Turkije moet een faire kans krijgen

Voorlopig mogen de Turken niet plaatsnemen aan de onderhandelingstafel in Brussel. Op de Top van Kopenhagen afgelopen december heeft de Europese Unie besloten dat het land nog niet rijp is om toetredingsonderhandelingen te beginnen. De Europese regeringsleiders hebben in Kopenhagen echter ook benadrukt dat zij de deur voor Turkije open willen houden.

Eind volgend jaar zal bekeken worden of het land voldoende vooruitgang heeft geboekt in de naleving van de mensenrechten en de ontwikkeling van democratie en rechtsstaat. Tot voor kort leek Turkije goed op weg, maar de Irak-crisis dreigt roet in het eten te gooien.Culturele kloofTurkijes aanvraag voor lidmaatschap heeft vaak de vraag doen rijzen of Turkije al dan niet deel uitmaakt van Europa. Is het land in politiek en cultureel opzicht wel Europees te noemen? De Europese christen-democraten hebben dit bezwaar het meest nadrukkelijk en op strategische momenten naar voren gebracht. Zo stelde de Europese Volkspartij in 1997, net voor de Eurotop over de start van het EU-uitbreidingsproces, dat de "culturele, humanitaire en christelijke waarden van Europa anders zijn dan de waarden van Turkije"(1). De Franse oud-president en huidige voorzitter van de Europese Conventie Giscard d'Estaing wakkerde deze discussie in de voorbereiding van de Top van Kopenhagen opnieuw aan door te verklaren dat de toetreding van Turkije het eind van de Europese Unie zou betekenen (2). Tegenstanders van een Turks lidmaatschap beroepen zich vaak op de these van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington (3) , die voorspelt dat conflicten in de toekomst vooral zullen uitbreken tussen landen die tot verschillende beschavingen of religies behoren. Vanuit dit oogpunt is vruchtbare samenwerking met een islamitisch land als Turkije niet erg waarschijnlijk. De gemeenschappelijke burgerlijke en democratische waarden van de Europese Unie zouden niet langer de vanzelfsprekende basis zijn voor Europees beleid maar het moeten opnemen tegen islamitische beginselen.Deze opvatting van Turkije als islamitische staat wordt door Ankara, maar ook de meerderheid van de Europese politieke klasse, met klem tegengesproken. De islam wordt immers sinds Atatürk met harde hand geweerd uit de Turkse politiek. Volgens de stichter van de Turkse staat is de beoefening van de islam, wanneer deze verder reikt dan de privé-sfeer, een potentieel gevaar voor de moderne maatschappij. Zijn hervormingen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw worden ook wel de Turkse Verlichting genoemd. Kemal Atatürk heeft bewust gebroken met het verleden en een seculiere staat gesticht om burgerlijke en democratische waarden in Turkije ingang te doen vinden. Dit secularisme is zo ver doorgevoerd dat het fundamentele burgerlijke rechten (zoals de vrijheid van meningsuiting) schendt en de democratie verstikt. Zo is bijvoorbeeld het dragen van een hoofddoek op school verboden. Islamitische partijen worden door het leger, dat zich als hoeder van Atatürks leer beschouwt, op de voet gevolgd en zo nodig het politieke systeem uitgewerkt. De pas benoemde premier, Tayyip Erdogan, is in het verleden veroordeeld voor het voorlezen van een provocerend, islamitisch getint, gedicht. Er bestaat dus wel degelijk een verschil in politieke cultuur tussen de landen van de Europese Unie en Turkije. Dit verschil heeft echter weinig te maken met religie, maar juist met een secularistische politiek die in het verleden omwille van de stabiliteit in de regio door het Westen zelf is aangemoedigd (4). De politieke veranderingen van de afgelopen twee jaar, in de vorm van (grond-)wetswijzigingen en het aantreden van een gematigd-islamitische regering, wijzen erop dat deze politieke cultuur geen statisch gegeven is. