Vier vragen over herziening Vrijheid van Onderwijs

Op het GroenLinks-verkiezingscongres 2016 hebben de partijleden voor herziening gekozen van Art. 23 van de Grondwet, dat gaat over de vrijheid van onderwijs. Hieronder lees je wat dit inhoudt.
 

1. Wil GroenLinks de vrijheid van onderwijs afschaffen?

Nee. GroenLinks wil de vrijheid van onderwijs aanpassen. We vinden dat bijzonder onderwijs en openbaar onderwijs gelijk behandeld moeten worden. De uitzonderingspositie die het bijzonder onderwijs nu heeft schaffen we af. Zo willen we bijvoorbeeld dat scholen bij oprichting en bij de vraag of ze kunnen blijven bestaan worden beoordeeld op hun pedagogische, onderwijskundige visie en op voldoende draagvlak.

2. Wat betekent dit voor scholen nu?

Het betekent dat scholen te maken krijgen met dezelfde regels. We accepteren niet meer dat er leerlingen of leraren worden geweigerd omdat ze niet bij de identiteit van de school zouden passen. Als leerlingen en leraren de visie van de school accepteren horen ze welkom te zijn. En gemeenten krijgen meer mogelijkheden om te sturen op het plaatsingsbeleid van scholen. Op die manier kunnen zij beter segregatie tegengaan.

3. Krijgen we nu een ‘overheidseenheidsworst’ in het onderwijs?

Het onderwijs is niet van de staat maar van de samenleving (en de ouders). De overheid faciliteert, normeert en financiert alle scholen en hanteert daarbij dezelfde meetlat voor alle scholen.

4. Mogen bijzondere scholen hun leerlingen een eenzijdige visie opleggen?

Nee. De kerndoelen voor het onderwijs worden voor alle scholen op dezelfde wijze gehandhaafd. Alle scholen hebben de opdracht om leerlingen voor te bereiden op het leven in een levensbeschouwelijk diverse samenleving.