Sargentini eist strengere aanpak buitenlandse belastingparadijzen

Op initiatief van Europarlementariër Judith Sargentini eist het Europarlement dat Europa strenger gaat optreden tegen landen waarvan bekend is dat zij te weinig doen tegen terrorismefinanciering, witwassen en belastingontduiking. Sargentini vindt de nieuwe zwarte lijst met deze landen van de Europese Commissie te mager en roept het Europarlement op om de voorgestelde lijst te verwerpen. Donderdag stemde het Europees Parlement in met Sargentini's oproep.

Witwassen

Sargentini schrijft namens het Europarlement aan een aanscherping van de huidige antiwitwaswetgeving. “Landen die niet eerlijk volgens de financiële regels spelen, moeten we niet belonen. Belastingontwijkers stelen van ons allemaal en landen die dit faciliteren moeten op de zwarte lijst.”

Op de zwarte lijst staan landen die geen goede regels hebben om witwassen en terrorisme financiering tegen te gaan en daarmee een bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Europese Unie. Wanneer meldingsplichtige organisaties, zoals banken, te maken krijgen met personen of bedrijven gevestigd in deze landen, dan moeten zij een uitgebreider klantenonderzoek verrichten.

Sargentini: “Het is cruciaal dat Europese landen belasting kunnen heffen en niet via het buitenland inkomsten verliezen. Zonder gezonde overheidsfinanciën kunnen kinderen niet naar school en dokters niet opereren.”

Lijst van risicolanden herzien

Drie keer per jaar moet de Europese Commissie de lijst van risicolanden herzien na grondig eigen onderzoek. Deze verplichting komt uit de vierde antiwitwasrichtlijn, die Sargentini namens het Europees Parlement onderhandelde. De Europese Commissie presenteerde in juli een eerste lijst die volledig is gebaseerd op een beslissing van de Financial Action Task Force (FATF), een internationale organisatie.

“Die eerste lijst was overduidelijk een knip en plak-exercitie van de Commissie, terwijl de wet een objectieve analyse voorschrijft”, aldus Sargentini. Naar aanleiding van die lijst tekende Sargentini bezwaar aan bij eurocommissaris Věra Jourová, verantwoordelijk voor het opstellen van de zwarte lijst.

Ook de tweede lijst, die aan de basis ligt van de resolutie van donderdag, geeft geen blijk van een grondig onderzoek. Het bevat nagenoeg dezelfde landen als de eerste lijst: Afghanistan, Bosnië en Herzegovina, Irak, Iran, Laos, Syrië, Oeganda, Vanuatu, Jemen en Noord-Korea. Alleen Guyana is van de lijst af gehaald. Sargentini: “Ook deze lijst voldoet totaal niet aan de realiteit. De Europese Commissie moet gewoon haar werk doen en geen oogje dichtknijpen voor belastingfraude.”

De lessen die geleerd zijn na de Panama Papers blijken voor de Europese Commissie geen aanleiding om de lijst uit te breiden. Sargentini is daarom van plan om in haar nieuwe antiwitwaswetgeving de zwarte lijst ambitieuzer te maken. Sargentini: “Als wij daadwerkelijk effect willen sorteren in het bestrijden van financiële criminaliteit, dan hebben wij een ambitieuze zwarte lijst nodig. Alleen dan kunnen we voorkomen dat criminelen hun geld uit het buitenland in Europa kunnen uitgeven.”