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) benadrukte al in 1999 dat de culturele kloof niet onoverbrugbaar is (5). Historici hebben in de jaren ‘70 ook tegen het EU-lidmaatschap van Spanje geargumenteerd omdat zij het land op grond van zijn traditie ongeschikt achtten voor de parlementaire democratie. Ondertussen twijfelt niemand meer aan Spanjes plek in de gemeenschap van democratische landen. Europese Unie is waardengemeenschapDe grondleggers van de Europese Unie legden in het oprichtingsverdrag (1951) vast dat "elke Europese staat die de beginselen van de Europese Unie in acht neemt, kan verzoeken lid te worden van de Unie" (6). De oprichters stond dus een geografische begrenzing voor ogen: alleen landen die op het Europese continent liggen komen in aanmerking voor lidmaatschap. Met het argument van 'aardrijkskundige pech' - het grootste deel van Turkije ligt immers in Azië - willen Turkije-tegenstanders het land nog wel eens afserveren. Maar Europa heeft met het sluiten van het associatieverdrag in 1964 de eerste stap over de Bosporus gezet. Dat verdrag bood reeds uitzicht op lidmaatschap, en maakte duidelijk dat de Europese Unie niet primair een geografisch project is, maar een waardengemeenschap (7). Veiligheid vormde het belangrijkste motief om Turkije in de jaren zestig naast het NAVO-lidmaatschap ook opname in Europese structuren aan te bieden. Turkije moest vooral stabiel en westers-georiënteerd blijven. In de korte geschiedenis van de Europese integratie was economische vervlechting al een veelbelovend middel gebleken om gewapende conflicten tussen de lidstaten uit te bannen. Het door de economische samenwerking bereikte hogere welvaartsniveau werd voor de EU snel van middel tot doel op zich. Toen in 1995, met de sluiting van de douane-unie, de toegang van Europese ondernemingen tot de Turkse markt voor een groot deel geregeld was, zagen velen in de EU de beloften aan Turkije als nagekomen. Maar de Turken maakten duidelijk dat zij meer dan alleen handel nastreefden. De Europese Unie moest onder ogen zien dat zij de keus had tussen een geïsoleerd, nationalistisch Turkije als buurland of een Turkse democratische rechtsstaat als partner binnen de EU. Eind jaren ’90 koos de EU voor de tweede optie.Voordelen van Turks lidmaatschapTen eerste zal de stabiliteit in het land op termijn alleen gewaarborgd kunnen worden wanneer de democratisering en de verankering van de mensenrechten in het rechtsstelsel gestaag worden voortgezet. Dit proces is pas sinds 1999 op gang gekomen, toen het land de officiële status van kandidaat-lidstaat kreeg. Omdat de Europese Unie een rechtsgemeenschap en een democratische gemeenschap is, moet Turkije al vóór toetreding aan een aantal eisen voldoen. Hervormers binnen de politieke elite en mensenrechtenorganisaties dringen er in Brussel op aan het land op deze lange weg niet in de steek te laten. De bevordering van de mensenrechten is een belangrijk doel van de EU. Een grotere rechtszekerheid is daarnaast ook noodzakelijk voor een succesvolle economische integratie.Ten tweede heeft de EU er alle belang bij om Turkije economisch en politiek vooruit te helpen. 11 september 2001 heeft de verhouding tussen verschillende bevolkingsgroepen binnen de EU-lidstaten op scherp gezet. Het geloof en de cultuur van moslims vormen de inzet van heftige controverses. Turkije kan bewijzen dat de islam haar gelovigen niet veroordeelt tot achterlijkheid. Door met de steun van Brussel te laten zien dat het land op weg is naar een pluralistische democratie kan Turkije een belangrijke brugfunctie vervullen tussen het Westen en de wereld van de islam. Bovendien zal de economische vooruitgang die met Europese integratie gepaard gaat, leiden tot een vermindering van de armoede die op dit moment