"Ik kan niet hier de hemel beloven, als het in Syrië nog een hel is."

Klaver: Niemand kan minder vluchtelingen beloven

Dit is een geschreven versie van de speech van Jesse Klaver in zijn Meetup over vluchtelingen. Op YouTube staat de video.

Begin januari ben ik opnieuw vader geworden. Ik heb genoten van mijn vaderschapsverlof, een paar weken weinig aan politiek gedaan. Toen ik weer aan het werk ging, drong zich onwillekeurig de vraag op of dit het waard is. Ik realiseerde me hoe weinig ik thuis was, hoeveel ik miste.

Dat duurde maar even. Ik realiseerde me dat in korte tijd de toon van debat over vluchtelingen dramatisch is veranderd. Waar is ons inlevingsgevoel gebleven? Kunnen wij onze medemenselijkheid overeind houden?

Zelfs politici die dicht bij me staan, benadrukken dat er minder vluchtelingen moeten komen. Een eurocommissaris die goochelt met cijfers, een minister van Financiën die speculeert over de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat, een premier die zegt dat de instroom naar nul moet. Hoe anders was dat een half jaar geleden. Een blauw broekje, een rood truitje, donkere haartjes, liggend op zijn buikje, aangespoeld op het strand. Weet u het nog? Ik hoef zijn naam niet te noemen.

We voelden allemaal het verdriet en stelden ons allemaal de wanhoop voor, hoe het zou zijn om zelf in zo’n bootje te zitten, met je eigen kinderen. Dat inlevingsvermogen en mededogen hadden we allemaal, ongeachte politieke voorkeur of afkomst. Regeringsleiders waren het erover eens. Dit mag niet gebeuren in ons Europa. Een half jaar later gaat het niet meer over hem, niet over de wanhoop van mensen die vluchten voor vaatbommen en barbaarse jihadisten, maar over onze problemen. Het gaat over minder, minder, minder vluchtelingen.

Dit is het enige geluid in de politiek dat we nu nog horen. Dat wil ik doorbreken. Het is niet terecht, want het staat niet voor wat Nederland is. En het is niet realistisch. U wordt een rad voor ogen gedraaid. Kijk goed om je heen. De oorlog in Syrië is niet eenvoudiger geworden, maar complexer. Libanon is niet veiliger geworden, maar instabieler. In het oosten van Turkije dreigt een burgeroorlog, terwijl nog eens duizenden Syriërs naar de Turkse grens vluchten voor de bombardementen van de Russen en het geweld van Assad.

Je draait mensen een rad voor de ogen als je zegt dat er minder vluchtelingen komen. Het vergroot de chaos. We bemoeilijken de vluchtroutes voor mensen, waardoor de smokkelaars steeds hogere prijzen vragen en mensen met kinderen op gammele bootjes en door de vrieskou steeds grotere risico’s moeten nemen. Vraag het je eens af: als mensen zulke grote risico’s nemen, hoe hoog moet de nood dan zijn?

Laten we eerlijk zijn. Dan zien we dat opvang in de regio tot nu toe een schaamlap is voor onze verantwoordelijkheid. Europa met half miljard inwoners vangt één miljoen mensen op. Libanon doet hetzelfde met maar vier miljoen inwoners. De druk op de regio is enorm. Al vijf jaar wonen mensen uitzichtloos in de kampen van de regio. Dat is het eerste wat we moeten doen. Grootschalig investeren in het verbeteren van de leefomstandigheden, zorgen dat mensen werkvergunningen krijgen en kinderen onderwijs.

En laten we realistisch zijn. Laten we als uitgangspunt nemen dat komend jaar er net zoveel naar Europa komen als afgelopen jaar. Zolang mensen in doodsnood zijn heeft het geen zin om muren te bouwen. Ze worden door nietsontziende smokkelaars geholpen het kleinste gaatje te vinden. We moeten op grote schaal werk maken van legale routes. Dan gaan we het niet moeilijker, maar gemakkelijker maken om als vluchteling naar Europa te komen. De smokkelaars bestrijd je alleen, om het onmenselijk te zeggen, als je hun handel overneemt.

Dat kunnen we organiseren. Dat moeten we met veel andere landen samen doen. Dit vragen internationale organisaties al jaren. Dit stellen vluchtelingenorganisaties voor. Dit zeggen de deskundigen die migratie en vluchtelingenstromen bestuderen. De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, heeft voor de kampen in Jordanië en Libanon een hervestigingsprogramma.

We moeten de UNHCR vragen om in Jordanië, Libanon en Turkije mensen te identificeren, te registeren en te selecteren. De UNHCR vraagt nu al om 460.000 plaatsen voor hervestiging. Laten we snel beginnen die plaatsen ter beschikking te stellen. De Europese Unie biedt er jaarlijks slechts 11.000 aan, terwijl een miljoen mensen gedwongen wordt de gevaarlijke zeeroute te kiezen. Die balans moet worden omgekeerd. Dan hoeven mensen niet op een bootje te stappen. Dan hoeven we ze niet terug te sturen. Dat wil ik ook niet.

Dit vraagt om veel geld, om grote investeringen in capaciteit, om internationale samenwerking, ook met landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en landen uit de regio zoals de golfstaten. Alleen op deze manier krijgen we controle over wie hier komen en hoe ze hier komen. We kunnen voorrang geven aan de meest kwetsbare mensen. We kunnen de jonge mannen eruit halen die vanuit andere landen in Noord-Afrika, zoals uit Marokko en Tunesië, nu hopen naar Europa te kunnen komen. Dat kan niet. Het moet ons gaan om vluchtelingen, de meesten uit Syrië, een klein deel uit Irak en Eritrea.

Niemand kan beloven dat er minder vluchtelingen zullen komen zolang de burgeroorlog in Syrië voortwoedt. We kunnen het wel beter organiseren. Toch zullen er spanningen blijven, ook in ons land. Er zullen individuen zijn die zich misdragen, zowel vluchtelingen als Nederlanders. Die moeten gepakt en gestraft worden. Het zal moeite kosten om vluchtelingen te integreren. Ze moeten zo snel mogelijk de taal leren, aan het werk gaan en weten aan dat zij zich aan onze regels hebben te houden. Het zal een hoop geld kosten. Ik kan niet hier de hemel beloven zolang het daar een hel is.

Ik zie tienduizenden mensen zich als vrijwilliger melden om te helpen bij de opvang. Ik zie een meerderheid van mensen zich zorgen maken over de politieke verdeeldheid die aan het ontstaan is, maar die vindt dat echte vluchtelingen opgevangen moeten worden. Die zwijgende meerderheid moet zijn stem terugvinden. En op al die momenten dat het moeilijk is, dat bij ons de twijfel toeslaat, dan denken wij nog eens aan dat blauwe broekje, dat rode truitje. Dat is onze motivatie.