Zonnebrand

Hormoonverstorende stoffen: EU-landen stellen economische belangen boven volksgezondheid

Bas Eickhout wil de veel te hoge eisen voor het definiëren van hormoonverstorende stoffen blokkeren. De GroenLinks-Europarlementariër heeft stevige kritiek op het besluit van de EU-landen om de criteria die wettelijk bepalen wat een hormoonverstorende stof is, zo strikt te maken dat ze niet of nauwelijks extra bescherming voor het milieu en de volksgezondheid zullen bieden.

Zodra een stof op basis van de criteria als hormoonverstorend wordt aangemerkt, mogen ze niet zomaar meer in Europese producten gebruikt worden. Het lijkt er echter op dat lidstaten, inclusief Nederland, die situatie zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Eickhout wil met een meerderheid van het Europarlement de voorstellen terug naar de tekentafel te sturen, zodat het gebruik van stoffen waarbij sterk bewijs bestaat dat ze hormoonverstorend zijn, ook echt aangepakt gaan worden.

Stoffen die ons lichamelijk hormonaal stelsel aantasten, staan al jaren op de Europese agenda. De stoffen kunnen zitten in tandpasta, make-up, voedselverpakkingen of onkruidverdelger. In 2015 kreeg de Europese Commissie van de rechter een tik op de vingers omdat het er niet in slaagde om criteria te komen aan de hand waarvan een lijst van deze gevaarlijke stoffen kon worden opgesteld. In 2016 kwamen ze met een zwaar teleurstellend voorstel.

Chemische industrie heeft niets te vrezen

De EU-landen hebben het voorstel aangepast. De criteria voor het vaststellen of een stof daadwerkelijk hormoonverstorend is, zijn echter nog steeds zo veeleisend dat de chemische industrie vrijwel niets hoeft te vrezen. Het lijkt erop dat ze de betreffende stoffen voorlopig rustig op de Europese markt kunnen blijven verkopen. “Hoe kan het toch dat zowel de Europese Commissie als de leiders van de EU-landen de economische belangen zo boven onze gezondheid plaatsen?”

Maar Eickhout is strijdbaar: “We hebben nog een mogelijkheid om als Europees Parlement een veto over het besluit uit te spreken. Vervolgens zullen de Europese Commissie en de lidstaten met een beter voorstel moeten komen . Ik ga er alles aan doen om dat voor elkaar te krijgen.”

Onhaalbare bewijslast

Eickhout staat niet alleen in zijn kritiek. Gerenommeerde onderzoekers en artsen waarschuwden vorige maand voor het voorstel dat nu op tafel ligt. “De EU-landen wijken opzettelijk af van definities en van bestaande regelgeving rondom schadelijke stoffen. Omwille van economische belangen komt er een haast onhaalbare bewijslast om iets te labelen als hormoonverstorend”, stelt Eickhout vast.

De opmerkelijkste clausule is de regel die stelt dat pesticiden die speciaal ontworpen zijn om het hormoonstelsel van insecten te ontregelen sowieso op de markt kunnen blijven, ongeacht het effect dat ze op mens en dier hebben. Eickhout: “Ik kan er niet bij hoe je zo een overduidelijke handreiking naar de agrochemische sector en minachting voor de volksgezondheid in wetgeving durft op te nemen.”

Ook Nederland stemde voor de afzwakking, terwijl de regering zich eerder altijd onthield van stemming. Dat belooft niet veel goeds voor de toekomst, stelt Eickhout. Los van wat de EU uiteindelijk besluit, kan Nederland namelijk ook zelf allerlei nationale stappen zetten op het gebied van voorlichting, belastingmaatregelen, onderzoek en inkoopbeleid. “Europese wettelijke criteria mogen nooit een excuus zijn voor Nederlandse politici om op de handen te gaan zitten.”