nog veel Turken naar het buitenland drijft.Ten derde deelt de Europese Unie een aantal problemen met Turkije die alleen gezamenlijk kunnen worden opgelost. Het terugdringen van mensenhandel en andere vormen van grensoverschrijdende criminaliteit en de aanpak van milieuproblemen worden vergemakkelijkt wanneer Turkije deelneemt aan het Brusselse beraad en moet voldoen aan dezelfde regels als de rest van de EU. Last but not least is Turkije ook van strategisch belang. Als poort naar het Midden-Oosten is het land een cruciale partner voor de EU in haar streven naar meer stabiliteit in de regio. Ankara’s aarzelingen over de stationering van Amerikaanse troepen voor de oorlog tegen Irak bewijzen dat het land niet blindelings achter de Verenigde Staten aanloopt. De vrees dat Brussel met Turkije teveel Amerikaanse invloed binnen zou halen is dan ook ongegrond. ValkuilBovenstaande betekent niet dat de eisen waaraan elk toekomstig lid van de EU moet voldoen, in het geval van Turkije uit politiek-strategische overwegingen versoepeld moeten worden, zoals de Verenigde Staten vorig jaar nog bepleitten. Het is vooral de Turkse bevolking die in de kou komt te staan wanneer de hervormingsmotor afslaat. Maar ook de Europese Unie is niet gebaat bij een knieval voor de geopolitiek. Op het moment dat de Conventie werkt aan een verdere versterking van een Unie waarin niet alleen de grote lidstaten aan de touwtjes trekken, zou meten met twee maten een zware klap betekenen voor Europa als waardengemeenschap. Vooruitgang geboektTurkije heeft reeds belangrijke stappen gezet op het pad naar meer democratie en rechtsstatelijkheid. Volgens de zogenaamde politieke Kopenhagen-criteria, die op de Europese Top in 1993 zijn vastgesteld (8), moet een aspirant-lidstaat beschikken over een democratisch politiek systeem waarin de betrekkingen tussen overheden, burgers en bedrijven worden geregeld door het recht, waarin mensenrechten worden nageleefd en minderheden beschermd. De EU heeft deze eisen in 2000 voor Turkije enigszins gespecificeerd (9). Ankara moet haar wetgeving en praktijk aanpassen om vrijheid van meningsuiting en vereniging te garanderen, om tegen marteling op te kunnen treden en de leefsituatie van de Koerden te verbeteren. Bovenop de Kopenhagen-criteria eist Brussel ook actieve medewerking aan de vreedzame hereniging van Cyprus. De diverse hervormingspakketten die het Turkse parlement de afgelopen twee jaar heeft aangenomen, hebben op een aantal terreinen tot concrete verbeteringen geleid. Het land heeft de doodstraf in vredestijd afgeschaft en het gebruik van andere talen dan Turks - in de praktijk vooral diverse Koerdische talen - toegestaan in media en onderwijs. De noodtoestand die het leven in de Koerdische gebieden jarenlang heeft bekneld is inmiddels opgeheven.Talrijke andere wetswijzigingen houden verband met de kritiekpunten die Brussel bij de hervormers heeft neergelegd. Zo zijn wetten geamendeerd die de rechten en plichten van verenigingen regelen, de mediawet is aangepast, de wet over politieke partijen, het strafrecht en het burgerlijke wetboek hebben veranderingen ondergaan. Veel van deze wijzigingen zijn echter voor meer dan één uitleg vatbaar.Het restrictieve karakter van de wet over verenigingen bijvoorbeeld is door alle taalkundige aanpassingen niet veranderd. Vooral de vrijheid van meningsuiting zal beperkt blijven zolang de 'belediging van de staat' als één van de meest fundamentele vergrijpen verankerd is in de grondwet. Bij het gebruik van minderheidstalen lijkt de omzetting achter te blijven bij de bedoeling van de wet. Televisieprogramma's in het Koerdisch zijn slechts op de publieke zenders toegestaan, voor niet meer dan twee uur per week en gevolgd door een Turkse vertaling. Koerdische taallessen mogen