Migranten Justine, Christian en Kondo willen heel graag naar huis

GroenLinks-Europarlemetariër Judith Sargentini is op werkbezoek in Tunesië. Daar onderzoekt ze de grondoorzaken voor migratie: Waarom verlaten mensen familie in hun land van herkomst? Het verhaal van driemigranten, vast in Tunesië.

Justine

Haar naam is Justine, ze komt uit Ivoorkust en werkt in Tunis, de hoofdstad van Tunesië. In Ivoorkust had Justine haar eigen kapsalon maar tijdens de burgeroorlog van 2011 ging die verloren. Een vriendin stelde voor om in Tunesëe te gaan werken en met die opbrengst thuis opnieuw een kapsalon te beginnen.

Ik ontmoet Justine bij Internationale organisatie voor Migratie (IMO) in Tunis. Het is niet eenvoudig om als migrant werk te vinden in Tunis. Omdat het heel moeilijk is om een verblijfsvergunning én een werkvergunning te krijgen (een typisch geval van kastje-muur-kastje) werken veel migranten in de informele sector. Ze krijgen slecht betaald en worden slecht behandeld. Justine werkt als schoonmaakster en woont in bij haar madam. Daarvoor krijgt ze 450 dinar, zo'n 150 euro per maand.

Justine wil best terug naar huis, naar Ivoorkust, maar ze wil niet met lege handen weg. En er zijn mensen van haar afhankelijk. In Abidjan moeten haar moeder, haar drie volwassen kinderen en haar gedeeltelijk verlamde man van haar inkomen leven. Haar man had een goede baan als dokter met een privépraktijk, maar kan na een ongeluk niet meer werken.

“Ik wil niet op een boot naar Europa stappen, maar hoe kan ik hier mijn familie thuis onderhouden? Ik kan zo niet doorleven in Tunesië. Als ik als irreguliere migrant bij de dokter in de rij sta, dringt iedereen voor, want ik heb geen rechten.”

Cristian

Christian volgde een opleiding in internationale marketing in zijn vaderland Ivoorkust, maar zag daar geen carrièrekansen. Hij spaarde genoeg voor de reis naar Tunesië en wilde doorreizen naar Europa. Maar het was al laat in het seizoen en het werd hem aangeraden wachten op de zomer, dus hij zocht werk in Tunis. Het enige werk dat hij vond was aan de lopende band van een illegaal fabriekje en als bouwvakker. Voor een twaalfurige werkdag krijgt hij 27 dinar. Van de 700 dinar (240 euro) die hij per maand verdient, gaat 200 dinar op aan huur en 200 dinar aan eten. Hij maakt kosten voor vervoer en hij heeft een kindje van vijf in Abidjan. “Ik ben dit jaar in gebreken gebleven, ik kon mijn kind niet ondersteunen.”

Toen het zomer werd wilde Christian zijn weg naar Europa vervolgen, maar hij keerde om bij de Tunesisch-Libische grens. Hij wil niet praten over wat daar gebeurd is. Nu is Christian terug in Tunis. Hij wil nog steeds naar Europa, maar misschien wil hij ook wel terug naar huis, of een baan in marketing, maar hoe?

In Tunesië loopt een irreguliere migrant snel hele zware boetes op. Voor iedere week die je zonder geldige papieren rondloopt, krijg je een boete van 20 dinar en die loopt iedere week 20 dinar op. Om legaal te kunnen uitreizen moet je die boete betalen. Om een langdurige werkvergunning te krijgen moet je boete-vrij zijn. Maar Christian kan niet aflossen.

Kondo

Ook Kondo Duria worstelt met die boete. Ze kwam naar Tunis om te studeren. Haar ouders betaalden en ze was een gewone student maar omdat ze onverwacht even het land uit moest, verloor ze haar verblijfsvergunning. Toen ze haar studie weer oppakte ging er iets fout in de administratie en zonder dat ze het wist kreeg ze die wekelijkse boete. Ze vroeg haar ouders om extra geld om die boete te betalen maar die geloofden haar niet.

Haar oudere broer, die ook in Tunis woont, wist hen te overtuigen. Maar ondertussen raakte het geld thuis in Ivoorkust op. Ze heeft haar studie moeten opgeven en wil graag terug naar huis. Kondo kan de reis naar huis betalen maar de boete niet. Nu zit vast, of ze moet het land illegaal verlaten. De boete kan zo ver oplopen dat het goedkoper wordt om een smokkelaar te betalen.

Er zat nog een profvoetballer uit Nigeria aan tafel bij de IOM. Hij had in Istanbul en in Zuid-Korea gespeeld, maar zijn contract bij een Tunesische club werd plots ontbonden en nu zat hij aan de grond. Ook was er nog een telemarketeer uit Congo, een banketbakker uit Ivoorkust en een human resource manager die nu als huidhoudster werkt. Allemaal hadden ze een opleiding. Niemand wil naar Europa. Vrijwel allemaal hebben ze familie te onderhouden in hun vaderland en kunnen ze van tijd tot tijd een beetje geld naar huis sturen.

Conventie van Genève

Tunesië erkent de Conventie van Genève over de omgang met vluchtelingen, maar heeft geen asielwet en inadequate migratiewetgeving. Eigenlijk ziet de regering het land als een emigratieland en niet als immigratieland. Er wonen en werken veel Tunesiërs in Europa, vooral in Frankrijk natuurlijk, en ook al zijn er heel veel Libiërs in Tunesië en mensen uit West-Afrika, toch worden zij veelal over het hoofd gezien. IOM probeert deze mensen die tussen wal en schip vallen te helpen met juridische bijstand of terugkeer naar het land van herkomst. Als de Europese Unie samenwerkingsafspraken maakt met Tunesië over migranten, dan horen de verhalen van deze migranten zeker op de agenda te staan.