Speech Linda Voortman: De robot als sociaal werker

Hoe ziet het werk van de sociaal werker er in de toekomst eruit? Hebben we de sociaal werker nog nodig of kan deze beter vervangen worden door een robot? Tijdens haar speech op vrijdag 1 april ging Linda Voortman in op deze vragen. Dit gebeurde op het congres van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) van de Hanzehogeschool te Groningen. Lees hieronder de volledige tekst. Gesproken woord geldt.

De robot als sociaal werker

 

Inleiding

Goedemorgen allemaal, dank voor de uitnodiging hier in Groningen te komen spreken. Het is voor mij bijzonder om hier in Groningen te zijn. Groningen is de stad waar ik studeerde en politiek actief werd, als raadslid voor GroenLinks. Ik kwam hier als 18-jarige vanuit Twente om Engels en Literatuurwetenschap studeren.

Tijdens mijn studie werd ik actief bij de Groninger Studentenbond en de Universiteitsraad. Van deze ervaringen profiteer ik nog steeds. Ik heb geleerd

Hoe een verhaal te houden voor een groep mensen.

Vraagtekens te zetten bij wat je aan informatie krijgt.

Niet te vertrouwen op een papieren werkelijkheid, maar erop uit te trekken. Met mensen in gesprek te gaan. Zelf de feiten te achterhalen.

Groningen heeft mij gevormd. Groningen is de stad waar ik volwassen geworden ben.

Toekomstblik

Maar ik ben hier niet om terug te blikken. Mag ik jullie meenemen naar het jaar 2026?:  We leven in een futuristische stad. Een supersonische tram zoeft door stad. Maar de stad ziet er niet meer zo uit als we hem nu kennen. De stad bestaat uit twee groepen mensen: de werkers, die leven ondergronds,

en de denkers, die leven in luxe boven de grond.

Jullie kunnen jullie voorstellen, dit leidt tot spanningen: Voor de werkers is elke dag er weer een waarin ze moeten zwoegen om te kunnen overleven. Ze zijn diep gefrustreerd over de onzekerheid van hun bestaan en de weelde waarin de denkers leven.

Maar dan lijkt hun redding nabij: een bijna Bijbelse vrouw, Maria, komt naar de stad, om te strijden voor de rechten van de werkers.

De burgemeester, een typische denker, vreest voor Maria’s macht: Hij sluit haar op en laat een robot haar vorm aannemen. De robot-Maria komt vrij.En in plaats van de werkers te helpen, speelt ze ze tegen elkaar uit en organiseert ze ondergrondse opstanden.

De opstanden breiden zich uit en de stad verkeert al snel in een noodtoestand. Gelukkig lukt het de echte Maria te ontsnappen en weet ze rust te brengen in de stad.

Metropolis

Misschien komt dit verhaal jullie bekend voor. Het is een samenvatting van de film Metropolis, die in 1927 werd uitgebracht. In die tijd speelden grote maatschappelijke veranderingen: De machine werd steeds belangrijker en zowel het kapitalisme als het sociale welvaartssysteem ontwikkelde zich volop.

Daarmee groeide ook de angst voor het nieuwe: De angst voor die machine, voor oncontroleerbare systemen, angst voor de verdeling van de samenleving.

De robot als sociaal werker

Maar zien we nu niet een vergelijkbare angst in de samenleving? Maken we ons terecht zorgen over de robotisering van de samenleving? Kán het werk van de SPH’er, de mensen die jullie opleiden, niet veel beter worden overgenomen door een robot?

Sta mij toe daar eens verder op te fantaseren. Vanuit het perspectief van een beleidsmaker is een robot heel efficiënt: Een robot laat zich niet afleiden door emoties en handelt precies naar hoe je hem hebt ingesteld. Input en output zijn kristalhelder.

Dat is heel fijn voor een beleidsmaker die strakke doelen stelt en zijn resultaten wil kunnen meten: Zoveel mensen uit de bijstand, zoveel langer thuis blijven wonen, zoveel bezuinigingen. En hoe realiseer je die doelen zo efficiënt mogelijk?

Waarschijnlijk NIET met mensen, want: Mensen willen alleen maar kostbare tijd voor persoonlijk contact, mensen willen ruimte voor hun eigen inzichten, en dan vinden ze ook nog dat ze recht hebben op een fatsoenlijk loon

Mensen zijn simpelweg lastig.

Een robot wil dat allemaal niet. Bovendien is een robot heel handig voor administratieve taken: even de gegevens van een cliënt scannen, verwerken en zo in de inbox van een ambtenaar. Kortom, robots als ultieme uitvoerders van sociaal beleid.

