Jesse Klaver

Koerswijziging voor Nederland

Er waart een spook door de westerse democratieën. Het rechts-populisme is in opmars. Donald Trump is gekozen als president van de Verenigde Staten. De Britten willen de Europese Unie verlaten. In Nederland werd het cynisme over Europa tot uitdrukking gebracht in een tegenstem tegen het associatieverdrag met Oekraïne. Voor mij zijn het uitdrukkingen van dezelfde onvrede: onvrede over globalisering en de ongelijke verdeling van lasten en lusten.

Het populisme wordt als een gevaar voor westerse democratieën gezien. Populisten vergroten de spanningen en tegenstellingen in de samenleving, zonder dat zij oplossingen bieden. Maar het populisme is vooral een symptoom van een ziekte die door de traditionele middenpartijen is verspreid.

Het falen van middenpartijen

Veel mensen zijn onzeker over hun toekomst en die van hun kinderen. Ze hebben de grip verloren op hun eigen leven en hebben het idee dat grote processen als globalisering en immigratie gestopt moeten worden. De traditionele politieke partijen bieden voor hen geen antwoord op de fundamentele onzekerheid die is ontstaan. Dan kiezen zij maar voor het rechts-populisme dat muren en hekken bouwt. Dat geeft op zijn minst een gevoel van veiligheid. Het rechts-populisme is een gevolg van het falen van traditionele middenpartijen.

“Veel mensen zijn onzeker over hun toekomst.”

De afgelopen dertig jaar zijn de traditionele middenpartijen, en dat is vooral de sociaaldemocratie te verwijten, er niet in geslaagd om dit toenemende ongenoegen van een antwoord te voorzien. In veel westerse landen hebben de partijen links van het midden niet meer gedaan dan de scherpe kantjes proberen bij te vijlen van rechts economisch beleid, van liberaal beleid.

De derde weg van sociaaldemocraten als Blair, Clinton en Kok in de jaren negentig was een pragmatisch vervolg van de route naar meer markt, meer economische globalisering en minder overheid die in de jaren tachtig door conservatief-liberale leiders als Thatcher, Reagan en Lubbers was ingezet. De Europese intellectueel en teleurgestelde sociaaldemocraat Tony Judt stelde dat politici niet meer vertelden wat zij echt belangrijk vinden. “Convinced that there is little that they can do, they do little”, zei Judt over de leiders van de sociaaldemocratie.

Revolutie in vertraging

De onzekerheid van mensen is een gevolg van de in dertig jaar gestaag toegenomen sociaaleconomische ongelijkheid. Handels- en belastingverdragen bevoordelen grote bedrijven en maken het mogelijk dat zij weinig belasting betalen. Wat die verdragen betekenen voor werknemersrechten of voor mensen met een lage opleiding of een laag inkomen, doet er niet toe.

Al dertig jaar is het mantra: wat goed is voor het bedrijfsleven, zal ook wel goed zijn voor de welvaart. En dus voor iedereen. Die belofte is niet waargemaakt. Dertig jaar globalisering, deregulering en marktwerking heeft de grootste banken- en financiële crisis in tachtig jaar opgeleverd. Met miljarden aan belastinggeld hebben belastingbetalers de banken van bonusbeluste bankiers moeten redden. De trends naar meer ongelijkheid en onzekerheid waren echter al voor de crisis zichtbaar.

We zoomen in op Nederland. De flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt is in ongekend tempo toegenomen en zal zonder forse ingrepen ertoe leiden dat vanaf 2025 minder dan vijftig procent van de mensen met een vast contract werkt. De verhouding tussen kapitaal en arbeid is uit het lood geslagen. Winsten nemen toe, lonen blijven achter.

Het verschil in inkomen tussen de tien procent mensen met de hoogste inkomens en de tien procent met de laagste inkomens is razendsnel gestegen vanaf het midden van de jaren tachtig. Nog sterker geldt dit voor het vermogen. Die ongelijkheid was in ons land al hoog in internationaal perspectief. Tegenwoordig heeft de rijkste tien procent van de bevolking ruim zestig procent van het totale vermogen. De zestig procent van de mensen met de laagste vermogens delen samen slechts één procent van al ons bezit. Zie de grafieken, die spreken voor zich.

De opkomst van het populisme is zo bezien een revolutie in vertraging. De politieke middenpartijen zijn gaan geloven dat het niet anders kan. De privatiseringen, van bijvoorbeeld de sociale woningbouw of de gezondheidszorg, ondermijnen het idee dat we gezamenlijk bepalen wat we belangrijk vinden. Dat we te weinig woningen bouwen of dat we te weinig investeren in de zorg voor ouderen, komt niet door vluchtelingen, niet door moslims of door Marokkanen. Het is een gevolg van het beleid van de middenpartijen.

