Europarlement gaat onderzoek doen naar goedkeuring glyfosaat

Het Europees Parlement stelt een bijzondere commissie in om onderzoek te doen naar de goedkeuringsprocedure van glyfosaat en andere pesticiden. Het voorstel van de Europese Groenen voor de commissie krijgt steun van alle fractievoorzitters, tot tevredenheid van Europarlementariër Bas Eickhout.

“In onze strijd tegen glyfosaat kregen we steun van milieubewegingen, miljoenen Europese burgers, wetenschappers en journalisten. Daardoor kwam deze goedkeuringsprocedure van glyfosaat vorig jaar hoog op de politieke agenda te staan”, stelt Eickhout. “Met deze bijzondere commissie willen we nu specifiek het het goedkeuringsproces onderzoeken, dat liep terwijl er grote zorgen waren over de mogelijke schadelijke effecten van glyfosaat.”

Grote impact op ecosystemen

Eickhout is verheugd dat dit thema nu de speciale aandacht van een groep toegewijde Europarlementariërs zal krijgen, de aandacht die het verdient. “Het wijdverspreide gebruik van een cocktail aan pesticiden en herbiciden hebben immers een grote impact op ecosystemen, op biodiversiteit, op de volksgezondheid en op hoe we aan landbouw doen. Er gaan vele miljarden euro in om, en tegelijkertijd hebben vele van deze middelen een hormoonverstorende werking.” 

Lobby

De lobby op het glyfosaatdossier was groot. Eickhout vindt het daarom belangrijk om het politieke proces van de goedkeuring te onderzoeken. Uiteindelijk kwam er vorig jaar plots een meerderheid voor de toelating van glyfosaat omdat een Duitse demissionaire minister opeens voor stemde. 

De Europese Groenen willen in het bijzonder onderzoeken wat de rol was van de Europese agentschappen voor voedselveiligheid (EFSA) en chemische stoffen (ECHA). De onderzoeken van deze organisaties moeten boven elke twijfel verheven zijn en altijd de volksgezondheid en milieu als hoogste prioriteit stellen. “Wij hebben er onze twijfels bij of dat bij de onderzoeken naar glyfosaat is gebeurd”, aldus Eickhout.

De commissie zal bestaan uit dertig Europarlementariërs die naar verwachting negen maanden werk hebben om hun onderzoek te doen.