Mijn motivatie

Maar schrik niet, als het aan mij ligt komt het niet zo ver. Juist dit soort toekomstperspectieven helpen mij te beseffen wat ik wel en niet wil. Zij spoorden mij aan om politiek actief te worden hier in Groningen.

Als raadslid verzette ik mij tegen het plan om de Oude Hortus van de Universiteit volledig te bebouwen. Ik sprak met bewoners. Voor hen was het belangrijk om dit stukje geschiedenis te bewaren, ze genoten van het mooie uitzicht of hun wekelijkse wandelingen erdoorheen.

En ik was hartgrondig tegen de sloop van het Blauwe Dorp. Prachtige arbeiderswoningen in de Oosterparkwijk. De planologen, de denkers, voelden meer voor nieuwbouw. Groningers koesterden hun oude buurt.

Hoe kon de waarde van de Oude Hortus of het Blauwe Dorp opwegen tegen de opbrengsten van nieuwbouw? Juist dit soort immateriële waarden zijn van onschatbaar belang en de moeite meer dan waard om voor te vechten.

En nu als Kamerlid, probeer ik nog steeds te knokken voor wat kwetsbaar is,  zonder vooruitgang tegen te houden.

Tijden van onzekerheid en onrust

Want vooruitgang en verandering zijn geen schrikbeelden, maar ik merk wel dat het voor veel mensen tijden van onzekerheid en onrust zijn:

De huishoudelijke hulptak van TSN is failliet. 10.000 mensen zitten in onzekerheid over hun baan. Vele cliënten maken zich zorgen over hun zorg. Het aantal verwarde mensen op straat is enorm toegenomen. Zorgverleners en veiligheidsinstanties verliezen mensen uit beeld.

Ook op de arbeidsmarkt: onder het mom van flexibilisering neemt de onzekerheid toe.  Twee kanten van dezelfde medaille.

De overheid hoort wat te doen aan de donkere kant van de medaille:  de mensen beschermen en een sociaal vangnet bieden. Juist voor de meest kwetsbare mensen, mensen die als ze uit beeld verdwijnen ten prooi vallen aan ongezondheid, schulden, armoede of zelfs criminaliteit is dat sociale vangnet cruciaal.

Neem nu eenzaamheid, een steeds grotere bedreiging voor onze gezondheid, en nog wel meer dan roken en drinken. Steeds meer Nederlanders geven aan zich vaak eenzaam te voelen. Het aantal Nederlanders dat zich eenzaam voelde groeide van 5 procent in 2001 tot 15 procent anno nu.

Dat zijn 1,7 miljoen Nederlanders. Eenzaamheid heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid, maar ook bij het vinden van werk en het ontsnappen aan armoede. Want wat is de beste manier meestal om een baan te vinden? Via je netwerk, of op zijn minst een vriend of vriendin die je attendeerde op een vacature. Ik denk dat er bijna geen middel zo krachtig is tegen psychische, fysieke klachten en werkloosheid als het hebben van sterke sociale relaties.

Het kabinet

Maar juist díe staan de afgelopen jaren flink onder druk.  Ik maak me zorgen over de groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid, ziek of gezond, flex en vast.  Ofwel: de denkers en de werkers.

Het kabinet heeft daaraan bijgedragen door flink te bezuinigen op de zorg en de sociale sector. Onder het mom van de ‘participatiemaatschappij’ trok de overheid zich terug. Participatie werd ons opgedrongen, in plaats van mogelijk gemaakt.

Maar het sociale netwerk waar de participatiemaatschappij zo’n beroep op doet is lang niet altijd aanwezig.De participatiemaatschappij had beter de ‘Zoek het maar uit maatschappij’ kunnen heten.

En nog zo een: de decentralisaties, waardoor gemeenten meer verantwoordelijkheden kregen om de zorg dichterbij huis te kunnen organiseren.

Op zich een goed idee. Maar in plaats van de politiek dichterbij de mens te brengen, is Den Haag, zijn de denkers, juist verder af komen te staan. Gemeentes kregen meer taken, maar ook meer controle en minder geld. Aandacht voor persoonlijke contact, ruimte voor de professional en bescherming van privacy schieten er hierdoor te vaak bij in.

Mensen in de knel

Ik zie dat hierdoor veel mensen in de knel komen: Zo hoor ik vaak klachten over de ingewikkelde procedures voor het krijgen van een bijstandsuitkering. Ik schrik van de verhalen van ouders die erachter komen dat allerlei gemeenteambtenaren de jeugdzorggegevens van hun kind met elkaar delen. Of de doorgeslagen controle op de uitbetaling van pgb’s, waarvan we de dramatische gevolgen inmiddels kennen.

