorlog.

Hoe we in dat handvest opnieuw het geloof uitspreken in fundamentele mensenrechten en de waarde en waardigheid van iedere persoon. En daarin afspraken verdraagzaamheid te betrachten en onze krachten te bundelen om internationale vrede en veiligheid te handhaven.

Onder leiding van Eleanor Roosevelt werden de vier vrijheden van haar overleden man uitgewerkt tot een Verklaring die, besef dat goed, zonder enkele juridische status, de wereld veranderden. Als inspiratiebron voor de dekolonisatiebeweging, als getuigschrift van onze gedeelde menselijkheid, als beginselprogramma van een nieuw tijdperk… het is de Universele Verklaring voor de Rechten van de mens. Deze had, als de latere Nobelprijswinnaar René Cassin niet had ingegrepen, de internationale verklaring van de rechten van de mens geheten. Een cruciale wijziging, omdat mensenrechten precies dat zijn: universeel. Onvervreemdbaar en toekomend aan iedereen, wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, wat je ook gedaan hebt.

En dit was niet de enige cruciale keuze die de wereld maakte. De haat van begin jaren veertig heeft kunnen groeien op de economische wanhoop van de jaren dertig. En de conclusie is glashelder. Mensen hebben niet alleen het recht om vrij te zijn van onderdrukking, zo stelt de Universele Verklaring. Mensen hebben ook het recht om in staat gesteld te worden zelf hun leven vorm te geven. Want wat heb je aan het recht op privacy zonder dak boven je hoofd? Wat heb je eraan om de volgende regering te kiezen als je morgen omkomt van de honger? En dus worden klassieke mensenrechten aangevuld met sociale mensenrechten, als integraal en onlosmakelijk onderdeel.

Sociaal contract

Vrijheid is nooit voltooid en was niet compleet op de dag dat de universele verklaring van de rechten van de mens werd gepresenteerd. De zoektocht naar vrijheid is een strijd die iedere generatie opnieuw invulling moet geven. En voor de vertaling van mensenrechten van woord naar daad is veel politieke strijd geleverd. Martin Luther King deed dat, met zijn strijd voor burgerrechten. Met zijn strijd tegen racisme.

Zijn droom ‘that one day de sons of slaves and the son of former slave holders will sit down at the table of brotherhood’ is nog geen werkelijkheid geworden. Ja, er is stemrecht voor iedere Amerikaan. Er is en verbod op discriminatie en een einde aan segregatie.

Maar vrijheid is nooit voltooid. Niet compleet op de dag dat het Amerikaanse parlement de Civil Rights Act aannam. En King wist dat als geen ander. Hij startte de Poor People Campaign, om zwart en wit te verbinden op de strijd tegen armoede. “Ik heb gestreden voor gelijke rechten van zwart en wit,” zei King. “Maar nog altijd werken zwarte vrouwen in het huishouden van witte vrouwen. Ik wil ook strijden voor hun mogelijkheid om hun eigen huishouden te runnen.”

In deze tijd zou King dit ongetwijfeld anders verwoorden. Maar het idee dat erachter ligt, dat vrijheid niet alleen bestaat uit de afwezigheid van onderdrukking, maar uit de mogelijkheid van mensen om hun leven zelf vorm te geven, dat idee vormt de fundering van onze naoorlogse maatschappij. Het is de onderbouwing van de verzorgingsstaat. Dat is het sociaal contract dat onze samenleving al die tijd bij elkaar heeft gehouden, maar nu scheuren en barsten laat zien.

Koude Oorlog

Vijf jaar na de beroemde mensenrechtenrede van Eleanor Roosevelt sprak John F. Kennedy de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Vrede ligt niet verankerd in verdragen alleen, zei hij. Vrede zit in de hearts and minds van alle mensen. En als het daar verdwijnt kan geen wet, geen pact, geen verdrag, geen organisatie hopen het te behouden. Wat voor vrijheid geldt, geldt voor vrede ook. Het is niet zomaar een ideaal. Het is een opdracht.