alleen aan scholieren tussen de twaalf en achttien jaar worden gegeven - in het weekend of op een feestdag. De meeste wetswijzigingen wachten nog op hun omzetting in de praktijk. Wanneer burgers voor de uiting van ongewenste opvattingen nog steeds kunnen worden aangehouden, zij het op basis van een ander wetsartikel, is de geest van de politieke hervormingen duidelijk niet doorgedrongen tot de dagelijkse praktijk. De Turkse wetgevers beginnen slechts geleidelijk te beseffen dat daadwerkelijke implementatie in de Europese optiek een onmisbaar onderdeel is van de hervormingen.Uitdagingen tot 2004Deze benadering van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting illustreert de spanning tussen Turkijes dominante ideologie – het Kemalisme – en de Europese verwachtingen. Het Kemalisme - de leer van Atatürk - ziet twee grote bedreigingen voor het bestaan van de Turkse staat: een uiteenvallen door afsplitsing van etnische groeperingen als de Koerden en terugval in de traditionele boerenmaatschappij door islamitische invloeden. Deze angst voor culturele en etnische diversiteit heeft diepe historische wortels. Met de stichting van de Turkse republiek in 1923 hoopte de militaire elite een krachtige Turkse staat naar westers model te creëren die, anders dan het Ottomaanse rijk, geen speelbal kon worden van de Europese mogendheden. De Kemalisten geloven niet in de mondigheid van de bevolking. De rechten van het individu of van een minderheid zoals de Koerden zijn ondergeschikt aan de staatsveiligheid. Het leger heeft - als bewaker van deze veiligheid - onbeperkte bevoegdheden.De aanpassing van de institutionele structuur heeft aan de inmenging van het leger in de politiek nog geen einde gemaakt. Formeel is de rol van de militairen in de Nationale Veiligheidsraad, ook wel het Turkse schaduwkabinet genoemd, inmiddels beperkt. Dit orgaan bestaat in meerderheid uit politieke vertegenwoordigers en treedt alleen adviserend op. In de praktijk dienen alle belangrijke politieke beslissingen nog steeds door militairen te worden goedgekeurd. Het leger heeft bijvoorbeeld tot nu toe weten te voorkomen dat het parlement een wetswijziging aanneemt die het dragen van een hoofddoek in gebouwen zoals universiteiten of het parlement mogelijk maakt. Zelfs voor de vertoning van een film met Koerdische tekstfragmenten is toestemming nodig van een generaal. Deze voor Europeanen bizarre verhoudingen worden door de meerderheid van de bevolking goedgekeurd. Vergeleken met de politieke elite geldt het leger als betrouwbare organisatie die het land al vaker met een staatsgreep van slechte, corrupte regeringen heeft verlost. De EU is er nog niet in geslaagd duidelijk te maken welke veranderingen zij precies verwacht. Het Europees Parlement heeft er bij Eurocommissaris Verheugen van uitbreiding op aangedrongen een concrete lijst van maatregelen op te stellen die Turkije een duidelijk beeld geeft van wat de politieke toetredingscriteria inhouden. Voor het leger zou dit betekenen dat zijn verantwoordelijkheid beperkt wordt tot het bewaren van de externe veiligheid. Voor de binnenlandse veiligheid zou een civiele instelling verantwoordelijk moeten zijn. De Nationale Veiligheidsraad zou in dat geval overbodig worden. Daarnaast zou het principe van democratische controle van de krijgsmacht in de grondwet moeten worden opgenomen. Het parlement zou dan zeggenschap krijgen over de begroting van het leger (10). MartelingHet grootste probleem op mensenrechtengebied blijft de behandeling van gevangenen. Vooral personen die verdacht worden van terrorisme (of simpelweg van banden met Koerdische of islamitische organisaties) zijn uitgeleverd aan ongeremd gedrag van politie- of beveiligingspersoneel. Omdat deze verdachten onder speciale wetten over de staatsveiligheid