Meer wantrouwen, meer regels

De overheid is zich steeds wantrouwender gaan opstellen tegenover gemeenten, professionals, en de individuele burger. De Haagse reflex is meer regels opleggen, een nog grotere bureaucratie optuigen.

In die bureaucratie verworden professionals, zoals jullie, haast robots. En worden mensen gereduceerd tot categorieën; 'ben je een zzp3 of een zzp4', ' een ...' Of 'een ...'

Kortom, de denkers leggen de regels op, de werkers moeten maar gehoorzamen. Nog nooit was de noodzaak voor een Maria zo groot.

Menselijke waarden,  persoonlijk contact

En die Maria’s, dat zijn de studenten die jullie opleiden.Dat zijn mensen die knokken voor wat kwetsbaar is, die overzicht bieden in ingewikkelde procedures en die de gevestigde orde durven uit te dagen. Als geen ander  kennen jullie de dagelijkse realiteit van mensen die niet binnen de hokjes van het systeem passen, die buiten de boot vallen. Jullie redeneren -als je daartoe de kans krijgt althans- vanuit de persoon en niet vanuit de regels.

Juist als het gaat om kwetsbare mensen, heeft een van bovenaf opgelegde, robotachtige benadering geen zin. Het gaat dus juist om menselijke waarden, om persoonlijk contact.

Kijk naar het groeiend aantal mooie initiatieven zoals:

Buurtzorg Nederland,  die persoonlijk contact en  vakmanschap als kernvisie heeft;  

of de ‘regelarme’ Thomashuizen, waar mensen met verstandelijke beperking werken en waar het beleid niet gebaseerd is op protocollen, maar op intuïtie, ervaring en eigen inzicht;

of mensen die in hun buurten werken aan allerlei initiatieven die mensen uit hun isolement halen.

Zij slagen erin kwetsbare mensen te helpen, eerder ondanks dan dankzij de Haagse regels.

Ik zie nu de beleidsmaker al denken: Hoe meet je hier de effectiviteit van? Maar zoals Paul Schnabel onlangs opmerkte: ‘Wat niet precies meetbaar is, is vaak wel merkbaar.’

Loslaten vanuit Den Haag

Als docenten hebben jullie al heel wat sociale veranderingen en trends in het onderwijs meegemaakt:

van een heilig geloof in vadertje staat,

tot het in de kracht zetten van burgers,

tot aan de wantrouwende overheid.

De sociaal werker moest zich elke keer aanpassen een nieuwe realiteit, opgedrongen door de Haagse politiek. En ik kan me voorstellen dat jullie dat ook wel een beetje beu zijn.

Ik geloof niet in uitersten of systemen, maar wel in mensen. Mensen zoals jullie, of de studenten die jullie opleiden.

Als Kamerlid kan ik een beetje doen om weer het sociale gezicht terug te krijgen in het sociale beleid.

De denkers in Den Haag mogen wat minder denken in CPB-modellen, SMART-doelstellingen of in 'one size fits all' oplossingen.

Nieuw engagement!

En jullie, opleiders van de toekomstige Maria’s, mogen weerstand bieden tegen het robotiseren van jullie werk.

Wat dat betreft heb ik nog wel een oproep aan jullie.

Maar voordat ik dat doe, werp ik nog een keer een korte blik op het verleden. Op de voorganger van jullie opleiding: de sociale academie, waar sommigen van jullie waarschijnlijk nog op hebben gezeten. 

De sociale academie was een omgeving met mensen met groot engagement. Engagement met kwetsbare mensen. Mensen op de sociale academie voelden zich vaak belangenbehartigers voor die kwetsbare mensen. Misschien soms te veel. Want je moet ook niet alles voor mensen willen bepalen, dan worden ze juist TE afhankelijk. Natuurlijk zijn de tijden veranderd, maar de kwetsbare mensen zijn er nog steeds. Als ik de SPH’ers van nu spreek, krijg ik het idee dat zij soms te gemakkelijk mee gaan in het beleid.

Deal

Ik wil daarom een deal met jullie maken: Als ik me nu voorneem om meer vertrouwen te hebben in jullie en de mensen die jullie opleiden, en me inzet voor voorwaarden zodat jullie en jullie studenten goed kunnen werken    - zonder dus van bovenaf regels op te leggen?

Kunnen jullie je dan inzetten om de Maria’s vd toekomst op te leiden? De échte, strijdbare Maria’s bedoel ik dan hè.

Laat de film Metropolis ook een mooie voorspelling zijn: zodra de menselijk maat terug is, is de redding nabij.