Ook jongeren met een handicap hebben het recht om te leren

GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld wil dat leerlingen met complexe zorgvragen of een beperkte kans op de arbeidsmarkt ook na hun achttiende onderwijs kunnen blijven volgen. Het moet voor onderwijsbestuurders onmogelijk worden jongeren vanaf hun achttiende naar eigen goeddunken uit te schrijven en richting dagbesteding te duwen.

Dat is een van de punten die Westerveld komende donderdag naar voren brengt in het door haar geïnitieerde debat met de ministers van Volksgezondheid en Onderwijs over de problemen in de samenwerking tussen onderwijs en zorg. ‘Ik snap best dat ministeries hun eigen begroting op orde moeten hebben en dat er soms een overlap zit tussen regelingen voor jongeren met een complexe zorgvraag. Het lijkt me alleen een zaak van de ministeries en de Tweede Kamer. Niet iets waarmee je deze mensen moet lastigvallen. Dat gebeurt nu helaas wel.’

Een voorbeeld: sinds de invoering van het passend onderwijs neemt het aantal jongeren op het speciaal onderwijs volgt boven de 18 een duikvlucht. Onderwijsbestuurders schrijven ze uit en verwijzen ze naar de dagbesteding. Dat wordt gemotiveerd met de boodschap dat deze groep beperkt zicht heeft op een diploma of een goede positie op de arbeidsmarkt. Terwijl bijvoorbeeld veel jongeren met het Syndroom van Down nooit een diploma zal halen. 

Volgens de wet mag het – onder bepaalde voorwaarden – maar Westerveld vindt die opstelling volstrekt cynisch. ‘ Alle jongeren moeten het recht krijgen op onderwijs, óók jongeren met een leerachterstand of beperking. Juist voor mensen voor wie kansen zich te ontwikkelen minder vanzelfsprekend zijn moeten de deuren van onderwijsinstellingen zo lang mogelijk open blijven. Blijkbaar is het budget voor passend onderwijs hier leidend en niet het belang van de jongere.’

Voor de overheid maakt het niet veel uit: passend onderwijs kost geld, dagbesteding voor mensen die niet aan het werk kunnen ook. ‘Er is gemeenschapsgeld beschikbaar om deze groep te helpen. Als er al knopen moeten worden gehakt over de toekomst van bijvoorbeeld iemand met Down, dan lijkt het me niet meer dan normaal dat zijn eigen wensen daarin leidend zijn. Een onderwijsbestuurder mag er iets van vinden, maar doorslaggevend kan die mening niet zijn. Wat GroenLinks betreft maken we daar nog deze week afspraken over in de Kamer.’

Financiële motieven mogen daarbij nooit een rol van betekenis spelen. ‘Ik wil van de ministers Slob (OCW) en De Jonge (VWS) garanties dat we jongeren niet de dupe laten worden omdat de overheid het systeem zo ingewikkeld heeft gemaakt. Het is niet relevant of je iemand ondersteunt via de middelen voor passend onderwijs of via het geld dat is gereserveerd voor dagbesteding. Als het maar gebeurt.’