Veel gestelde vragen over het studievoorschot

Het kabinet heeft met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks afspraken gemaakt over een nieuw stelsel voor studiefinanciering. Hieronder vind je het antwoord op veelgestelde vragen over dit studievoorschot.

Waarom heeft GroenLinks het akkoord over de studiefinanciering gesloten?
GroenLinks wil dat er een eerlijker stelsel komt. En hoger onderwijs dat toegankelijk is en meer kwaliteit biedt.

De huidige studiefinanciering is ongericht. In het nieuwe stelsel gaat er nog wel een gift naar de lage inkomens, maar niet meer naar de hoge inkomens. Het is eerlijker omdat je alleen terugbetaalt als dat kan. Verdien je minder dan het minimumloon dan hoef je in dit nieuwe stelsel niet af te lossen. En het is eerlijker omdat niet alleen studenten hun OV-kaart behouden, maar ook mbo‘ers een OV-kaart krijgen.

GroenLinks had vier harde criteria. Hoe is het daarmee afgelopen?

Van die vier criteria zijn er drie gehaald en is er op één punt een alternatief gekomen.
1.    De aanvullende beurs gaat met honderd euro omhoog;
2.    Er wordt direct (dus vanaf het begin) geïnvesteerd in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dat loopt op tot maximaal 1 miljard in 2026.
3.    De OV - kaart blijft bestaan en wordt beschikbaar voor minderjarige mbo’ers
4.    Het collegegeld gaat niet omlaag. Wel gaan afgestudeerden pas bij een hoger inkomen terugbetalen. Nu is dat vanaf bijstandsniveau, dat gaat omhoog naar het niveau van minimumloon. Bovendien wordt het aflossingsbedrag veel lager, ongeveer 1% van het inkomen, omdat de periode stijgt van 15 naar 35 jaar. Niemand hoeft meer dan 4% van zijn inkomen te besteden aan aflossen. Dat maximum ligt nu op 12%.

Wat gebeurt er met de basisbeurs en de aanvullende beurs?
De basisbeurs wordt afgeschaft. De aanvullende beurs blijft bestaan, blijft een gift en gaat met 100 euro omhoog. Studenten van wie de ouders minder verdienen dan 30.000 euro per jaar, krijgen het maximale bedrag van 365 euro per maand. Dat bedrag loopt af tot nul voor studenten met ouders die meer dan 46.000 euro verdienen.

Gaan jongeren nog wel studeren, ook als hun ouders niet gestudeerd hebben of een laag inkomen hebben?
Het aangaan van een studieschuld hoeft in het nieuwe stelsel voor niemand een belemmering te zijn om te gaan studeren. Als je minder dan het minimumloon verdient, dan hoef je niets terug te betalen. En je mag langer doen over het terugbetalen.  De terugbetaling zal nooit meer zijn dan 4% van het inkomen. Dat is te dragen.
Daarnaast zitten er in het akkoord ook andere maatregelen die belangrijk zijn voor deze jongeren. Zo wordt de aanvullende beurs verhoogd. En er is geld beschikbaar om betere doorstroming van MBO naar HBO te realiseren. Daarnaast komt er een uitgebreid communicatietraject, waarin de studentenvakbonden worden betrokken, om ouders en aankomende studneten zo goed mogelijk te informeren.

Blijft de OV-kaart bestaan?
Ja, de OV-studentenkaart blijft zoals hij is. En ook minderjarige mbo-ers krijgen er recht op. Wel is afgesproken dat er een commissie aan de slag gaat die gaat kijken hoe de oplopende kosten van de OV-kaart kunnen worden tegengegaan. Bijvoorbeeld door de collegetijden anders in te richten, zodat studenten minder in de spits rijden. Er komt een taskforce die hier voorstellen voor gaat doen.

Is studeren nog te betalen?

In het nieuwe systeem wordt een studielening beter te behappen. De afbetaling wordt maximaal 4% van het inkomen boven het minimumloon. Daarmee loopt niemand gevaar dat de studielening niet te dragen is. De afbetalingsperiode wordt verlengd naar 35 jaar, zodat voor iedereen het maandbedrag omlaag kan. Daarom gaan de maandlasten voor afgestudeerden omlaag, ook als ze het bedrag van de basisbeurs hebben geleend. Hieronder zie je een overzicht bij welk inkomen en welke studieschuld je welk bedrag maandelijks kwijt bent aan het terugbetalen.

Inkomen

Schuld

Terug-
betalen
nu

Terug-
betalen
nieuw

€ 15.000

€ 10.000

€ 0

€ 0

€ 15.000

€ 20.000

€ 0

€ 0

€ 15.000

€ 30.000

€ 0

€ 0

€ 15.000

€ 40.000

€ 0

€ 0

€ 20.000

€ 10.000

€ 7

€ 2

€ 20.000

€ 20.000

€ 7

€ 2

€ 20.000

€ 30.000

€ 7

€ 2

€ 20.000

€ 40.000

€ 7

€ 2

€ 30.000

€ 10.000

€ 67

€ 36

€ 30.000

€ 20.000

€ 107

€ 36

€ 30.000

€ 30.000

€ 107

€ 36

€ 30.000

€ 40.000

€ 107

€ 36

€ 40.000

€ 10.000

€ 67

€ 36

€ 40.000

€ 20.000

€ 135

€ 69

€ 40.000

€ 30.000

€ 202

€ 69

€ 40.000

€ 40.000

€ 207

€ 69

€ 50.000

€ 10.000

€ 67

€ 36

€ 50.000

€ 20.000

€ 135

€ 72

€ 50.000

€ 30.000

€ 202

€ 102

€ 50.000

€ 40.000

€ 269

€ 102

€ 80.000

€ 10.000

€ 67

€ 36

€ 80.000

€ 20.000

€ 135

€ 72

€ 80.000

€ 30.000

€ 202

€ 108

€ 80.000

€ 40.000

€ 269

€ 144

Een gemiddelde studielening van een afgestudeerde die geleend heeft is nu ongeveer € 15.000. De basisbeurs bedraagt voor een studie van vier jaar € 4.800 voor een thuiswonende student en € 13.400 voor een uitwonende student.

Hoe zit het met de investering in het onderwijs?
Onderwijsinstellingen verschillen in hun behoeften. Soms is het onderwijs al intensief en kleinschalig, maar zijn bijvoorbeeld de laboratoria verouderd. Soms is er meer begeleiding nodig, soms kleinere groepen. Dit verschilt per universiteit en hogeschool. Daarom komt er geen vanuit Den Haag opgelegd masterplan. Instellingen bepalen zelf waar ze het geld aan besteden in overleg met het ministerie en met studenten (die instemmingsrecht krijgen op de begroting).
In deze kabinetsperiode gaat het om jaarlijks 200 miljoen euro. Structureel komt er jaarlijks tot maximaal één miljard euro extra beschikbaar voor het verbeteren van de kwaliteit.

Wat zit er nog meer in het akkoord?
•    De eerste studenten onder het nieuwe stelsel, die beginnen in de jaren 2015 tot 2018, krijgen een voucher om na hun studie onderwijs te volgen van 2000 euro
•    Het collegegeldkrediet wordt ook beschikbaar voor studenten boven de 30 jaar
•    De regeling voor weigerachtige en onvindbare ouders blijft behouden.
•    Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Heb je nog meer vragen? Kijk ook op de site van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.