Radicaal links antwoord

Er is een verlangen naar gezamenlijke vooruitgang, naar eerlijk delen. Een deel van de kiezers loopt met dit verlangen naar het populisme. Het rechts-populisme biedt schijnantwoorden door vijanden te kiezen in buitenlanders of Europa. Net als de rechtse populisten, hebben hun collega’s aan de linkerkant een te groot verlangen naar het verleden. We kunnen niet terug naar de oude verzorgingsstaat. Politici die beloven dat voor iedereen de AOW-leeftijd op 65 jaar kan blijven, ontkennen de veranderende wereld. We worden allemaal veel ouder, dan mogen we vragen aan mensen die dat kunnen om wat langer door te werken. We moeten niet vasthouden aan het bestaande.

“Het rechts-populisme biedt schijnantwoorden door vijanden te kiezen in buitenlanders of Europa.”

Het bestaande is niet genoeg. Het gaat ook niet om het stoppen van de globalisering. De wereld is verbonden geraakt en we hebben internationale samenwerking nodig om de grote problemen van deze tijd aan te pakken. Klimaatverandering, extreme ongelijkheid en migratie zijn aan elkaar verbonden, zoals we nu zien met het verschrikkelijke geweld in Syrië. Klimaatverandering is volgens nota bene de chef-staf van ons leger de belangrijkste bron van oorlog, geweld en migratie. Zonder aanpak van klimaatverandering neemt het aantal conflicten in de wereld toe en zullen miljoenen mensen op de vlucht slaan voor geweld en natuurrampen.

1. We streven naar volledige werkgelegenheid

Volgens mij moet het linkse antwoord een radicale aanpak van ongelijkheid en onzekerheid zijn. We moeten af van het idee dat de politiek machteloos is. We kunnen veel meer dan sommigen suggereren. Dan moeten we heilige huisjes durven neerhalen. Om te beginnen moeten we vergaande maatregelen nemen om klimaatverandering aan te pakken.

Ik stel een megaoperatie voor in het belastingstelsel. Met achttien miljard aan extra milieu- en energiebelastingen doen we wat Nederland allang had moeten doen: koploper worden in het klimaatbeleid. Met deze opbrengsten maken we werk veel goedkoper en zorgen we voor veel nieuwe banen. Linkse politiek moet streven naar volledige werkgelegenheid.

2. Sociale zekerheid wordt een publieke voorziening

Mensen met weinig opleiding en een laag inkomen krijgen steeds minder kans op betaald werk en hun inkomens stagneren. Dat is maatschappelijk onhoudbaar. Het is onbegrijpelijk dat werknemers met een inkomen tot anderhalf keer modaal onevenredig duur zijn voor werkgevers. Dat komt door dit heilige huisje: voor sociale verzekeringen moet voor iedere verzekerde ongeveer evenveel premie betaald worden. Hoge inkomens zijn daardoor relatief goedkoop, omdat voor hen de sociale premies laag zijn in verhouding tot de loonkosten. Dat moet worden omgedraaid.

We maken van de sociale zekerheid een publieke voorziening en financieren die via progressieve belastingen. Zo kunnen we de werkgeverspremies voor lage inkomens schrappen en verschuiven naar hoge inkomens. In totaal gaat het om een lastenverlichting van tien miljard euro voor werknemers met een inkomen tot anderhalf keer modaal. Zo zorgen we voor eerlijke kansen op werk.

Werknemers krijgen minder van de welvaart
Arbeidsinkomensquote: verhouding lonen-winsten als percentage BBP (De Nederlandse Bank, 2016)

3. Inkomsten uit vermogen worden net zo zwaar belast als inkomen uit werk

Belastingen op winsten en vermogen zijn de afgelopen decennia stelselmatig verlaagd. Behalve voor kleine spaarders. Die moeten nu belasting betalen over een fictief rendement van vier procent, een rendement dat zij niet krijgen. Het taboe op en hogere belasting voor vermogenden moet worden doorbroken.

Het is niet uit te leggen dat inkomsten uit werk zwaarder worden belast dan inkomsten uit vermogen. Ik wil een progressieve belasting op vermogensinkomsten met dezelfde tarieven als in de inkomstenbelasting.

4. De overheid gaat zich bemoeien met loonpolitiek

De winsten nemen toe, terwijl de lonen achterblijven. Al vele jaren is loonmatiging het mantra van het bedrijfsleven. We moeten wel, want anders verslechtert onze concurrentiepositie. Het is onzin. Nederland heeft al vele jaren een geweldig handelsoverschot. Juist werknemers moeten meer te besteden krijgen om de binnenlandse economie aan te jagen.

Als sociale partners niet tot afspraken komen om werknemers meer in de winsten te laten delen, vind ik dat we dat met een loonwet moeten afdwingen.

