COP25: vier ministeriële onderhandelingen

Europarlementariër Bas Eickhout is op de klimaattop in Madrid en delegatieleider namens het Europees Parlement. Hij schrijft regelmatig updates over de onderhandelingen.

De tweede week van de klimaattop nadert z’n einde. De meest heikele punten zijn naar het ministerieel niveau getild: de zogeheten 'ministerial consultations' zijn in volle gang.

Per onderwerp zijn twee ministers aangewezen. Zij leiden de onderhandelingen op dat specifieke onderwerp. Ze zoeken, samen met Chili als voorzitter van de klimaattop, naar mogelijke nieuwe tekstvoorstellen. Veel van hun werk bestaat uit bilaterale overleggen met landen en landenblokken om reacties op mogelijke compromissen te peilen. Er lopen vier 'ministerials'.

Drie ministerials: 1/CP.25, WIM en response measures 

De eerste 'ministerial' houdt zich bezig met de tekst van de COP-conclusies die aan het einde van een klimaattop aangenomen wordt: '1/CP.25'. De vraag is wat daar in moet staan. De meningen daarover lopen zeer uiteen. Ik vind het erg belangrijk dat in deze tekst krachtige taal staat over het aanleveren van nieuwe klimaatplannen voor de COP26.

De tweede 'ministerial' gaat over een nieuw mechanisme waaronder onontkoombare klimaatschade wordt aangepakt (WIM). Het derde onderwerp is 'response measures'. Dit is een terugkerende poging van landen als Saudi-Arabië om geld te krijgen voor het feit dat ze door klimaatbeleid minder fossiele brandstoffen kunnen verkopen. Deze pogingen worden telkens afgeslagen. Toch blijven ze het proberen waardoor kostbare onderhandelingstijd verloren gaat. 

Artikel 6

Het laatste ministeriële onderwerp is handel in CO2-rechten (Artikel 6 uit het Parijsakkoord). Dit is verreweg het lastigste punt. Komen landen hier tot overeenstemming, dan vallen de andere onderwerpen snel op hun plaats. Het gevecht over Artikel 6 spitst zich toe op vier hoofdkwesties. 

Bij twee van deze kwesties stelt de EU zich erg goed op. Bij het voorkomen van dubbeltelling en de strijd om geen oude CO2-rechten (ontwikkeld onder het Kyoto-protocol) over te hevelen naar het Parijsakkoord. Het gros van deze rechten zijn 'hete lucht'. Ze ontstonden via dubieuze (of zelfs frauduleuze) projecten, of doordat landen een economisch slechte tijd doormaakten waardoor ze veel minder uitstootten dan verwacht.

Helaas stelt de EU zich slecht op bij de twee andere belangrijke discussies over Artikel 6. Een aantal landen wil dat bij de verkoop van een CO2-recht onder het Parijsakkoord twee zaken gebeuren: 

  1. Een percentage van de financiële opbrengst gaat naar het fonds voor internationale klimaatfinanciering voor arme landen.
  2. Een percentage van de vermeden uitstoot die een CO2-recht vertegenwoordigt schrappen, ten behoeve van de atmosfeer (zoiets als: koopt een land of bedrijf een recht van 1 ton CO2, dan mag het 0,95 ton tellen).  

De EU doet moeilijk omdat het gevolgen kan hebben voor het Europese Emissiehandelssysteem (ETS), aangezien dit gelinkt is met (niet-EU-land) Zwitserland. Een domme opstelling. De gevolgen zullen minimaal zijn. Eens per jaar zal een correctie gemaakt moeten worden voor de ETS-handel tussen de EU en Zwitserland. Complete onzin om daarvoor een maatregel tegen te houden die wereldwijd een forse positieve impact kan hebben.

Nieuwe teksten

Per ministerieel onderwerp druppelen nieuwe teksten binnen. Deze teksten zijn van de COP-voorzitter, de Chileense milieuminister Carolina Schmidt, en haar team. Dit worden 'presidency proposals' genoemd. Deze teksten leiden de volgende fase van onderhandelen in. 

Het is cruciaal dat de voorzitter lef toont en ambitieuze voorstellen op tafel legt. Laat iedereen, inclusief de EU, maar zweten. Als iets eenmaal officieel op papier staat, is het moeilijk voor landen om dit er weer helemaal af te krijgen. Dat is mijn boodschap aan iedere Chileen die ik tegenkom.