Rotterdamse kinderen hebben recht op speeltuin

GroenLinks vindt dat kinderen niet de dupe mogen worden van de bezuinigingen op de Melkertbanen. Het kabinet moet daarom, samen met het stadsbestuur van Rotterdam, ervoor zorgen dat de speeltuinen open kunnen blijven. GroenLinks vindt die sluiting onaanvaardbaar.

Door de speeltuinen open te houden, kunnen opgroeiende kinderen buiten blijven spelen. En zo kunnen toezichthouders hun gesubsidieerde baan behouden, in plaats van in de bijstand te verdwijnen.

Naïma Azough, Ineke van Gent en Evelien Tonkens hebben de volgende vragen gesteld over het verdwijnen van de speeltuinen in Rotterdam: 

1. Heeft u kennis genomen van de dreigende sluiting van 62 speeltuinen en 27 ‘Duimdroppen’ (speelgoeduitleen) in Rotterdam?

2. Kent u de Rotterdamse Duimdrop-projecten? Vindt u dit een waardevol initiatief?

3. Bent u met ons van mening dat speelruimte voor kinderen belangrijk is voor de gezondheid en het welzijn van opgroeiende kinderen en een positieve bijdrage levert aan het woon- en leefklimaat van de stad?

4. Bent u van mening dat deskundig toezicht op en begeleiding van spelende kinderen belangrijk is? Deelt u ons standpunt dat vrijwilligerswerk alleen speeltuinen en Duimdrop-containers niet in stand kan houden, mede doordat vrijwilligers in het algemeen al zwaar belast worden? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u geschrokken van de bezuiniging op de toezichthouders in de speeltuinen door de gemeente Rotterdam? Kunt u inzichtelijk maken in hoeverre deze bezuiniging een gevolg is van de kortingen op het gemeentelijke reïntegratiebudget, voorheen de middelen voor ID-banen?

6. Kunt u een landelijke inventarisatie geven van het aantal mensen dat tot en met 2003 vanuit een gesubsidieerde baan -ID of WIW- actief was in het speeltuin- en buurtwerk? Kunt u daarbij aangeven hoeveel van deze werkplekken bedreigd worden met opheffing?

7. Bent u met ons van mening dat voorkómen moet worden dat de speeltuinen en de Duimdroppen in Rotterdam, als gevolg van de enorme bezuinigingen op de gesubsidieerde arbeid, zullen sluiten? Zo nee, waarom niet?

8. Deelt u de mening dat het risico van sluiting van de 62 speeltuinen wordt versterkt door de subsidiestop van NUSO die immers vrijwilligers op vele terreinen ondersteunde? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u van mening dat, mede in het kader van de Grotestedenbeleid, het van groot belang is de speelplekken in stand te houden? Bent u bereid om het College van B&W van Rotterdam hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?