Pas onderwijstoezicht aan om herhaling LVO-drama te voorkomen

Het toezicht in het onderwijs moet volgens GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld op cruciale punten worden aangepast. Bestuurders moeten minder invloed krijgen op de samenstelling van hun Raden van Toezicht en de rol van de medezeggenschapsraden van personeel, leerlingen en ouders moet steviger.

Dat brengt Westerveld vandaag naar voren in het debat naar aanleiding van het examendebacle van VMBO Maastricht en de chaos die is vastgesteld bij het overkoepelende LVO-bestuur.

In de huidige situatie bepalen onderwijsbestuurders grotendeels wie in hun Raad van Toezicht komt en hebben medezeggenschapsraden nauwelijks invloed. Als het aan GroenLinks ligt, worden die rollen gewisseld zodat toezichthouders beter weten wat er op de werkvloer speelt. De minister gaat vervolgens over de formele benoeming.

Westerveld: ‘Dat heeft twee voordelen. In de eerste plaats worden mensen aangesteld die het vertrouwen hebben van personeel, leerlingen en ouders. Dat betekent dat diegenen dus ook binding zullen hebben met het onderwijs en de instelling. Bestuurders werven mensen “met een breed netwerk in de samenleving”. Ik wil niet beweren dat dit onbelangrijk is, maar als je toezicht houdt op een school is de kwaliteit van het onderwijs prioriteit nummer één. In het geval van LVO lijkt het er op dat daarvan geen sprake was.’

‘Ten tweede krijg je een ander type toezicht als je de medezeggenschapsraden een veel prominentere rol geeft in de kwaliteitscontrole. Door de regels van nu lijkt de verhouding tussen bestuur en Raad van Toezicht vooral op die van een opdrachtgever en een adviesorgaan. Daar moeten we echt vanaf.’

Ook over de rol van de medezeggenschap en die van de Inspectie is Westerveld kritisch. ‘Uit de rapporten die we deze dagen ontvingen blijkt dat klachten van ouders niet serieus werden genomen en leraren niet tijdig aan de bel trokken: enerzijds ingegeven door een angstcultuur, anderzijds door de onverschilligheid die is ontstaan omdat men zich niet gehoord voelde. Je kunt er enig begrip voor opbrengen als je beseft dat LVO bijna een monopolist is in een regio waar in het voortgezet onderwijs sprake is van krimp. De situatie werpt wel de vraag op of je het onderwijs in een regio op zo’n manier moet blijven organiseren. Ik ben erg benieuwd hoe minister Slob daar tegenaan kijkt, ook omdat hij zich zo persoonlijk heeft ingezet voor de leerlingen en ouders. Zij zijn samen met het personeel de dupe van deze crisis.’