De Verenigde Naties heeft haar belofte van wereldvrede nooit volledig kunnen inlossen. De Koude Oorlog legde de Veiligheidsraad lam en verdeelde de wereld in twee kampen. Tegenover de tirannie van het Sovjet-régime, dat verheven woorden sprak over bevrijding van het proletariaat, maar dat in praktijk neerkwam op opoffering van het individu aan het staatsbelang, stond het ideaal van de democratie gebaseerd op mensenrechten, als troefkaart van het vrije westen in de strijd om de hearts en minds van de wereldbevolking.

Economisme

“We zijn vergeten onszelf te zien als liberale democratie, en steeds meer gaan definiëren als vrije markteconomie. Niet mensenrechten, maar vrijhandel, deregulering en competitie zijn de drijvende waarden.”

En toen eind jaren tachtig het communistisch imperium ineenstortte en in Berlijn familieleden voor het eerst in meer dan vijfentwintig jaar elkaar weer in de armen vielen, zagen sommigen dat als de definitieve overwinning van de vrijheid en de mensenrechten. Als het einde van de geschiedenis. Als – in de woorden van Francis Fukuyama – ‘het eindpunt van de ideologische evolutie van de mensheid en de universalisering van de Westerse liberale democratie als de uiteindelijke vorm van menselijk bestuur.’

Maar vrijheid is nooit voltooid en was niet compleet op de dag dat de muur viel. De zoektocht naar vrijheid is een strijd die iedere generatie opnieuw invulling moet geven. En als je dat vergeet verlies je langzaam de hearts and minds van mensen in je eigen land, in Europa en in de wereld.

Met het idee van eind jaren tachtig dat de liberale democratie gewonnen heeft, lijken we vergeten te zijn welke waarden ons definiëren. De muur viel, maar we hebben nagelaten nieuwe bruggen te bouwen. We zijn vergeten onszelf te zien als liberale democratie en steeds meer gaan definiëren als vrije markteconomie. Niet mensenrechten, maar vrijhandel, deregulering en competitie zijn de drijvende waarden geworden in onze samenleving. Het afgelopen decennium kwamen daar bezuinigingen, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid bij.

De verzorgingsstaat maakte plaats voor de participatiesamenleving. Ik noem dat het economisme. Het idee dat de economie het allerbelangrijkste is. Het altijd terug grijpen op de drie zelfde oplossingen, wat het probleem ook is: meer groei, meer markt en minder overheid.

Het is een inbreuk op ons sociaal contract. Een breuk met de afspraak dat het recht op vrijheid dat ieder mens toekomt niet alleen de afwezigheid van onderdrukking omvat, maar ook de mogelijkheid om zelf je eigen leven vorm te geven. En met de terugkeer van de economische wanhoop, komen ook de spoken uit het verleden weer tot leven, zondebokken en complotten.

In heel Europa, en ook op andere plaatsen in de wereld, groeien partijen die een schuldige aanwijzen voor het gebrek aan grip op het eigen leven. Het zijn de mensen met de verkeerde religie. Of de verkeerde etniciteit.

Maar niet alleen in ons eigen land hebben we de strijd voor vrijheid veronachtzaamd. Het zakendoen, het belang van onze economie is ook in het buitenlands beleid belangrijker geworden dan het hooghouden van een idee. Dan het nastreven van een ideaal. Het schrappen van verschillende ambassades in de wereld omdat ze niet belangrijk genoeg zijn voor de versterking van onze economie vind ik daarvan een tragisch voorbeeld. Mensenrechten zijn bij handelsmissies te vaak een puntje voor de rondvraag.

Ontwikkelingssamenwerking doen we vooral als ons eigen bedrijfsleven eraan verdient. En hoe hol zijn onze woorden over mensenrechten geworden, als we ingrijpen zodra er oliebelangen in het spel zijn of vluchtelingenstromen onze kant op komen, maar onze ogen sluiten voor geweld en onderdrukking als het maar ver van ons bed is. Als het maar niet ons eigen belang raakt.

Hoe geloofwaardig zijn onze pleidooien voor mensenrechten als we ze laten vallen op het moment dat het niet uitkomt, als we stil blijven over de Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjang, onverschillig zijn over de behandeling van de Rohingya, of cynisch wegkijken bij de bombardementen van Saoedi-Arabië op Jemen.

En terwijl Europa en de Verenigde Stagen het idee van wereldburgerschap langzaam lijken los te laten en de belofte van universele mensenrechten laten verwateren, zijn er andere staten die bewijzen dat er andere politieke en economische modellen zijn waarlangs een land zich kan ontwikkelen.

