Steun aan Griekenland is onvermijdelijk

Volgens GroenLinks-Kamerlid Kees Vendrik is het onvermijdelijk dat Nederland de noodlening van 4,7 miljard euro aan Griekenland gaat verlenen, om een monetaire crisis te voorkomen. Ook wordt het volgens hem tijd dat de financiële sector zelf een bijdrage gaat leveren door uitstaande leningen aan Griekenland te verlengen. De Tweede Kamer debatteert morgen over de Nederlandse bijdrage aan de financiële steun voor Griekenland.

“Dit gaat niet alleen over Griekenland. De Nederlandse belastingbetaler heeft niets aan een volgende bankencrisis. Als we Griekenland niet helpen met een lening, dan zou het land zeer waarschijnlijk failliet gaan. Ook andere landen die al in moeilijkheden zijn zouden hierdoor kunnen worden aangestoken, met alle gevolgen van dien voor Nederland en de rest van EU”, aldus Vendrik.

Geen belastinggeld

Aan Griekenland wordt geen belastinggeld uitgeleend. Nederland leent eerst zelf geld en leent dat vervolgens voor een hoger tarief door aan Griekenland. Bij het terugbetalen van Griekenland heeft Nederland dan dus winst gemaakt. Over de leningsvoorwaarden worden harde en duidelijke afspraken gemaakt.

Volgens Vendrik zijn de eisen die aan Griekenland gesteld worden buitengewoon streng. Een vergelijkbaar tekort als wat Nederland in vijf jaar wil gaan oplossen moet Griekenland in één jaar oplossen, echter datzelfde moeten ze de twee jaar daarop nóg een keer doen. Griekenland moet zeker snijden in de uitgaven aan bijvoorbeeld pensioenvoorzieningen, ambtenarensalarissen en het leger. Het gevaar is echter dat vooral de zwakkeren de dupe worden.

Bankenheffing

Wat GroenLinks betreft moet de crisis in Griekenland aangegrepen worden om vooral de banken een structurele bijdrage te laten leveren doormiddel van een bankenheffing. Door een structurele jaarlijkse bijdrage zouden banken moeten meebetalen aan de door hun gedrag aangerichte ellende. Hiermee kan voorkomen worden dat het geld van de belastingbetaler weer te risicovol belegd wordt. Ook is het moment aangebroken om nu echt meer, sterkere en duidelijkere bevoegdheden van de financiële sector Europees vast te leggen.