vallen, hebben zij minder rechten dan verdachten van gewone delicten. Zij mogen in de eerste 48 uur van hun detentie geen advocaat raadplegen. Vaak vindt mishandeling juist in deze eerste uren plaats. Tot voor kort betwistte de Turkse overheid dat marteling nog voorkwam. Het parlement heeft in 2002 voor verkorting van het voorarrest en een verbod op blinddoeken als verhoormethode gestemd. In de praktijk hebben deze wijzigingen - bij gebrek aan politieke wil - niet geleid tot een afname van de gemelde ontsporingen. De AK-partij, die sinds vorig jaar de regering vormt, lijkt wel serieus van plan om folterpraktijken te beëindigen. Met de meest recente wetswijziging moet het makkelijker worden om politiefunctionarissen voor marteling te vervolgen. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch wijzen echter terecht op een lange lijst van nog uitstaande maatregelen (11). Dit betreft in eerste instantie een verdere aanpassing van verschillende wetten teneinde ook politieke gevangenen het recht op een advocaat vanaf het eerste uur van gevangenschap toe te kennen. De regering moet er strenger op toezien dat het verbod op blinddoeken tijdens verhoren daadwerkelijk wordt nageleefd. Andere mensonterende 'verhoormethoden' zoals zogenaamde 'maagdelijkheidstests' bij vrouwen moeten worden uitgebannen. Om controle mogelijk te maken dienen politie- en beveiligingsfunctionarissen het verloop van ondervraging en hechtenis nauwkeurig op schrift te stellen en in bijzonder gevoelige gevallen vast te leggen door middel van geluids- of beeldopnames. Familieleden en advocaten moeten toegang hebben tot het dossier van de gedetineerde. Klachten van mishandeling moeten serieus worden onderzocht en de rechtsgang moet worden bespoedigd. Slachtoffers hebben recht op bescherming en compensatie. Naast al deze formele eisen is er vooral een mentaliteitsomslag nodig binnen het Turkse rechtssysteem. De Europese Unie zou hieraan kunnen bijdragen door bewustwordings- en trainingsseminars te organiseren voor politie en justitie. De Koerdische kwestieDe uitstaande vraag over verhouding met de Koerden is één van de meest explosieve onderwerpen en wordt zelfs door Turkse mensenrechtenorganisaties vaak gemeden. Ook de Europese Unie heeft dit probleem tot nu toe niet duidelijk genoeg aangesneden. Het eisenpakket uit 2000 (12) spreekt niet van Koerden maar van de situatie in het Zuidoosten van Turkije. Het herziene document zou de Koerden als minderheid met culturele en politieke rechten expliciet moeten noemen en de Turkse regering erop moeten wijzen dat Brussel haar benadering van de Koerden als 'separatistisch gevaar' niet deelt. De invulling van het recht op onderwijs en media-uitzendingen in andere talen maakt duidelijk hoe restrictief de Turkse autoriteiten willen omgaan met de rechten van de Koerden. Die houding, gevoegd bij de recente strubbelingen rond de bezoeks- en communicatiemogelijkheden van de tot levenslang veroordeelde PKK-leider Abdullah Öcalan, de geplande stationering van Turkse troepen in het Koerdische Noord-Irak en de vervolging van Koerdische partijen, draagt bij aan een toenemende spanning in de Koerdische gebieden. Turkijes perspectief op EU-toetreding zou door een oplaaiend Koerdisch conflict onder zware druk komen te staan. Dat geldt ook bij een langdurige Turkse bezetting van Noord-Irak, bedoeld om te voorkomen dat een onafhankelijke Koerdische staat aldaar het afscheidingsstreven onder Turkse Koerden nieuw leven inblaast.Het recept tegen separatisme bestaat niet uit militaire avonturen, maar uit het bieden van perspectief aan de Koerden in Turkije. Daartoe moet werk gemaakt worden van een terugkeer- en ontwikkelingsprogramma voor de Koerdische regio. Het stuwdamproject (Southeastern Anatolia Project) waarmee Ankara