Overheid én bedrijfsleven zijn gebaat bij meer openbaarheid over bedrijfseigenaren

Vorige maand nam de Europese Unie officieel de vierde anti-witwasrichtlijn aan, als Europarlementariër schreef ik namens het Europarlement mee aan de wetgeving, waardoor nu een register van uiteindelijk belanghebbenden het witwassen van crimineel geld, het illegaal ontduiken van belasting en het financieren van terrorisme een stuk moeilijker wordt. Nu vragen werkgeversorganisaties echter aan de Nederlandse minister van Economische Zaken om op de rem te trappen.

Eerst onderhandelde ik met collega-Europarlementariërs om in het standpunt van het Europarlement het register van uiteindelijk belanghebbenden (UBO-register) op te nemen. Daarna lukt het om het register ook in de deal met Europese ministers overeind te houden.

Openbaar voor iedereen met goede reden

In het register wordt opgenomen wie de uiteindelijk persoon is die belang heeft in het bedrijf. Op die manier kan de crimineel met de touwtjes in handen zich niet meer verschuilen achter schimmige bedrijfsconstructies en zwart geld wegsluizen. Hoe meer hulp voor het vinden van criminelen hoe beter. Het register bevat daarom een openbaar deel, toegankelijk voor iedereen met een goede reden om het register in te te kijken, bijvoorbeeld een onderzoeksjournalist.

In de brief (pdf) die VNO-NCW en MKB Nederland recent aan minister Henk Kamp van Economische Zaken stuurden, uitten de werkgeversorganisaties specifiek hun zorgen over familiebedrijven en de privacy van de familieleden in deze bedrijven. In de brief vragen ze aan de minister om de Europese richtlijn terughoudend om te zetten in Nederlandse wetgeving en pleiten ze voor een uitzondering voor familiebedrijven in het openbare UBO-register.

Familiebedrijven

Opvallend genoeg hoorde ik nog niet eerder over deze zorgen bij familiebedrijven. Het lijkt erop alsof de werkgeversorganisaties de richtlijn verkeer interpreteren: Om de privacy van de uiteindelijk belanghebbenden de beschermen, staan er in het publieke deel van het register maar paar gegevens, zoals de naam van de uiteindelijk belanghebbende, een deel van zijn of haar geboortedatum en nationaliteit. Verder kunnen de autoriteiten in specifieke gevallen, wanneer er bijvoorbeeld aanwijzingen zijn voor chantage of ontvoering, besluiten om meer gegevens af te schermen.

Als de minister de familiebedrijven uitsluit van het register, dan gooit hij het kind met het badwater weg. Het enige dat belastingontduikers, afspersers of drugdealers dan nog moeten doen, is een familiebedrijf oprichten. Dat lijkt me niet de bedoeling van deze anti-witwasrichtlijn.

Ik roep de minister op om zich in te zetten voor maximale transparantie en om belanghebbenden ruime toegang te verlenen tot het register. Want juist overheid én bedrijfsleven én de burger zijn gebaat bij meer openheid.