Veelgestelde vragen over de herziening van de Europese afvalwetgeving

Uitzonderlijk: Aanstaande zondag gaan onderhandelaars van het Europees Parlement en de EU-landen zitten voor mogelijk een laatste ronde onderhandelingen over de herziening van zes Europese afvalwetten. Een dossier met grote belangen: Het moet het eerste grote wapenfeit van de EU worden in de overgang naar een circulaire economie.

Waarom vinden de onderhandelingen op zondag plaats?

Ieder half jaar zit een ander EU-land de Raad van Ministers voor. Het huidige Etste voorzitterschap is erop gebrand om dit dossier nog af te ronden, voordat op 1 januari de Bulgaren het stokje overnemen. Zondag is de laatste mogelijkheid om alles op tijd af te krijgen voor het nieuwe jaar.

En gaat de Esten dat lukken?

Er staan nog veel grote kwesties open. De Esten lieten het afgelopen half jaar echter zien dat ze erg goed zijn in het doordrukken van compromissen. Er is niemand die ze nog onderschat.

Wat betekent de afvalwetgeving voor de circulaire economie?

Momenteel hebben we een lineair economisch model. We onttrekken grondstoffen uit de aarde of natuur en verwerken het tot alledaagse producten. De producten hebben een steeds kortere levensduur en belanden na gebruik op stortplaatsen, verbrandingsinstallaties of het milieu. Een circulaire economie daarentegen is een economie die zo is ingericht dat grondstoffen optimaal benut worden: denk dan aan slim ontworpen producten die we kunnen delen, repareren, hergebruiken en (als laatste stap) recyclen.

De huidige herziening van de Europese afvalwetgeving heeft als doel om ‘afval’ beter te gaan benutten. Onder andere door een maximum percentage in te stellen voor de hoeveelheid afval dat nog gestort mag worden, en door doelstellingen voor recyclen in te voeren. Er mist echter aandacht voor het voorkomen van afval. De kant van productie en consumptie ontbreekt in het verhaal.

De Europese Commissie stelde wel  al een actieplan op, maar harde voorstellen blijven tot dusver uit. GroenLinks heeft die concrete ideeën wel en besprak ze al op Europees niveau

Wat maakt het afvaldossier gevoelig?

Naast de noodzakelijke herziening van het klimaatbeleid, is de herziening van de afvalwetgeving het enige echte groene wapenfeit van de Europese Commissie. (De Europese Commissie is de enige EU-instelling die wetgevende initiatieven mag doen.)

Dat ging in eerste instantie niet van harte, de huidige Europese Commissie was na haar aantreden eerst van plan om het voorstel volledig van tafel te halen, omdat het teveel ‘Brusselse bureaucratie’ zou zijn. Dat leidde tot veel onnodige vertraging. Onder protest van het Europees Parlement, de lidstaten, ngo’s, en een deel van het bedrijfsleven kwam er toch een gewijzigd voorstel terug.

Tijdens de eerdere onderhandelingsronden werd duidelijk dat veel EU-landen zo zwak mogelijke doelstellingen willen, het Europees Parlement wil precies het tegenovergestelde. En daar zijn wij het mee eens.

Bindende doelstellingen zijn op veel onderdelen de enige wijze om concrete actie te garanderen, zonder landen de vrijheid te benemen om zelf de uiteindelijke maatregelen te mogen kiezen. De EU-landen en een groot deel van het Europarlement zijn het wel eens over het feit dat ze meer verantwoordelijkheid voor producenten willen creëren, al probeert de christendemocratische fractie  dat af te zwakken.

In Nederland ligt voornamelijk alles wat met afvalverbranding te maken heeft extreem gevoelig, daarover later meer.

Om welke wetgeving gaat het precies?

Drie stukken wetgeving worden echt inhoudelijk herzien.

  • De afvalstoffenrichtlijn (meer info over deze richtlijn hieronder),
  • de verpakking- en verpakkingsafvalrichtlijn, en
  • de stortrichtlijn.

