Minister Rouvoet maakt zich zorgen over de losgeslagen seksuele moraal van jongeren. In zijn manifest roept GroenLinks Kamerlid Tofik Dibi jongeren op tot een tweede seksuele revolutie. Dibi: “Dat jongeren aan seks doen is geen enkel probleem. Seks is leuk en lekker. Waar het op aan komt is dat jongeren weerbaar worden gemaakt en grenzen durven stellen.”

Een maatschappelijk debat over de jeugd van tegenwoordig, zoals Rouvoet wil, lost niets op. Er zijn concrete maatregelen nodig. Dibi stelt daarom voor dat zijn wet media-educatie snel wordt ingevoerd. Daarmee leren kinderen beter om te gaan met alle seksuele beelden die op hen af komen. Er moet ook meer seksuele voorlichting worden gegeven op scholen. Te vaak gebeurt dat niet uit angst voor de reactie van ouders. Tot slot moeten de laagdrempelige Rutgershuizen terugkomen.

 

 

Manifest

Naar een tweede seksuele revolutie!


Seks is leuk…

Seks is goed voor een beter humeur, een mooiere huid, en sterkere botten en spieren. Het maakt aantrekkelijker, verlengt het leven, bevordert de bloedsomloop, verbrandt calorieën, verbetert de waarneming van geuren en bevordert het natuurlijke afweersysteem. Het hebben van seks vermindert stress en pijn, en de kans op prostaatkanker en hartkwalen. Kortom, seks is niet alleen leuk, het is ook gezond.

Het is dus eigenlijk een goede zaak dat jongeren steeds meer ervaring hebben met seks. In 2005 had 31 procent van de jongeren tot 18 jaar ooit seks gehad. In 1995 was dat nog 24 procent. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren voor het eerst met iemand naar bed gaan, is met 16,6 jaar ongeveer gelijk gebleven. Lageropgeleide jongeren hebben meer seksuele ervaring dan hun leeftijdsgenoten met een hoger opleidingsniveau. Het is dan ook niet opmerkelijk dat hogeropgeleiden meer masturberen.

In tegenstelling tot het beeld dat minister Rouvoet schetst, vinden de meeste jongeren dat seks iets is voor mensen die veel voor elkaar voelen. De jongeren die geen seksuele ervaring hebben, geven dan ook aan dat ze nog geen vaste relatie hebben gehad, nog geen stabiele relatie hebben of de juiste persoon nog niet zijn tegengekomen. Voor jongens ligt dat anders, de reden die zij aangeven is dat het ‘gewoon nog niet gebeurd is’. Over het algemeen kunnen jongeren makkelijk praten over seks, weten ze wat ze zelf en de ander fijn vindt en respecteren ze andermans grenzen.

…maar niet altijd

Het hebben van seks gebeurt niet altijd vrijwillig. 2 Van de 100 jongens en 1 van de 100 meisjes krijgen na seksueel contact geld of een andere beloning. Maar liefst 16,3 procent van de meisjes is wel eens gedwongen tot een seksuele handeling. Voor jongens ligt dit percentage met 4,4 procent een stuk lager. Jongeren die niet zijn opgegroeid in een warm gezin, laagopgeleiden en jongeren die vroeg beginnen met seks hebben meer ervaring met seksuele dwang. 4,3 Procent van de jongens heeft ooit een ander gedwongen tot seksuele handelingen. Jongens van Marokkaanse en Turkse afkomst hebben vaker seks dan hun autochtone leeftijdgenoten. Zij oefenen ook vaker seksuele dwang uit. Tegelijkertijd schamen zij zich vaker dat zij überhaupt aan seks doen. Marokkaanse en Turkse meisjes daarentegen hebben weinig zeggenschap over hun eigen lijf. Zij zijn het vaakst ontevreden over hun seksuele leven. De mythe van het maagdenvlies speelt daarbij een rol.

In de documentaire Sex Sells valt het op dat het met name de jongeren in arme probleemgezinnen zijn die belanden in een garagebox. Zij hebben thuis geen goed voorbeeld van een liefdevolle relatie. Maar de garagebox kent ook een praktische reden: het ontbreekt aan een eigen slaapkamer. De documentaire maakt ook duidelijk dat de problemen zich niet beperken tot Amsterdam Zuidoost. Ook in Amsterdam Zuid of Twente spelen worstelen jongeren met hun grenzen rond seksualiteit.

De houding tegenover homoseksualiteit is weinig positief. De helft van de jongens en 20 procent van de meisjes vindt homoseks vies. 12 Procent van de jongens zegt zelfs de vriendschap te willen verbreken als zijn beste vriend homo blijkt te zijn. 4 Procent van de meisjes zou dit ook doen.

