Met euro-obligaties kunnen we de euro redden

Het inzetten van euro-obligaties kan de rust op in de eurozone terugbrengen, zonder dat het Triple-A-landen zoals Nederland nadeel oplevert. Een meerderheid van de landen van de eurozone, aangevoerd door de nieuwe Franse president François Hollande, is inmiddels voorstander van euro-obligaties. Duitsland, Finland en ook Nederland blijven echter dwarsliggen. Dat verzet is kortzichtig, vindt GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Een escalatie van de eurocrisis komt ons veel duurder te staan.

Euro-obligaties ofwel eurobonds zijn staatsobligaties die de eurolanden samen uitgeven en waarvoor zij zowel gezamenlijk als elk afzonderlijk garant staan. Die garantstelling geeft beleggers meer zekerheid dat de schuld wordt afbetaald. De eurozone als geheel staat er immers qua overheidsfinanciën beter voor dan de Verenigde Staten of Japan. Door hun volume zijn de euro-obligaties bovendien veel beter verhandelbaar dan de schuldpapieren van afzonderlijke landen. Deze twee voordelen zorgen ervoor dat gemiddelde rente die eurolanden betalen over hun schulden aanzienlijk daalt. Dat maakt de staatsschuld draaglijker en vergemakkelijkt de aflossing ervan.

Onhoudbare situatie

Premier Mark Rutte keerde zich woensdag, met steun van een krappe meerderheid in de Tweede Kamer, fel tégen euro-obligaties. “Daar ga ik dwars voor liggen”, sprak hij stoer. Hij vreest onder meer dat Nederland meer rente zal moeten betalen.

“Een kortzichtig standpunt”, vindt Eickhout. Het feit dat landen als Nederland en Duitsland zo goedkoop lenen is een direct gevolg van de crisis in de eurozone. Duitsland verkocht deze week tweejarige staatsobligaties tegen nul procent rente. Als je de inflatie meerekent, accepteren beleggers daarop dus verlies.

Dit is geen houdbare situatie. Het is een gevolg van de kapitaalvlucht uit Zuid-Europa die de eurocrisis inluidde en nog steeds voortduurt. Uiteindelijk kunnen ook Duitsland en Nederland daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen. Via de Europese Centrale Bank, die de banken in Zuid-Europa overeind houdt. Via de Europese noodfondsen, waar ook Spanje bij zal moeten aankloppen als de rente op zijn schuld boven de zes procent blijft liggen. En al helemaal als deze beschermingswallen bezwijken en de eurozone uit elkaar klapt.

Banencrisis

“De rekening wordt nú al betaald door mensen die hun baan kwijt raken. Mede doordat Berlijn en Den Haag echte oplossingen voor de schuldencrisis blokkeren, is de eurozone voor de tweede maal in een recessie beland”, stelt Eickhout.

De werkloosheid stijgt fors. Ook in Nederland, want onze economie drijft op de handel met andere Europese landen. Een Griekse exit uit de eurozone en toenemende onzekerheid over het voortbestaan van de euro zouden de schuldencrisis én de banencrisis nog aanzienlijk verergeren.

De crisis in Europa baart internationale organisaties als het IMF en de OESO inmiddels zoveel zorgen dat ook zij voor euro-obligaties pleiten. “Toch bepaald geen linkse clubs”, zegt Eickhout.

“Rutte zou ook eens kunnen luisteren naar politieke vrienden als Guy Verhofstadt, de leider van de Europese liberalen, en George Osborne, de conservatieve minister van Financiën van het Verenigd Koninkrijk. Allebei voorstanders van euro-obligaties.”

Begrotingsdiscipline verzekeren

Het hangt sterk af van de wijze waarop eurobonds worden vormgegeven of en hoeveel Nederland méér kwijt zal zijn aan rentebetalingen. Het Europees Parlement, dat net als de Europese Commissie voorstander is van eurobonds, heeft gewezen op de mogelijkheid om van de eurolanden verschillende rentevergoedingen te vragen voor het geld dat zij samen lenen via eurobonds, opdat geen enkel land er groot nadeel van ondervindt op de korte termijn. Het doorberekenen van uiteenlopende rentes biedt bovendien de mogelijkheid om begrotingsdiscipline te verzekeren. Landen die hun tekort onvoldoende terugbrengen worden dan gestraft met een hogere rente.

Sterk signaal

De invoering van euro-obligaties gaat niet van vandaag op morgen. Het EU-verdrag moet ervoor gewijzigd worden. “Toch zou het een sterk signaal zijn naar de financiële markten als de Europese regeringen gingen werken aan euro-obligaties", vindt Eickhout. "Zij zouden ermee aangeven dat zij bereid zijn de muntunie een stevig fundament te geven. Daarvoor is naast begrotingsdiscipline ook solidariteit nodig.”

Voor de korte termijn kan een Europees schuldenaflossingsfonds worden opgezet. Dat voorstel is ontwikkeld door de Duitse Raad van Economische Wijzen en is inmiddels overgenomen door het Europarlement. Daarbij geven de eurolanden samen obligaties uit om het deel van hun staatsschuld dat de limiet van zestig procent van het BNP overschrijdt te financieren. Het fonds is in principe tijdelijk en vereist niet per se een verdragswijziging. Eickhout: “Ook met zo'n fonds dalen de rentelasten en vermindert het risico dat de Griekse crisis tot een fatale besmetting van landen als Spanje en Italië leidt.”

“De regeringen die in de wurggreep van hoge rentes zitten, brengen ontzettend veel geld naar beleggers. Als we euro-obligaties hadden, zou dat geld besteed kunnen worden aan het wegwerken van begrotingstekorten en het scheppen van banen,” concludeert Eickhout. “Daarmee zouden alle eurolanden veel beter af zijn.”