De drie andere stukken afvalwetgeving worden enkel aangesloten op de laatste Europese vereisten - een update die eens in de zoveel tijd moet gebeuren - zonder inhoudelijke wijzigingen te maken. Kortom, ze worden niet beter in lijn gebracht met de gedachte van een circulaire economie. Dat wordt uitgesteld tot een later moment. Het gaat om de batterijenrichtlijn, de autowrakkenrichtlijn, en de richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Wat is de afvalstoffenrichtlijn?

De afvalstoffenrichtlijn verdient wat verdere toelichting. Dit is de overkoepelende Europese afvalwetgeving, het ‘raamwerk’. Hierin worden onder andere de basisconcepten en definities uiteengezet (bijvoorbeeld wat recycling volgens EU-wetgeving is, of wanneer iets afval is en wanneer niet). De richtlijn stelt ook de basisprincipes vast over hoe er omgegaan moet worden met afval (bijvoorbeeld dat het niet tot overlast mag leiden). Tevens is het de plek waar algemene doelstellingen zijn vastgelegd (onder meer de recyclingdoelstelling voor gemeentelijk afval).

Op welke grote kwesties moet overeenstemming gevonden worden?

De meeste aandacht zal uitgaan naar de percentages van de verschillende doelstellingen, maar er speelt nog veel meer. Dingen die wellicht minder in het oog springen maar minstens zo belangrijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan rekenmethodes en gescheiden inzameling. We zetten een aantal belangrijke kwesties op een rij.

1. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Producenten moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor de kosten die hun producten opleveren nadat ze afgedankt zijn. Nu worden die kosten vaak volledig gedragen door de maatschappij (denk aan de gemeente die de vuilnisman in dienst heeft). De herziening stelt minimum criteria voor die uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Zo worden producenten gestimuleerd om al bij de ontwerpfase na te denken over mogelijk hergebruik en recycling. Hier lijkt aardig overeenstemming over te zijn, maar christendemocraten zullen elke kans grijpen om het af te zwakken.

2. Stortverbod.

Verbod is misschien een groot woord. Maar als het aan het Europees Parlement ligt, komt het wel dicht in de buurt. Het Europees Parlement wil dat in 2030 nog maximaal vijf procent van het afval gestort wordt. Voor sommige vormen van afval is helaas nog geen betere oplossing, vandaar dat het Parlement dat gaatje overhoudt. De Europese Commissie gaat voor een maximum van tien procent in 2030, en vijf jaar extra voor een aantal specifieke landen. De EU-landen kunnen leven met het Commissievoorstel, maar... dan wel pas in 2040.

3. Voedselverspilling en zwerfvuil op zee.

Komt er een doelstelling (met jaartal) om beide te verminderen, zoals het Europees Parlement wil? De EU-landen zien er niets in. Deze doelstelling zal sowieso niet bindend zijn.

4. Verplichte gescheiden inzameling van biologisch afval.

Biologisch afval is moeilijk: het is vaak nat en dat heeft negatieve impact op de ‘kwaliteit’ van het andere afval. Daarnaast raakt het gemakkelijk vervuild en daardoor deels onbruikbaar. De EU-landen willen een zo ruim mogelijk interpreteerbare uitzonderingsclausule; het moet bijvoorbeeld 'economisch gerechtvaardigd' zijn om biologisch afval gescheiden op te halen, maar dat is op allerlei manieren te interpreteren. In hoeverre weet het Europees Parlement deze uitzonderingen in te dammen?

5. Geen verbranding van gescheiden afval.

Het Europarlement maakt zich eveneens hard voor verplichte gescheiden inzameling van andere materialen, zoals plastic, hout, metalen en glas. Daar accepteren ze echter meer speelruimte voor EU-landen om van de verplichting af te wijken. Wel wil het Europarlement verbieden dat dit afval vervolgens zomaar de verbrandingsoven ingaat. Een idee dat Nederland niet aanstaat.

6. Recyclingdoelstellingen.

Wat wordt de hoogte van de recyclingdoelstelling voor gemeentelijk afval? Voor 2020 is het nu al 50 procent. Het Europees Parlement wil 75 procent, de Europese Commissie stelt 65 procent voor. Waar de EU-landen staan is niet helemaal duidelijk, maar ze willen in ieder geval niet meer dan 60 procent. Er is een vergelijkbare discussie gaande over een recyclingdoelstelling voor verpakkingsmateriaal in het algemeen, en voor specifieke verpakkingsmaterialen.