Een tweede seksuele revolutie!

Tijdens de eerste seksuele revolutie veranderde de kijk op seksualiteit. Seks was niet langer vies. De individuele beleving kwam meer centraal te staan en seks werd, dankzij de komst van de pil, losgekoppeld van het krijgen van kinderen. Een nieuwe revolutie is nodig. Met name onder jongeren. Seks moet losgekoppeld worden van de commercie. En jongeren moeten weerbaarder worden om zelfstandig, verstandig en prettig met seks om te gaan. De nieuwe preutsheid en afkeer van vrije seks is het antwoord niet. Seks moet juist vrijer worden, zónder dwang of ruil. Minister Rouvoet wil een maatschappelijk debat. Als er al een maatschappelijk debat gevoerd moet worden, dan hierover.

Ik word niet goed van alle verboden die me om de oren vliegen. De PvdA wil een verbod op hyves voor jongeren onder de 16. Het CDA wil een verbod op expliciete videoclips en –games. De ChristenUnie wil een verbod op televisieprogramma’s en de SP zegt nee tegen mobieltjes op scholen, omdat daar porno op kan staan.

Dat is vechten tegen windmolens. Al zouden we het willen – en het moge duidelijk zijn dat ik dat niet wil – we zijn niet eens in staat om expliciete beelden bij jongeren weg te houden. Er zijn echte oplossingen nodig.

Media-educatie

Veel volwassenen denken dat voorlichting nauwelijks meer nodig is, omdat jongeren al worden overspoeld met seks. Maar deze beelden geven een eenzijdige, commerciële voorstelling van seks Op televisie wordt het niet alleen vertoond in de late uurtjes. Ook in videoclips lijkt het hét favoriete thema. Juist vanwege de extreme beelden (bijvoorbeeld de op porno geïnspireerde videoclips en de extreme seksuele handelingen op vrij toegankelijke pornosites) is het belangrijk dat aan jongeren wordt duidelijk gemaakt dat dat niet ‘de norm’ is en dat hen geleerd wordt zelf hun grenzen te ontdekken en deze vast te stellen. Media-educatie rust kinderen en jongeren toe om weloverwogen met de seksuele informatiestromen om te gaan door zowel de negatieve als de positieve effecten zichtbaar te maken. GroenLinks stelt daarom voor dat media-educatie wordt opgenomen als kerndoel in het basis- en voortgezet onderwijs. Dat betekent dat alle scholen daar aandacht aan moeten besteden. Onze initiatiefwet Media-educatie ligt klaar om uitgevoerd te worden.

Seksuele voorlichting

Een van de kerndoelen van het basisonderwijs is dat leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. Wat mij betreft hoort seksuele voorlichting daarbij. Op te veel basisscholen wordt onvoldoende aandacht besteed aan seksuele vorming. Op sommige zwarte en streng religieuze scholen wordt het vermeden. Soms mag het niet van de school. Soms vermijden leraren het er over te beginnen uit angst voor de reactie van ouders.

Rutgerhuizen terug

Jongeren weten afgezien van de huisarts vaak niet waar ze naar toe kunnen als ze te maken hebben met vragen over anticonceptie, soa of ongeplande zwangerschap. Het is verder niet bijzonder goed gesteld met hun seksuele kennis. Ongeveer één derde van de jongens en meisjes weet niet dat je ook zwanger kunt worden als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt. Bijna de helft van de jongens denkt dat je onvruchtbaar kunt worden van het slikken van de pil of weet niet hoe het hiermee zit. Daarnaast weet ongeveer één derde van de jongens niet dat wassen niet helpt tegen het oplopen van soa of hiv en dat meisjes niet altijd bloeden bij de eerste geslachtsgemeenschap. Meisjes geven op vrijwel alle vragen vaker het juiste antwoord dan jongens. Meisjes praten dan ook vaker met ouders en vrienden over seksualiteit dan jongens. Nederlandse en Antilliaanse jongeren communiceren relatief veel met de ouders, jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond opvallend weinig.

Instellingen die daar vroeger bij hielpen, zoals de Rutgershuizen en de NVSH, zijn door het vorige kabinet wegbezuinigd. Jongeren kunnen nauwelijks ergens terecht met vragen over seks. Daarom moeten de Rutgershuizen terugkomen als centra voor kennis, voorlichting en preventie. Jongeren moeten daar binnen kunnen lopen, maar ze moeten ook zelf jongeren actief opzoeken, en voorlichting geven op scholen, in buurthuizen en uitgaanscentra.

Tofik Dibi