5. Grote bedrijven gaan meer belasting betalen

Er moet een einde komen aan de stelselmatige verlaging van de winstbelastingen en de gaten voor belastingontwijking moeten worden gedicht. De huidige minister van Financiën heeft bedrijven nu al een verdere verlaging van de winstbelasting beloofd. Die heeft niet begrepen wat er maatschappelijk aan de hand is. Een beter minister op deze post kan de VVD zich niet wensen. Het is in zijn rol te gemakkelijk om de banken als oorzaak van het populisme aan te wijzen. Alle opbrengsten van de aanpak van belastingontwijking moeten terecht komen bij burgers.

Inkomensverschillen steeds groter
Het aandeel van de loon- en inkomstenbelasting en het aandeel van de vennootschapsbelasting in de totale belastinginkomsten van het Rijk (bron: CBS)

6. We beschermen werknemers tegen oneerlijke concurrentie

Te gemakkelijk wordt gezegd dat arbeidsmigratie goed is of dat flexibilisering onvermijdelijk is. Dat is niet zo. De arbeidsmarkt moet eerlijker. We willen af van de detacheringsrichtlijn die te goedkope inhuur van vooral Oost-Europeanen mogelijk maakt. Gelijk loon voor gelijk werk. Buitenlandse werknemers vallen per direct onder bedrijfs- of bedrijfstak-cao.

De grote groei van payroll-constructies pakken we aan door wettelijk te regelen dat ook deze werknemers gewoon cao-lonen krijgen betaald. De ongeremde groei van flexcontracten en schijnzelfstandigheid stoppen we door tijdelijk werk duurder te maken en vaste contracten goedkoper. Voor ZZP'ers met een hoog inkomen beperken we de onevenredige belastingvoordelen.

Werknemers met een vast contract
Het percentage vaste contracten op alle werkenden daalt sinds 2003 (CBS)

7. We zijn klaar met bezuinigen en gaan weer investeren

Door Europese begrotingsregels en volgzame Nederlandse politici is er sinds de financiële crisis te hard bezuinigd en nauwelijks geïnvesteerd. Dat heeft geleid tot minder welvaart en een onnodige toename van de werkloosheid. In de zorg zijn bijvoorbeeld meer dan zestigduizend banen gesneuveld.

We moeten af van discutabele begrotingsnormen. Ze zijn economisch onverstandig en in sociaal opzicht desastreus. Er moet weer ruimte komen voor publieke investeringen in zorg, onderwijs, veiligheid en leefbaarheid. Er is een geloofwaardige investeringsagenda nodig die de omslag naar schone energie en een groene economie helpt financieren.

Koerswijziging voor Nederland

Mijn plan is radicaal, maar ik sta steeds minder alleen. Instituten als het IMF en de Wereldbank, die vroeger de aanjagers waren van globalisering en het marktliberalisme, hebben inmiddels het licht gezien. Zij vinden de toenemende ongelijkheid in westerse landen de grootste politieke uitdaging van de moderne tijd. De Nederlandse Bank pleit al jaren voor loonstijgingen, omdat bedrijven een te groot deel van de welvaart krijgen. Het Centraal Planbureau stelt dat de doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt de oorzaak is van wetten die door de politiek zijn gemaakt. De directeur van het bureau is glashelder: “De feiten liggen er, de trend is er. Als het je niet bevalt is dit het moment om er wat aan te doen.” Of zoals het planbureau schreef in de laatste Macro-economische Verkenningen: “Geen woorden, maar daden.”

“Mijn plan is radicaal, maar ik sta steeds minder alleen.”

De oplossing voor links is niet om nieuwe leiders te kiezen. Het feit dat je nieuw bent, kan even voor een opleving zorgen, maar het is niet genoeg. Dat zagen we aan Diederik Samsom die vier jaar geleden een mooie verkiezingsuitslag haalde. Nu is hij al weer afgeserveerd. Deze week kwam er ook kritiek op Emile Roemer. Te onzichtbaar. Niet goed genoeg.

Mijn partij zit gelukkig in de lift. Het gaat goed in de peilingen, maar ik besef dat het tij snel kan keren als het even wat minder gaat. Hoe persoonlijk de politiek ook is geworden, uiteindelijk gaat het om de inhoud. Als we Nederland willen veranderen, hebben we een koerswijziging nodig, een radicaal perspectief voor een eerlijker land. Ik wil met progressieve partijen – PvdA, D66 en SP – een alternatief zijn voor het rechtse populisme. Het belangrijkste dat daar nodig voor is: zelfvertrouwen. Als we elkaar als progressieve partijen vasthouden na de verkiezingen, vormen wij het hart van een nieuw kabinet. Dan gaan we welvaart samen maken en samen delen.

- Jesse Klaver

Jesse Klaver

(Met dank aan Joey Papaioannou voor het opmaken van de grafieken.)