Premier Rutte in gesprek met zijn Luxemburgse collega Bettel
Premier Rutte in gesprek met zijn Luxemburgse collega Bettel

Dit bespraken de regeringsleiders niet op de Europese sociale top

Voor het eerst in jaren vond er vorige week in Göteborg een Europese sociale top plaats. Het is hoopvol dat regeringsleiders van de EU-landen inzien dat een sociale agenda voor Europa op het hoogste politieke niveau besproken moet worden. Maar de discussies raakten echter niet aan de meest prangende vragen om Europa ook echt socialer te maken. We bespreken hier wat de regeringleiders niet bespraken.

Europa moet socialer worden. Dat vinden wij niet alleen, maar ook onder andere de Zweedse premier Stefan Löfven en Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. De twee namen het initiatief voor de sociale top vorige week vrijdag in Göteborg. Op de agenda stonden vrijblijvende discussies over de arbeidsmarkt en een ‘Europese Pijler van Sociale Rechten’ die niet juridisch afdwingbaar is. 

Deze discussies raakten echter niet aan de meest urgente vragen als het gaat om een socialer Europa. Waarom stijgen de lonen niet? Waarom betalen multinationals nauwelijks belasting? Waarom worden sociale stelsels steeds soberder? Waarom verdwijnen banen uit Europa? Waarom werkt een Pool onder het minimumloon? Over deze vragen zwijgen de Europese leiders in alle talen. 

Groeiende ongelijkheid

Het International Monetair Fonds (IMF) publiceerde onlangs een studie waaruit bleek dat het aandeel arbeid in het nationaal inkomen al jaren daalt, terwijl het aandeel kapitaal juist toeneemt. Dit gaat gepaard met groeiende ongelijkheid, omdat kapitaal zich doorgaans concentreert in de handen van weinigen. Het IMF wijt deze trend onder andere aan technologische verandering, globalisering en afnemende relevantie van de vakbeweging. Een sociale top zou dus moeten draaien om voorstellen om kapitaal beter te reguleren en de positie van werknemers te versterken. De realiteit is dat Europees beleid te vaak het tegenovergestelde doet.

Ontwikkeling van de lonen blijft achter

Zo verzwakte de EU tijdens de eurocrisis de factor arbeid door aan te dringen op het matigen van de lonen, het decentraliseren van cao’s en het liberaliseren van arbeidsmarkten. Europa kan niet per decreet een loonsverhoging uitschrijven, maar heeft wel beschikking over instituties en regels om daarvoor de voorwaarden te scheppen. In Göteborg werd echter niet gesproken over voorstellen om de ontwikkeling van lonen en het aandeel van arbeid in het bruto binnenlands product centraal te stellen in het Europese economische beleid.

Vrij verkeer van werknemers en diensten

Ook het vrij verkeer van werknemers en diensten is momenteel onvoldoende gereguleerd. Bedrijven misbruiken de Europese vrijheden om arbeidswetgeving te ontduiken en ontwijken. Dat verzwakt de positie van werknemers. De aanscherping van de detacheringsrichtlijn, waarover nationale regeringen vorige maand een akkoord sloten, is een vooruitgang. Maar terecht wezen verschillende commentatoren op de relatief kleine impact van deze aangescherpte wet op het bredere probleem van de mogelijkheden voor ontduiking en ontwijking van arbeidsvoorwaarden die het Europese vrije verkeer biedt. 

Een strategie die korte metten maakt met de onderbetaling van Portugese bouwvakkers of Poolse vrachtwagenchauffeurs zou dus niet misstaan op een sociale top.

Reguleren van handel

Voor een sociaal Europa is ook urgent een koerswijziging nodig voor het reguleren van kapitaalstromen. Door het sluiten van een reeks ingrijpende bilaterale handels- en investeringsakkoorden jaagt de EU slecht gereguleerde globalisering verder aan. Het reguleren van handels- en kapitaalstromen in plaats van het wegnemen van barrières voor bedrijven zou de primaire taak van de EU moeten zijn. Dat schept ruimte voor de lidstaten om hun sociale bescherming te behouden en verbeteren.

Belastingconcurrentie

Een andere olifant in de kamer is belastingontwijking en -concurrentie. Voor een sociaal Europa is het essentieel dat de EU haar lidstaten in staat stelt om voldoende belasting te innen. De recente discussies over de dividendbelasting, vennootschapsbelasting en ons vestigingsklimaat laten opnieuw zien dat Nederland en andere landen verwikkeld zijn in een race om steeds lagere belastingen voor bedrijven.

Hoewel Europa de meest flagrante sluiproutes voor belastingontwijking door multinationals aanpakt, ontbreekt het aan een daadkrachtige strategie om deze race een halt toe te roepen. Dit staat in schril contrast met het stabiliteitspact waarmee de EU harde bezuinigingen forceerde toen nationale begrotingen de beruchte drie procentnorm overschreden. De dubbele recessie die daarop volgde maakte duizenden Europeanen werkloos of armer, maar was geen thema op de sociale top.

Regulering van bankensector

Die bezuinigingen kwamen niet uit de lucht vallen, maar volgden op de grote financiële crash van 2008. Dat brengt ons bij financiële sector. De EU is ondanks een aanscherping van de regulering van de financiële sector niet tot de kern gekomen. Banken zijn nog altijd too big to fail en belastingbetalers zijn nog altijd niet afdoende beschermd tegen zwakke banken, zo toonde de redding van drie Italiaanse banken onlangs aan. Een vrijblijvende Europese Pijler van Sociale Rechten had het sociale drama dat volgde op de financiële crash niet kunnen voorkomen. Ingrijpende hervorming en inkrimping van de financiële sector wel. Maar ook dat punt ontbreekt op de agenda van de regeringsleiders.

Een eerlijke diagnose

Een geloofwaardige strategie voor een sociaal Europa begint bij een eerlijke diagnose van het staande Europese beleid en de gevolgen daarvan op de sociale situatie in de EU. Een sociaal Europa komt er niet met een extra sociaal sausje, maar door sociale rechtvaardigheid voorop te stellen in alle relevante politieke discussies die op de Europese vergadertafels belanden.