7. Rekenmethode voor recycling.

Nog belangrijker dan de hoogte van de doelstelling, is de manier waarop het berekend wordt. Hoe verder in het proces je telt, hoe lager het getal is. Tel je het afval dat gescheiden opgehaald wordt? Of tel je dat wat naar de recyclinginstallatie gaat? Of wat uit de recyclinginstallatie komt?

Als het aan EU-landen ligt, wordt het de eerste, dat maakt het gemakkelijk om de doelstelling te halen. Ze willen zelfs nog verder gaan: Ook het afval dat ze exporteren om elders te laten verwerken (met name naar China) zou moeten tellen als gerecycled(!).

8. Gevaarlijk stoffen.

Een circulaire economie moet schoon zijn. Het mag niet zo zijn dat mensen in aanraking blijven komen met giftige stoffen omdat ze in een cirkel van recycling zitten. Voordat materiaalstromen de kringloop in worden gebracht, moeten ze dus eerst opgeschoond worden. De voorstellen van het Europees Parlement om dat te garanderen, zijn vrijwel allemaal overgenomen.

Hoe staat Nederland in het afvaldossier?

Nederland doet het in vergelijking tot andere EU-landen relatief goed op het gebied van de circulaire economie. De nieuwe afvalwetgeving zal niet tot ingrijpende veranderingen leiden. Het is jammer dat Nederland er Europees niet meer probeert uit te halen. De focus zou minder moeten liggen op de extra last die striktere regelgeving met zich meebrengt voor de gevestigde orde, en meer op de kansen die het Europees biedt voor het benutten van de koppositie die een aantal Nederlandse bedrijven momenteel innemen.

Nederland heeft verder te maken met een grote overcapaciteit aan afvalverbrandingsinstallaties. De regering hoopt dat een vrijwel volledig verbod op storten tot meer afvalexport naar Nederland zal leiden, daar wordt dan ook volledig op ingezet. Afvalverbranding heeft echter logischerwijs maar een heel beperkte plek in een echte circulaire economie. Ook als het tegelijkertijd gebruikt wordt voor het opwekken van energie. Teveel daar op in zetten hindert vernieuwing.

Pogingen om afvalverbranding via deze herziening in te dammen, stuiten op flink verzet vanuit Nederland. Sterker nog, men maakt zich zelfs hard om het as wat overblijft als gerecycled te bestempelen zodra het gebruikt wordt in plaats van gestort. Natuurlijk is het beter om het as te gebruiken, maar om verbranding als recycling te benaderen, met alle financiële voordelen die dat oplevert van dien, dat gaat GroenLinks en het Europees Parlement veel te ver.

Hoe staat GroenLinks in het afvaldossier?

De Groene fractie van het Europees Parlement zet alles op alles om een zo ambitieus mogelijk pakket te krijgen. Krachtige doelstellingen en doordachte verplichtingen voor zowel regeringen als bedrijven (zonder allerlei achterdeurtjes en rekentrucs) faciliteren niet alleen de omschakeling naar een circulaire economie, ze zorgen ook dat er een gelijk Europees speelveld blijft en bieden een kans voor innovatieve bedrijven.

Ongeacht wat voor deal er uiteindelijk bereikt wordt, zijn deze voorstellen pas een eerste stap. De kwaliteit van de deal zal de grootte van de stap bepalen. De circulaire economie omhelst echter veel meer dan alleen minder storten en meer recyclen, we zijn er dus nog lang niet. Er moet onder meer veel meer gedaan worden om ook de productzijde van de circulaire economie aan te pakken.

Producten moeten slimmer ontworpen worden. Schaarse en schadelijke grondstoffen moeten waar mogelijk vervangen worden, er moet gekeken worden naar de minimale levensduur van producten. Ook moeten ze makkelijker repareerbaar, herbruikbaar en recyclebaar worden. Om dat te bereiken is een grondige herziening en uitbreiding van de ecodesignrichtlijn nodig. Een veel gebruikte vuistregel om de noodzaak hiervan aan te tonen: ongeveer 80 procent van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase.

Werk aan de winkel dus.