Nieuwe wapendeals

China, Rusland, Turkije, De Verenigde Arabische Emiraten. Ze strijden een heftig gevecht uit om invloed op delen van de wereld die wij al lang lijken te vergeten. Het is Rusland dat nieuwe wapendeals sluit, pijpleidingen aanlegt, en zo haar macht vergroot. Het is de Verenigde Arabische Emiraten dat op grote schaal in het buitenland moskeeën bouwt, imamscholen sticht en via het geloof hun invloed verwerft. Het is Turkije dat het belang ziet van strategische investeringen en ontwikkelingshulp voor Afrika. Het is China dat havens opkoopt, spoorwegen aanlegt, nu zelfs tot in de Europese Unie kerncentrales in handen heeft en haar economische macht kan doen laten voelen.

De geschiedenis is niet ten einde, de liberale democratie niet de onbetwiste staatsinrichting. Daar waar wij vergeten zijn dat vrijheid een opdracht is, een ideaal waaraan iedere generatie opnieuw invulling moet geven, zijn andere landen, iedere dag, bezig om hun idee van het goede leven, en hun idee van politiek en economie te verspreiden over andere delen van de wereld.

Zij beloven geen politieke vrijheid. Zij beloven niet de mogelijkheid voor ieder individu om zelf zijn of haar leven zelf vorm te geven. Maar ze beloven wel economische groei. Ze beloven wel stabiliteit. Ze beloven wel vooruitgang. Op het moment dat mensenrechten niet meer lijken dan een sausje om eigen economisch belang te verhullen – welk perspectief heb je dan?

Het nieuwe decennium is begonnen. En ik wil nog één keer Stéphan Hessel citeren, de oude Franse verzetsstrijder. “Wij,” schrijft hij. “Wij veteranen van de verzetsbeweging en van de strijdkrachten van het vrije Frankrijk, roepen de jonge generaties op om de erfenis en de idealen van het verzet tot leven te brengen. Ze door te geven. Wij zeggen tegen hen: neem onze plaats in. Kom in verzet!”. We staan op de rand van een decennium en onze vrijheid wordt bedreigd. We bevinden ons aan het begin van een klimaatcrisis die de gehele mensheid kan raken.

Hoopvol

Toch ben ik hoopvol. Hoopvol. Omdat het bevrijdingsideaal voortleeft in ieder van ons. Hoopvol. Omdat ik geloof dat ieder mens beschikt over medemenselijkheid en empathie. Hoopvol omdat ik geloof dat broederschap sterker is dan haat en verdeeldheid. Hoopvol. Omdat de geschiedenis laat zien dat de strijd voor vrijheid uiteindelijk altijd wint.

Kijk maar eens rond. We zijn hier vandaag in vrijheid verbonden. Op een bijeenkomst, georganiseerd door alle verschillende levensbeschouwingen in Nederland. Mensen, die niet aan verschillende overzijden blijven staan en elkaar vermijden. Maar mensen die een burg hebben geslagen, en als buren samenleven.

De opgave waar we voor staan, om onze vrijheid en die van onze kinderen te verdedigen in het tijdperk van klimaatverandering, is een grote opgave. Maar vrijheid was nooit zomaar een ideaal. Vrijheid is een opdracht, een strijd waar iedere generatie opnieuw invulling aan moet geven.

Waar je ook ter wereld vandaan komt, wat je geloof of je achtergrond ook is, wie je ook bent en wat je ook gedaan hebt… er is iets universeels dat ons verbindt. We lijken meer op elkaar dan dat we verschillen. De zanger Sting zong het zo op het hoogtepunt van de Koude Oorlog:

We share the same biology, regardless of ideology
But what might save us, me and you
Is if the Russians love their children too

De brug bij Zaltbommel is een paar jaar geleden vernieuwd. Er is nu een nieuwe, ‘nieuwe brug’ en die heet de Martinus Nijhoff brug. Maar nog steeds kan je er naartoe, nog steeds kan je er in het gras liggen en ernaar kijken. En ook in deze nieuwe eeuw zal je zien hoe deze vernieuwde brug ervoor zorgt dat twee zijden die elkaar vroeger schenen te mijden, nu buren zijn. Dank u wel.