vaak haar betrokkenheid bij de regio illustreert, is niet het geëigende kanaal voor de broodnodige investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming. Daarnaast heeft de Turkse overheid tot nu toe te weinig gedaan om de terugkeer van ontheemde Koerden mogelijk te maken.De Koerden een toekomst bieden als minderheid binnen Turkije vergt ook een ondubbelzinnige erkenning van hun politieke en culturele rechten. De speelruimte van vreedzame Koerdische organisaties is de toetssteen voor de praktische betekenis van de verruiming van de vrijheid van meningsuiting. In dit licht moet betreurd worden dat het Constitutionele Hof half maart de Koerdische partij HADEP verboden heeft, wegens vermeende banden met de PKK, en dat hetzelfde lot dreigt voor haar opvolger DEHAP. Nu, door de Irak-crisis, de oude angst voor de territoriale integriteit van Turkije weer opspeelt, lijkt het leger de teugels aan te trekken. Er dreigt een terugkeer naar de oude, Kemalistische politiek, ten koste van de hervormingsgezinde krachten in regering en parlement.Begin maart nog liet de Turkse volksvertegenwoordiging zich van haar beste kant zien, toen zij, ondanks zware druk van Washington, het regeringsvoorstel om Amerikaanse aanvalstroepen toe te laten afkeurde. Dit onverwachte besluit werd gevierd als een feest voor de democratie. Terecht, want er zijn veel EU-landen waar voor een dergelijke beslissing helemaal geen parlementaire toestemming nodig is. Maar om Turkije tot een echte pluralistische democratie te maken, moet ook de Koerdische stem in de politiek kunnen doorklinken. 'Review date' in 2004 is realistisch besluitHet besluit van de Europese Raad om in 2004 te bekijken of Turkije voldoet aan de voorwaarden voor toetreding geeft Turkije een reëel perspectief op EU-lidmaatschap, over tien à vijftien jaar. Europa werkt nu aan een concrete lijst van maatregelen die nodig zijn om voor de test in 2004 te slagen. Daarnaast zal er ook meer geld beschikbaar komen om het land te steunen in de voorbereiding op overname van EU-regelgeving. Met deze stap heeft de Europese Unie nog eens bevestigd dat er geen principiële bezwaren zijn tegen Turkijes lidmaatschap. Het is nu aan Turkije om te laten zien dat het haar menens is met de hervormingen. Te hopen valt dat de recente terugval in oude praktijken, ten gevolge van de Irak-crisis, niet blijvend is.

Voetnoten:1 NRC Handelsblad, 20 april 1997.2 Le Monde, 8 november 2002.3 S.P. Huntington, 'Clash of Civilizations', Foreign Affairs, Summer 1993.4 zie E.J. Zürcher, 'Turkije: ouwe vrijster of begeerlijke bruid?', Internationale Spectator, 52 (1998), pp. 273-276.5 Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), 'Naar rustiger vaarwater. Een advies over betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie', Den Haag 1999, pp. 12ff.6 Verdrag betreffende de Europese Unie, geconsolideerde versie 1997, artikel 49 (ex artikel O). 7 J. Lagendijk en J.M. Wiersma, 'Brussel-Warschau-Kiev. Op zoek naar de grenzen van de Europese Unie’, Amsterdam 2001, pp. 14ff.8 Conclusies van de Europese Raad in Kopenhagen, zie http://www.europarl.eu.int/enlargement_new/europeancouncil/pdf/cop_nl.pdf9 'Council Decision on the principles, priorities, intermediate objectives and conditions contained in the Accession Partnership with the Republic of Turkey', Official Journal of the European Communities, 2001/235/EC.10 H. Kramer, 'Die Türkei und die Kopenhagener Kriterien', Deutsches Institut für Sicherheit und Politik, Berlin, S39/02, November 2002, pp. 20ff.11 Amnesty International, zie http://web.amnesty.org/ai.nsf/Index/EUR440402002?Open&of=COUNTRIESTURKEY; Human Rights Watch, zie http://hrw.org/press/2003/01/turky-bck013003.htm.12 Accession Partnership, zie noot 9. Dit document wordt op dit moment herzien.